Informatie voor ouders
Pagina-inhoud Iedere levensfase van uw kind roept nieuwe vragen op. Op deze pagina vindt u informatie over opvoeden in overzichtelijke categorieën. Heeft u geen antwoord op uw vraag gekregen? Neem dan contact op met het CJG.
|
Kinderwens
Denk je erover om kinderen te krijgen? Dan kun je al voor de zwangerschap veel doen om ervoor te zorgen dat je toekomstige kind een gezonde start krijgt. Want de gezondheid van een kind begint al voor de bevruchting.
Goed voorbereiden is belangrijk
Vrouwen zijn meestal al 2 weken zwanger als ze ontdekken dat ze zwanger zijn. Juist in het begin van de zwangerschap is je ongeboren kind erg kwetsbaar. Gelukkig worden de meeste kinderen gezond geboren. Een goede voorbereiding helpt om de kans op een gezonde zwangerschap te vergroten.
Vragen
Heb jij of je partner een ziekte, of komt er in de familie een ziekte voor? Gebruik je wel eens medicijnen? Ook zonder recept? Zijn er risico's op je werk of dat van je partner? Verliep een vorige zwangerschap met problemen?
Heb je dit soort vragen? Of wil je graag advies over wat je zelf kunt doen om zo gezond mogelijk zwanger te worden? Op deze website vind je belangrijke informatie over een goede voorbereiding op de zwangerschap. Ook kun je voordat je zwanger wordt advies vragen aan je huisarts, verloskundige of gynaecoloog.
Kinderwensspreekuur
Het kinderwensspreekuur heeft als doel je zo gezond mogelijk aan een zwangerschap te laten beginnen.
Een gezonde start
De tijd vlak voor je zwanger raakt en de eerste maanden van de zwangerschap, hebben meer invloed dan lang is gedacht. De gezondheid en leefstijl van beide partners blijken van invloed te zijn op de zwangerschap en op de gezondheid van de baby.
Al je vragen stellen
Op het kinderwensspreekuur kun je allerlei vragen stellen.
-
Hoe word ik snel zwanger?
-
Hoe kan ik infectieziektes voorkomen?
-
Hoe kan ik de kans op een kind met een afwijking verkleinen?
-
Kan ik mijn medicijnen blijven gebruiken?
-
Kan mijn kind een ziekte erven?
-
Welke onderzoeken kan ik laten doen?
Afspraak maken
Op het kinderwensspreekuur krijgt je informatie en adviezen over gezond in verwachting raken. Als de verloskundige of huisarts denkt dat er risico's zijn, kan hij of zij je op tijd doorverwijzen. Het is heel gemakkelijk om een afspraak te maken voor een kinderwensconsult bij de verloskundige of huisarts. Veel verloskundigenpraktijken houden kinderwensspreekuren. De verloskundige bij jou in de buurt kun je vinden op de website van de KNOV. Je kunt met je partner gaan of alleen, maar je kunt ook een vriendin of een familielid meenemen.
Vragenlijst
Als je een afspraak hebt gemaakt voor het kinderwens spreekuur kunnen jij en je eventuele partner alvast een vragenlijst invullen. Deze kun je vinden op Zwangerwijzer.nl. Neem deze uitgeprint en ingevuld mee naar de verloskundige of huisarts. Aan de hand van de antwoorden kunnen eventuele risico's makkelijker worden ingeschat.
Wat wordt er nog meer besproken?
De verloskundige of huisarts neemt veel met je door: over familie, erfelijkheid, doorgemaakte ziekten, inentingen, eerdere zwangerschappen (ook abortus en miskraam tellen mee), de medicijnen die je gebruikt, voeding, werk, sporten, enzovoort. Ook de menstruatiecyclus komt aan de orde.
Als je al een tijd zwanger probeert te worden en het lukt niet, zal de verloskundige of huisarts ook naar jouw seksleven vragen. Vrouwen kunnen ook andere dingen bespreken die misschien van belang zijn bij een zwangerschap of bij zwanger worden, bijvoorbeeld ervaring met (seksueel) geweld, besnijdenis en psychische problemen.
Vruchtbaarheid
Van mannen wordt wel eens gezegd dat ze altijd vruchtbaar blijven. Dat klopt, maar het sperma van de man wordt na zijn 45e wel kwalitatief minder. Als vrouw ben je tot je 30e het meest vruchtbaar. Daarna neemt je vruchtbaarheid steeds meer af en heb je steeds minder eicellen. Je kunt daarom het best voor je 35e kinderen krijgen.
Zwanger worden
Als je zwanger wilt worden, is het natuurlijk verstandig om vaker te vrijen. Maar daarnaast is het ook handig om te weten op welke dagen je precies vruchtbaar bent. Bij een regelmatige cyclus heb je een eisprong ongeveer 14 dagen voordat je ongesteld moet worden. Er zijn tegenwoordig ook verschillende tests bij de apotheek of de drogist te koop die voorspellen wanneer je een eisprong hebt. Het beste is om 24 tot 48 uur voor de eisprong met elkaar te vrijen.
Negatieve invloeden
Er zijn veel zaken die de vruchtbaarheid negatief kunnen beïnvloeden, zowel bij mannen als bij vrouwen. Je kunt hierbij denken aan giftige stoffen of chemicaliën, roken, alcohol en drugs. Ook bijwerkingen van geneesmiddelen kunnen een rol spelen bij een verminderde vruchtbaarheid. Daarnaast is je lichamelijke gezondheid van belang. Over- en ondergewicht, eetstoornissen (of extreem afvallen) en zware lichamelijke inspanningen kunnen de vruchtbaarheid verminderen.
Wat is wel goed?
Een gezonde levensstijl is belangrijk voor mannen en vrouwen. Je kunt hierbij denken aan gezonde voeding, voldoende beweging, en stoppen met roken. Ook je psychische gezondheid is belangrijk, neem daarom op tijd rust en vermijd stress.
Wat als het niet lukt?
Ongeveer 80 tot 90 procent van de vrouwen met een kinderwens wordt binnen een jaar zwanger. Misschien ben je niet op de hoogte hoe je zelf de kans op een zwangerschap kan verhogen. Bijvoorbeeld wanneer je vruchtbare dagen zijn en wanneer je dus het best met elkaar kunt vrijen om zwanger te worden.
Als je na een jaar (gericht) proberen nog niet zwanger bent, ga dan naar je huisarts. Hij of zij kan jullie verwijzen naar het ziekenhuis, waar ze nader onderzoek kunnen doen naar de oorzaken. De gynaecoloog (fertiliteitsarts) zal met jullie eventuele vervolgstappen doornemen.
Biologie van de man
Onder de penis hangt de balzak met daarin 2 zaadballen. Ze hangen buiten het lichaam waardoor de zaadballen koel blijven, ongeveer 3 graden lager dan de lichaamstemperatuur. Dat is de juiste temperatuur voor een goede zaadproductie.
Zaadcellen
Binnenin elke bal worden voortdurend zaadcellen (spermacellen) gemaakt. Dus niet alleen als een man vrijt. Als een man klaarkomt, komen de zaadcellen uit de zaadballen, via de penis in de vagina, samen met vloeistof uit de prostaat. De zaadcellen en vloeistof samen heet het 'sperma'.
Bevruchting
De zaadcellen kunnen met een soort staartje zwemmen en zo de eicel opzoeken. Hoe meer zaadcellen en hoe beweeglijker ze zijn, des te beter is de kwaliteit van het zaad en des te groter de kans op een bevruchting. Een zaadcel blijft in het lichaam van een vrouw 3 tot 5 dagen leven.
Meer informatie over het mannelijk geslachtsorgaan vind je op de website Seksualiteit.nl van Rutgers WPF.
Vruchtbaarheid man
Om een eicel te kunnen bevruchten, is het belangrijk dat de man voldoende beweeglijke en gezonde zaadcellen heeft. Dat is nodig, omdat alleen gezonde zaadcellen het vermogen hebben om de eicel ook werkelijk te bereiken en te bevruchten.
Niet te warm
Het is belangrijk voor de kwaliteit van het sperma om je zaadballen (testikels) een beetje koel te houden. Voor een goede aanmaak van sperma is een temperatuur van de zaadballen van ongeveer 34 graden het best.
-
Het is beter om geen strakke onderbroeken te dragen, ook 's nachts niet. Draag voldoende ruime, bij voorkeur katoenen, bovenbroeken.
-
Warme ligbaden en saunabezoek zijn lekker ontspannend, maar minder goed voor de spermakwaliteit.
Lang zitten
Je kunt beter niet te lang achtereen zitten. Mannen met een zittend beroep, bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs, kunnen minder vruchtbaar zijn. De zaadballen worden door het zitten warmer dan wanneer ze vrij hangen.
Een gezonde levensstijl
Een gezonde levensstijl is belangrijk voor de vruchtbaarheid van mannen. Je kunt hierbij denken aan gezonde voeding, voldoende beweging en stoppen met (of vermijden van) chemicaliën, alcohol, roken en drugs.
Voeding
Wat betreft voeding is voldoende inname van vitaminen en mineralen noodzakelijk. Vooral voor de productie van zaadcellen zijn vitamine C en zink belangrijk. Voor mannen geldt dus: eet voldoende verse groenten, vruchten, verse vis, vlees, ei, bruine boterhammen en appelstroop.
Chemicaliën
Werk je in de tuinbouw, bij een schildersbedrijf of in een fabriek? Kijk dan uit met chemicaliën, zoals lood, verf en pesticiden. Chemicaliën hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van sperma.
Leeftijd
Bij mannen heeft de leeftijd veel minder invloed op de vruchtbaarheid dan bij vrouwen. Mannen kunnen vaak tot op hoge leeftijd kinderen verwekken. De kwaliteit van het sperma lijkt bij oudere mannen wel minder te worden. Vanaf 45 jaar worden de zaadcellen namelijk minder beweeglijk en de zaadlozingen worden kleiner. Het aantal afwijkende zaadcellen neemt licht toe.
Zaadlozingen
Veel mannen kunnen het niet geloven, maar het is echt waar! Het sperma van een man wordt minder goed als hij op een dag meerdere zaadlozingen heeft. De voorraad rijpe zaadcellen raakt dan uitgeput. Het zaad is het krachtigst als je om de dag vrijt.
Grieperig, verkouden of koortsig?
Na griep, verkoudheid of koorts is de kwaliteit van het sperma bij de meeste mannen wat minder. Dat wil zeggen: er zijn minder zaadcellen en ze bewegen wat minder snel, waardoor de kans op een zwangerschap iets minder groot is. De aanmaak van nieuw sperma duurt ongeveer een maand. Ongeveer 3 maanden nadat je ziek bent geweest, zijn de zaadcellen weer van dezelfde kwaliteit.
Biologie van de vrouw
De vagina ligt binnenin het lichaam van de vrouw en is bedekt door 2 paar schaamlippen, de buitenste en de binnenste. Binnenin de vagina kom je bij de baarmoedermond uit. Dat is het einde van de baarmoederhals. Die gaat over in de baarmoeder en daaraan vast zitten de eileiders. Naast elke eileider zit een eierstok. Dit zijn geen stokjes maar bolletjes, zo groot als een olijf. In die eierstokken zitten eitjes.
Vrijkomen van de eitjes
Ongeveer middenin de menstruatiecyclus van een vrouw wordt er een eitje uit een van de eierstokken gestoten. Zo'n eitje is niet groter dan de punt van een speld. Het belandt in de eileider. In dezelfde tijd wordt het slijm in de baarmoederhals wat dunner, zodat de zaadcellen er makkelijker door kunnen.
Aanmaak van hormonen
Maar middenin de cyclus, als het slijm goed is voor de zaadcellen, kunnen ze daar soms wel 3 tot 5 dagen lang in leven blijven om alsnog een eicel te bevruchten. Het vrijkomen van het eitje en het dunner worden van het slijm wordt in de hersenen van de vrouw geregeld door de aanmaak van hormonen.
Op zoek naar elkaar
Wanneer een man tijdens het vrijen is klaargekomen, komt zijn sperma in de vagina. Alle zaadcellen in het sperma verzamelen zich bij de baarmoederhals en in groepjes zwemmen ze door de 'poort' naar de eileiders. Hier komen de zaadcellen de eicel tegen. Het lukt meestal maar 1 zaadcel om het eitje binnen te dringen. Dat is het begin van de zwangerschap!
Meer informatie over het vrouwelijk geslachtsorgaan vind je op de website Seksualiteit.nl van Rutgers WPF.
Vruchtbaarheid vrouw
Tot je 30e ben je als vrouw het meest vruchtbaar, daarna neemt de hoeveelheid eicellen die je hebt snel af. Het wordt daarom aangeraden om voor je 35e kinderen te krijgen.
Vruchtbare dagen
Een vrouw heeft iedere maand vruchtbare en onvruchtbare dagen. Als je zwanger wilt worden, is het verstandig om in ieder geval seks te hebben op de vruchtbare dagen. Als je vruchtbaar bent, heb je (tot je 30e jaar) elke maand gemiddeld 20 procent kans om zwanger te worden. Dat betekent dat het 1 of meerdere jaren kan duren voordat je zwanger bent, ook als er geen medische problemen zijn.
Gezond gewicht en gezondheid
Voor de vruchtbaarheid is het belangrijk dat je gezond eet en een gezond lichaamsgewicht hebt. Als je onder- of overgewicht hebt dan kan dat een directe weerslag hebben op je vruchtbaarheid. Ook als je ziek bent geweest of langere tijd minder gezond hebt geleefd, kan dit van invloed zijn.
Diëtiste
Om je kansen op zwanger worden te vergroten, vormt gezond leven de basis. Het is een goed idee om advies van een diëtiste in te winnen, en te kijken of je wellicht ook bepaalde vitamine- of mineralentekorten hebt.
Mentaal
Er is goede reden om aan te nemen dat ook spanningen (bijvoorbeeld de spanning over de beslissing voor een kind of het gevoel dat het nu toch echt moet gaan lukken) de vruchtbaarheid negatief beïnvloeden. Soms worden vrouwen juist zwanger als ze net de hoop hebben laten varen. Het klinkt gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar probeer toch niet te gefixeerd te raken. Misschien helpt een korte vakantie, of je zinnen verzetten op een andere manier.
Na je 35e?
Naarmate je ouder wordt, neemt de kwaliteit van de eicellen af. De kans op een miskraam of een kindje met een aangeboren afwijking is hierdoor wat groter. Als je pas op latere leeftijd aan kinderen begint, is het goed dat je deze risico's kent.
Stoppen met anticonceptie
Een spannende en emotionele dag breekt aan als je voor het eerst gaat vrijen zonder voorbehoedsmiddelen. Tot nu toe heb je meestal je best gedaan om juist niét zwanger te worden en nu is alles anders.
Je lichaam heeft tijd nodig
Misschien denk je dat je meteen in verwachting raakt, maar dat komt niet zo vaak voor. Als je stopt met de pil, is je menstruatiecyclus soms niet meteen regelmatig en als je de prikpil gebruikte kan een normale cyclus enkele maanden op zich laten wachten. Het lichaam van een vrouw heeft tijd nodig om de natuurlijke cyclus te herstellen.
Hormoonstaafje
Gebruik je een hormoonstaafje als voorbehoedsmiddel, dan kun je dat door de huisarts laten verwijderen. Hetzelfde geldt voor een spiraaltje. Ook als een hormoonstaafje is weggehaald, kan het enige tijd duren voor je cyclus weer normaal is. Als een spiraaltje is verwijderd, kun je wel meteen zwanger raken.
Vruchtbare dagen
Om te beginnen kun je gewoon spontaan en op goed geluk vrijen. Zwanger worden lukt niet altijd meteen, dat is normaal. Van de stellen met een kinderwens is 80 procent binnen een jaar zwanger.
Vrijen op de meest gunstige dagen
Als je na een half jaar nog niet zwanger bent geraakt, kun je ervoor kiezen om te vrijen op dagen die gunstig zijn om zwanger te worden. Je hebt als vrouw 2 tot 3 vruchtbare dagen per cyclus. Je kunt zelf uitrekenen welke dagen dat zijn. Dit heet ook wel 'Natural Family Planning' (NFP).
Vruchtbare dagen berekenen
Als je zwanger wilt worden, kun je het best vrijen in de dagen voor de eisprong (ovulatie). Dat kan wel tot 5 dagen voor de eisprong zijn, omdat het sperma ongeveer 3 tot 5 dagen in leven blijft.
-
Meestal is de eisprong 2 weken voor de menstruatie.
-
In de periode vóór de ovulatie tot en met de dag van de ovulatie kun je het best om de dag vrijen.
-
Bij een cyclus van 28 dagen gaat het om de dagen 10 tot en met 15 na het begin van de laatste menstruatie.
-
De 3 dagen rond de eisprong ben je het vruchtbaarst.
Belangrijke lichaamssignalen van een eisprong
-
De schommelingen in de basistemperatuur van je lichaam. Het gaat hier om de lichaamstemperatuur, opgenomen 's ochtends voordat je uit bed komt.
-
De verandering van de afscheiding. Enkele dagen voor de eisprong produceren de kliertjes in de baarmoederhals een speciaal soort slijm. Je kunt het aan de buitenkant van de vagina zelf vaststellen. Dit slijm is helder en glanzend (als rauw eiwit), soms ook draderig. Dan ben je vruchtbaar. Als de vruchtbare dagen voorbij zijn, verandert het slijm weer en wordt het heldere slijm witter en dikker. De slijmverandering duurt 3 tot 4 dagen.
-
De verandering van de baarmoedermond. Ook de baarmoederhals verandert in de loop van de cyclus. Als je vruchtbaar bent, is de baarmoedermond zo zacht als je oorlel of lippen en hij staat een beetje open. Buiten deze vruchtbare dagen is de baarmoedermond harder (als het topje van je neus) en gesloten. Deze veranderingen van de baarmoedermond kan een vrouw door inwendig zelfonderzoek herkennen.
-
Sommige vrouwen kunnen de eisprong voelen: een beetje kramp of pijn links of rechts onderin de buik. Vaak hebben vrouwen dan ook extra zin om te vrijen. Dat is allemaal de invloed van de hormonen.
Temperatuur meten
Als je een onregelmatige cyclus hebt, kun je je eisprong vaststellen door je eigen lichaamstemperatuur te meten.
-
Doe dat elke keer op dezelfde manier en op hetzelfde tijdstip, op een rustig moment.
-
Houd deze informatie netjes bij door het tijdstip en de temperatuur op te schrijven.
-
Je zult zien dat je temperatuur soms dagen achtereen laag is en dan met ongeveer 0,4 graden stijgt. De echte eisprong moet dan 1 of 2 dagen voor die tijd zijn geweest.
Dit temperaturen moet je enkele maanden volhouden, zodat je het patroon leert kennen. Dan kun je beter inschatten wanneer je het best kunt vrijen: namelijk enkele dagen voor de te verwachten eisprong.
Manier van vrijen
De manier waarop je vrijt, speelt ook een beetje mee. De 'missionarishouding' (de man boven en de vrouw onder) geeft een grotere kans op een zwangerschap, omdat de zaadcellen dan makkelijker omhoog kunnen zwemmen. Daarbij is het ook goed dat de vrouw na het vrijen even (ongeveer 15 minuten) blijft liggen, zodat een deel van het sperma niet uit de vagina loopt als ze opstaat na het vrijen.
Ovulatietest
Een ovulatietest meet de hoeveelheid LH (luteïniserend hormoon) in je urine. Dit hormoon zorgt ervoor dat er een eicel vrijgegeven wordt. De ovulatietest meet een stijging van dit hormoon en stelt de dagen vast waarop je het best kunt vrijen. Ovulatietesten zijn bij de drogist of de apotheek te koop.
Hersteloperatie
Mannen die zich ooit hebben laten steriliseren, kunnen daar door verschillende oorzaken later spijt van krijgen: het leven kan immers veranderen. Vandaar dat mannen die zich nu laten steriliseren er soms voor kiezen wat zaad in te laten vriezen.
Herstelpoging
Tevens is het mogelijk om een poging te doen de sterilisatie te herstellen, waarbij de chirurg zal proberen de zaadleiders weer met elkaar te verbinden en doorgankelijk te maken. Deze operatie valt onder het specialisme microchirurgie. De ingreep kan gedaan worden onder plaatselijke verdoving. De ingreep wordt niet door alle verzekeringen vergoed.
Slaagkans
De kans van slagen bij deze ingreep is ongeveer 50 procent. Soms is een deel van de zaadleider te zeer beschadigd en is herstellen moeilijk. Ook als het wel lukt de zaadleiders weer te herstellen, geeft dat nog niet de garantie dat de vruchtbaarheid geheel terug is. Soms vormt het lichaam namelijk antistoffen die de kwaliteit van het sperma verminderen.
Kans op meerling
De kans op het krijgen van een meerling is niet zo groot. De meeste meerlingen zijn tweelingen. Je hebt 1,6 procent kans op het krijgen van een tweeling. 3 of meer baby's tegelijk krijgen, komt heel weinig voor. Moderne vruchtbaarheidstechnieken zorgen voor een groter aantal meerlingen dan vroeger.
Twee-eiige tweeling
Een twee-eiige tweeling komt het meest voor. Een twee-eiige tweeling ontstaat uit 2 eicellen en 2 afzonderlijke zaadcellen. Deze baby's kunnen hetzelfde geslacht hebben, maar het hoeft niet. Ze lijken net zoveel op elkaar als een gewone broer en zus.
Eeneiige tweeling
Een eeneiige tweeling komt minder vaak voor dan een twee-eiige tweeling. Bij een eeneiige tweeling is er een bevruchte eicel, die zich deelt in 2 identieke embryo's van hetzelfde geslacht. Dat betekent dat als je een eeneiige tweeling krijgt, dan krijg je of 2 jongetjes of 2 meisjes die sterk op elkaar lijken. Het kan zijn dat ze ieder hun eigen vruchtwaterzak en placenta hebben. Maar het kan ook zijn dat ze samen in een vruchtwaterzak zitten, en samen een placenta hebben.
Erfelijkheid
Komen er in je familie twee-eiige tweelingen voor, dan heb je wat meer kans op zwanger worden van een twee-eiige tweeling. Soms komen er bij de vrouwen in een bepaalde familie meer eitjes vrij bij de ovulatie. Ook als dit in de familie van je vader voorkomt, heb je een grotere kans op een meerling. Verder heb je iets meer kans op het krijgen van een meerling als je wat ouder bent en als je al meerdere kinderen hebt gekregen.
Kans bij IVF groter
De kans om bij een IVF-behandeling zwanger te worden van een meerling, is afhankelijk van het aantal bevruchte embryo's dat bij één behandeling wordt teruggeplaatst. Het aantal meerlingen dat uit een IVF-behandeling ontstaat, is kleiner dan vroeger. Dat komt omdat er minder bevruchte eicellen tegelijkertijd worden teruggeplaatst dan voorheen. De kans op een zwangerschap als er één bevruchte eicel wordt gebruikt, is groter dan vroeger. In 2009 kreeg ruim 10 procent van de vrouwen die een IVF-behandeling hadden ondergaan, een meerling.
Risico's
De kans op problemen is bij een meerlingzwangerschap groter dan wanneer je zwanger bent van één baby.
Vruchtbaarheidsproblemen
Het lijkt zo'n natuurlijk iet: zwanger worden. En toch hebben steeds meer vrouwen ermee te maken dat het niet lukt. Dat komt ook doordat we in Nederland op steeds latere leeftijd proberen zwanger te raken. En als vrouw ben je op je 35e nu eenmaal veel minder vruchtbaar dan op je 20e.
Wat kun je zelf doen?
Als je zwanger wilt worden, zijn er manieren voor man en vrouw om de vruchtbaarheid te bevorderen. Het gaat hier om eenvoudige leefregels en tips, van gezond eten tot op de juiste momenten vrijen. De meest algemene leefregel is: niet roken, geen alcohol drinken en voor vrouwen met name: gezond eten.
Wanneer is nader onderzoek nodig?
Een jaar proberen zonder zwanger te worden, is nog niet zo zorgwekkend. Zeker als je nog onder de 30 bent. Duurt het langer en ben je ouder dan 30, of heb je duidelijk klachten? Dan is het hoe dan ook verstandig om je huisarts op te zoeken en te laten onderzoeken waar het aan zou kunnen liggen. Het liefst binnen een half jaar.
Wanneer het echt niet lukt
Er zijn verschillende oorzaken waarom het niet lukt om zwanger te worden. Ook zijn er diverse mogelijke behandelingen. Wanneer behandelingen niet aanslaan of lukken, kun je eventueel nog verschillende alternatieven overwegen, als je hier voor open staat.
Oorzaken onvruchtbaarheid
Ben je na een jaar nog niet zwanger? Dan kun je een afspraak maken met je huisarts of met een gynaecoloog. Hij zoekt dan uit wat de reden is dat je nog niet zwanger bent.
Gezond leven
Voor beide partners geldt dat gezond leven (goed en gezond eten, een gezond gewicht, genoeg ontspanning en beweging) helpen bij verbetering van de vruchtbaarheid. Daarnaast zijn er andere mogelijke oorzaken die zwanger worden in de weg kunnen staan, zoals teveel stress, schadelijke stoffen en genotmiddelen (sigaretten, drugs en alcohol).
Medische oorzaken
Er kunnen diverse medische redenen zijn die de vrouw en de man onvruchtbaar of verminderd vruchtbaar maken. Bijvoorbeeld als:
-
de zaadcellen van de man niet vruchtbaar zijn;
-
de eileiders van de vrouw verstopt zijn;
-
de eicellen van de vrouw niet vruchtbaar zijn;
-
de eicellen niet goed in kunnen nestelen;
-
de vrouw hormonale problemen heeft.
Soms blijft de oorzaak onbekend of gaat het om een combinatie van verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw en de man.
Zelfonderzoek
Als het maar niet lukt om in verwachting te raken, kan dat heel verdrietig zijn. Je verlangt naar een kind. Je hebt je misschien al goed voorbereid en je leven aangepast.
Gevoelens
Intussen hebben vrienden of collega's die pas later een kindje wilden al een baby in de wieg. Natuurlijk gun je ze dat, maar het is een grote teleurstelling en het kan voelen als onrechtvaardig dat bij jullie nog geen kind in aantocht is. Andere mensen weten of begrijpen niet altijd hoe sterk die gevoelens kunnen zijn en hoe die van invloed zijn op jullie leven.
Wat kun je zelf doen?
Als je na 6 tot 12 maanden proberen nog niet zwanger bent, kun je om te beginnen nagaan of je elke maand een eisprong hebt. Dat is mogelijk met de 'temperatuurmethode'. Maar doe dat alleen als je al enige tijd vergeefs hebt geprobeerd om zwanger te worden. Begin er niet te snel mee. Veel mensen raken zo geobsedeerd door hun cyclus dat ze niet meer spontaan en met plezier vrijen.
Hoe werkt de temperatuurmethode?
Om te beginnen moet je weten dat de lichaamstemperatuur stijgt zodra de eisprong voorbij is. Het verschil met je normale temperatuur is die dag ongeveer 0,3 tot 0,5 graden. De temperatuur daalt weer als je opnieuw ongesteld wordt. Als je zwanger wordt, blijft je temperatuur wat verhoogd.
-
Elke ochtend vóór het opstaan of naar de wc gaan en wassen neem je je temperatuur op.
-
Die noteer je in een grafiek.
-
Zodra de temperatuur 0,3 tot 0,5 graden hoger is, ben je dus te laat om te vrijen voor de eisprong, want die is dan al geweest.
Een voorbeeld
Stel je temperatuur is altijd 36,5 graden en de dag na de eisprong stijgt je temperatuur 0,3 graden, dus naar 36,8 graden.
-
Je kijkt op welke dag dit is in je cyclus. Stel dit is de 15e dag.
-
Als dat na 3 maanden steeds de 15e dag is, weet je dat je eisprong de 14e dag was en dat je op de dagen ervoor kunt vrijen om de kans op een zwangerschap zo groot mogelijk te maken.
Tip
Een temperatuurcurve is ook handig om mee te nemen als je naar de dokter gaat omdat je nog steeds niet zwanger bent. Er is dan snel inzicht in een van de meest voorkomende problemen: wel of geen eisprong.
Kinderwensspreekuur
Je kunt ook een afspraak maken bij een verloskundige met een kinderwensspreekuur of je huisarts. Kijk voor verloskundigen met een kinderwensspreekuur op de website van de KNOV.
Medische oorzaken bij de vrouw
Wanneer je vruchtbaar bent, produceren de eierstokken gezonde eicellen en laten deze op tijd los. Het slijm in de baarmoedermond is daarbij ook van belang.
Gezondheid
Je hormoonhuishouding moet goed op orde zijn net als de gezondheid van je organen in je buik. Een blindedarmontsteking, een ontstoken eierstok of endometriose (een aandoening van binnenbekleding van de baarmoeder) kunnen de vruchtbaarheid verminderen. Vleesbomen (goedaardige gezwellen in de baarmoeder) kunnen ook negatief werken. Medisch onderzoek kan je over al deze zaken meer duidelijkheid geven.
Vaginisme
Wanneer je als vrouw vaginisme (moeite om de penis binnen te laten) hebt, dan is zwanger worden lastig. Je kunt advies vragen bij een seksuoloog of gynaecoloog, misschien een doorverwijzing naar een therapeut. Eventueel kan het kunstmatig inbrengen van sperma een alternatief zijn.
Schildklieraandoening
Naar schatting hebben 850.000 mensen in Nederland een schildklieraandoening. Bij vrouwen komt een schildklieraandoening 4 tot 8 keer vaker voor dan bij de man. Daarom is het goed om extra alert te zijn bij een zwangerschap. Een slecht functionerende schildklier beïnvloedt het zwanger worden en heeft gevolgen voor moeder en kind tijdens de zwangerschap en de bevalling en ook voor de periode na de bevalling. De Schildklierstichting Nederland heeft de website Weekvandeschildklier.nl gelanceerd met meer informatie.
Medische oorzaken bij de man
Ook de man kan verminderd vruchtbaar zijn. Dit houdt vaak in dat de kwaliteit van het sperma onvoldoende is.
Onderzoek
Een onderzoek naar de kwaliteit van het sperma is de manier om dit vast te stellen. Het enige wat daarvoor nodig is, is dat de man een potje sperma inlevert. Als de kwaliteit van het zaad slecht is, wordt gekeken of er een medische oorzaak is. Het kan natuurlijk ook zijn dat bijvoorbeeld een hersteloperatie na een sterilisatie is mislukt.
Antistoffen
Bij 70 procent van de mannen die eerder gesteriliseerd waren, komen antistoffen tegen zaadcellen voor. Die blijven actief na een hersteloperatie. Soms ontstaan ook antistoffen na een ontsteking. Bij het overgrote deel van de mannen met antistoffen tegen zaadcellen is de vruchtbaarheid duidelijk minder, maar er zijn ook mannen met antistoffen die normaal vruchtbaar zijn.
Extern onderzoek
Als het niet lukt om zwanger te worden, kun je een vruchtbaarheidsonderzoek laten doen. In eerste instantie gaat het om een gesprek met de arts en een kort lichamelijk onderzoek, eventueel aangevuld met een echo(grafie).
Onderzoek bij man en vrouw
De volgende stappen zijn een onderzoek naar de spermakwaliteit bij de man en een bloedonderzoek bij de vrouw. Bij dit laatste onderzoek wordt gekeken naar afweerstoffen tegen rodehond en chlamydia. Dit zijn ziekten die de vruchtbaarheid kunnen schaden.
Lichamelijk onderzoek en echo
Als het resultaat van deze onderzoeken onvoldoende duidelijkheid biedt, kunnen ook de baarmoeder en de eierstokken onderzocht worden. Dat gebeurt via een vaginaal onderzoek en een echo(grafie). Ook kan er met de echo gezien worden of er rijpende eicellen aanwezig zijn.
Baarmoederslijm
Het vaginaal baarmoederonderzoek houdt in dat er uitstrijkjes gemaakt worden om het baarmoederslijm te onderzoeken. Deze uitstrijkjes vinden plaats ongeveer 5 dagen, 3 dagen en 1 dag voor de te verwachten eisprong. Er wordt gekeken of je genoeg slijm produceert en of het slijm voldoende doorgankelijk is voor de zaadcellen.
Bloedonderzoek
Via bloedonderzoek (in combinatie met vragenlijsten) wordt gekeken of de juiste hormonen in de juiste hoeveelheid in je bloed aanwezig zijn. Op deze manier wordt de werking van de eierstokken onderzocht en hieruit is af te leiden of je een eisprong hebt en hoe vaak je dat hebt.
Poliklinische kijkoperatie
Een laatste mogelijkheid om meer duidelijkheid te krijgen, is een poliklinische kijkoperatie (laparoscopie). Hierbij worden de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken van binnen bekeken en onderzocht op eventuele afwijkingen.
Sperma-analyse
Bij een sperma-analyse wordt gekeken naar de bijdrage van de man: hoeveel zaadcellen bevat een zaadlozing en wat is de kwaliteit en de vorm van de cellen en de beweeglijkheid ervan?
Echografie bij de man
Als uit de sperma-analyse blijkt dat er geen tot weinig bewegende zaadcellen zijn, kan een echo(grafie) gemaakt worden van de zaadballen om te zien of er niet ergens een blokkade is die de zaadcellen tegenhoudt.
Naar de gynaecoloog
Als je na een jaar nog niet zwanger bent, en je wilt nog steeds graag zwanger worden dan is het verstandig om een afspraak te maken met je huisarts of verloskundige. Als de huisarts of verloskundige geen oorzaak vindt voor een uitblijvende zwangerschap, zal hij of zij je doorverwijzen naar een gynaecoloog.
Niet zwanger worden
Ook bij complexe vruchtbaarheidsproblemen verwijst de huisarts of de verloskundige je naar de specialist. In de loop van de jaren is duidelijk geworden dat bij ongeveer 3 op de 10 paren de oorzaak van het uitblijven van een zwangerschap bij de vrouw ligt. Bij 3 op de 10 bij de man. En bij 3 op de 10 bij beiden. Bij 1 op de 10 paren wordt uiteindelijk geen oorzaak gevonden. De leeftijd van de vrouw is een belangrijke factor bij het wel of niet zwanger raken.
Signalen
In de volgende gevallen is het verstandig om meteen voor advies naar je huisarts te gaan. Je huisarts kan je dan adviseren en eventueel doorverwijzen naar een gynaecoloog.
-
Als je nooit of bijna nooit menstrueert.
-
Als je een cyclus hebt van korter dan 24 dagen. De cyclus duurt van de eerste dag van de menstruatie tot de eerste dag van de volgende menstruatie.
-
Als je een cyclus hebt van langer dan 35 dagen.
-
Als er in het verleden vruchtbaarheidsproblemen waren die nu nog kunnen bestaan.
-
Als je een aangeboren afwijking hebt die mogelijk onvruchtbaarheid tot gevolg kan hebben.
-
Als je ooit een medische behandeling hebt ondergaan waarvan de arts heeft vertelt dat die onvruchtbaarheid tot gevolg kan hebben.
-
Als je ooit een chlamydia- of gonorroe-infectie hebt doorgemaakt (dit zijn geslachtsziekten).
-
Als je ooit een ontsteking van een eileider hebt gehad.
-
Als bij de man ooit is vastgesteld dat hij zwak zaad heeft.
-
Als er problemen zijn tijdens het vrijen, zoals bijvoorbeeld pijn of impotentie.
Behandelingen
Wanneer het niet lukt om zwanger te worden en de oorzaak daarvan is vastgesteld via onderzoek, dan kan er gekozen worden voor een passende behandeling.
Problemen bij de vrouw
Meestal doen zich bij de vrouw problemen voor met de eicellen of met de eisprong. De medische behandelingen die daarbij mogelijk zijn, zijn een hormoonbehandeling en een reageerbuisbevruchting (IVF). Andere mogelijkheden zijn In Vitro Maturatie en een eiceldonor.
Problemen bij de man
De vruchtbaarheidsproblemen bij de man hebben veelal met de kwaliteit van het sperma te maken. Het kan zijn dat er geen, heel weinig of slecht sperma is. De vruchtbaarheidbehandelingen daarvoor zijn MESA, PESA en TESE.
Kunstmatige bevruchting
Soms is het mogelijk om via een kunstmatige bevruchting zwanger te worden. Hierbij kun je denken aan kunstmatige inseminatie en inseminatie met donorzaad.
Kunstmatige bevruchting
Als de zwangerschap niet spontaan ontstaat, biedt de medische wetenschap verschillende mogelijkheden om de natuur een handje te helpen.
Insemineren
Kunstmatige inseminatie (KI) houdt in dat het sperma met een spuitje tot voor de baarmoedermond gebracht wordt. Dat kan een zaadcel van de eigen partner zijn. Dit noemen ze KIE. KIE staat voor kunstmatig inseminatie met eigen zaad. Als het nodig is, kan het zaad eerst nog verbeterd worden door alleen de 'snelle zaadcellen' eruit te pikken en die in te spuiten. Dit heet IUI (intra-uteriene inseminatie). In sommige ziekenhuizen spuit men ook grotere hoeveelheden van dit 'snelle zaad' hoog in de baarmoederholte. Deze techniek bevindt zich echter nog in de onderzoeksfase.
Inseminatie met donorzaad
Eén van de mogelijkheden bij inseminatie is het laten inspuiten van zaad van een donor. Dat noemen ze KID. KID staat voor kunstmatige inseminatie met donorzaad. De regels rondom het donorschap zijn veranderd: het mag niet meer anoniem. Hierdoor willen minder mannen zaaddonor zijn. Gevoelsmatig is het natuurlijk ook een hele grote stap om te besluiten tot insemineren met het zaad van een donor. Doe dit daarom nooit overhaast en praat er samen heel goed en eerlijk over.
Alleenstaanden en lesbische stellen
Omdat er niet veel donorzaad beschikbaar is, hanteren sommige ziekenhuizen het beleid dat ze voorrang geven aan stellen die om medische redenen donorzaad nodig hebben. Dit geldt niet overal: je kunt bellen met klinieken en vragen wat hun regels hierin zijn.
Meer weten?
Er is een vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen: Freya. Zij hebben veel ervaring met vruchtbaarheidsbehandelingen. Ze weten ze veel over de emoties die daarbij komen kijken. Ook houden ze een overzicht bij van wachtlijsten voor de diverse behandelingen in ziekenhuizen.
Hormoonpreparaten en IVF
Bij sommige vrouwen rijpen de eitjes wel, maar komt de eisprong niet tot stand. Als je geen eisprong hebt, kun je niet zwanger worden.
Hormonen
Een mogelijkheid om de eisprong te bevorderen, is het gebruik van hormoonpreparaten. Dit noemt men ovulatie-inductie. Het gebruik van hormonen die de eisprong bevorderen, verhoogt de kans op meerlingzwangerschappen. Daarom wordt je meestal ook aan medische controles onderworpen. Er wordt regelmatig bloedonderzoek gedaan en een echo gemaakt. Alleen als je niet te veel rijpe eitjes hebt (en wel voldoende!) dan mag je gaan vrijen om te proberen zwanger te worden.
Reageerbuisbevruchting
Bij een reageerbuisbevruchting (In Vitro Fertilisatie: IVF) haalt de arts met een naald enkele rijpe eicellen bij de vrouw weg, nadat zij hormonen heeft gekregen die de eicelrijping bevorderen. Deze eicellen komen in een reageerbuis samen met de zaadcellen van de man. Na enkele dagen worden 1 of 2 bevruchte eicellen (beginnende embryo's) in de baarmoeder geplaatst. Als de beweeglijkheid van het sperma niet zo sterk is, dan kan de arts eventueel een zaadcel in de eicel injecteren.
Cryopreservatie
De overgebleven embryo's kunnen worden ingevroren: dit heet cryopreservatie. Als er een ingevroren embryo wordt teruggeplaatst is de kans op een zwangerschap 10 procent.
De ingreep bij de vrouw
Reageerbuisbevruchting is enigszins belastend voor de vrouw, omdat er een eicel aangeprikt moet worden door de buik heen. De ingreep is meestal kort, maar het aanprikken van de eicel (de follikel eromheen) kan pijnlijk zijn. Het beleid voor de pijnstilling verschilt per ziekenhuis en de ervaringen per vrouw verschillen ook. Laat je hierover daarom goed voorlichten.
In Vitro Maturatie en eiceldonor
Bij sommige vrouwen rijpen de eitjes niet, of niet voldoende. Dan zijn er 2 mogelijkheden.
In Vitro Maturatie
In Vitro Maturatie is een nieuwe techniek die lijkt op reageerbuisbevruchting (IVF). Ook hier wordt een eicel en een zaadcel samengebracht. Alleen hoeft de eicel op het moment van oogsten nog niet rijp te zijn. Er worden onrijpe cellen gebruikt, die ongeveer 30 uur in het laboratorium worden 'gerijpt'.
Deze techniek staat echter nog wel in de kinderschoenen. Het voordeel ervan is dat de vrouw geen hormonen hoeft te slikken. Hierdoor daalt de kans op een meerlingzwangerschap.
Eiceldonor
Het is ook mogelijk dat je een eicel gebruikt van een andere vrouw. Deze vrouw is dan eiceldonor. Het geeft een goede kans om zwanger te worden. Maar de grootste drempel is dat het kind niet je eigen genetisch materiaal krijgt. In feite is de eiceldonor de 'biologische moeder', ook al ben je zelf zwanger.
Aan deze behandeling zitten nogal wat haken en ogen. Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO heeft samen met diverse partijen, waaronder de NVOG, een Modelprotocol Embryowet opgesteld.
MESA, PESA en TESE
Er zijn verschillende vruchtbaarheidsbehandelingen voor de man.
MESA
Mannen die geen levend zaad in hun sperma hebben, kunnen in aanmerking komen voor een MESA behandeling: Microchirurgische Epididymale Sperma Aspiratie. Hierbij worden levende zaadcellen opgezogen uit de bijbal. Voor deze ingreep gaat de man onder narcose. De ingreep wordt gedaan door een uroloog, met behulp van een microscoop.
PESA
Vrijwel dezelfde behandeling kan ook zonder microscoop gedaan worden. Dit heet Percutane Epididymale Sperma Aspiratie (PESA). Hier komt dan een kleine injectienaald aan te pas en de man wordt alleen plaatselijk verdoofd. Deze behandeling is poliklinisch en wordt uitgevoerd door een uroloog. Het zaad wordt direct getest, eventueel is er meer zaad nodig en wordt er ook in de andere bijbal geprikt. Als er voldoende zaad is verkregen, wordt dit ingevroren.
TESE
TESE staat voor 'Testiculaire Sperma-Extractie'. Deze techniek is lastig en wordt daarom slechts in 2 ziekenhuizen in Nederland uitgevoerd: in Amsterdam en in Nijmegen. Hierbij worden er operatief zaadbuisjes verwijderd uit de testikels. Met een zeer klein naaldje worden de zaadbuisjes 'leeg gestreken'. De beweeglijke zaadcellen uit de zaadbuisjes worden vervolgens ingevroren en later in een eicel ingespoten.
Alternatieven
Als je geen kinderen kunt krijgen, althans als het langs de natuurlijke weg niet lukt, dan betekent dit nog niet dat je de rest van je leven geheel kinderloos blijft. Ook al zijn de kansen op een eigen kind voorbij, er zijn genoeg kinderen die behoefte hebben aan aandacht en genegenheid. Ook kun je bijvoorbeeld een rol van betekenis spelen in het leven van neefjes en nichtjes.
Pleegkinderen en adoptiekinderen
Je kunt pleegouder worden of een kind adopteren. Beide situaties zijn natuurlijk anders dan zelf een kind krijgen, dat van eigen vlees en bloed is. Of je dit verschil kunt accepteren en hoe je het beleeft, is voor elk persoon anders.
Gevoelskwestie
Als je heel sterk verlangd hebt naar een kind van jezelf en het is niet gelukt, dan kan het moeilijk zijn om de stap te zetten naar een ander kind. Een adoptiekind of pleegkind zal nooit helemaal die leegte opvullen van het niet zwanger kunnen worden. Je kunt het best eerst de tijd nemen om die gevoelens te verwerken, voordat je kiest voor een pleegkind of een adoptiekind.
Adoptie
Adoptie is al lange tijd een alternatief voor mensen die geen kinderen (meer) kunnen krijgen. Op dit moment kan het tussen de 3 en 6 jaar duren voor je een kind kunt adopteren. Dit is mede afhankelijk van je situatie en van wat je wilt.
Waarom zijn er zo weinig adoptiekinderen?
De reden hiervoor is dat kinderen steeds meer in eigen land worden geadopteerd. En in Nederland zelf zijn er niet zoveel kinderen die voor adoptie in aanmerking komen. Momenteel worden er jaarlijks ongeveer 15 Nederlandse kinderen ter adoptie afgestaan. De overige adoptiekinderen komen uit het buitenland zoals Korea, China, Afrika of Zuid-Amerika. Als je een kind adopteert, krijgt het kind jullie achternaam.
Voorwaarden om adoptieouder te worden
Als je overweegt een kind te adopteren, kun je allereerst contact opnemen met de stichting adoptievoorzieningen. Bij hen kun je informatie inwinnen en een aanvraagformulier indienen. Je wordt dan ook uitgenodigd om deel te nemen aan een voorlichtings- en voorbereidingstraject. Dit is verplicht.
Over leeftijd
Als je ouder bent dan 42 jaar (maar nog geen 46) kom je alleen in aanmerking voor een kind, dat op het moment dat de procedure start al minimaal 2 jaar is of een handicap heeft. Beide zaken moet je goed overwegen. Bij een zichtbare handicap weet je wat er aan de hand is. Bij een kind waar meer dan 2 jaar niet goed voor gezorgd is, kan emotionele schade zijn ontstaan. Dit openbaart zich vaak pas in de vroege puberteit.
Alleenstaand?
Als je alleenstaand bent en een kind wilt adopteren, dan kan dat ook. Je mag dan bij de start van de procedure nog geen 44 jaar zijn. Het is echter wel zo dat in veel landen getrouwde mensen voorrang krijgen.
Draagmoeder
Homoseksuele stellen en vrouwen die niet zwanger kunnen worden of niet in staat zijn een zwangerschap uit te dragen, kunnen voor een draagmoeder kiezen.
Het biologische moederschap
In Nederland is het niet meer mogelijk om draagmoederschap via IVF te doen. Dit betekent dat het binnen Nederland alleen mogelijk is om het zaad van de vader en de eicel van de draagmoeder te combineren. Kortom: het wordt het kind van je partner en een andere vrouw. De draagmoeder staat het kind vervolgens af aan jou via stiefouderadoptie. Hetzelfde geldt voor een zaaddonor.
Betaling is verboden
Draagmoeder zijn tegen betaling is bij de wet verboden en strafbaar. Je mag geen kind kopen, hoe graag je ook een kindje zou willen. Draagmoederschap uit menslievendheid of vriendschap mag natuurlijk wel. Hierover wordt vaak heel verschillend gedacht. Er zijn landen waarin het bijvoorbeeld heel gewoon is om één van je kinderen aan je zus te geven.
Afspraken
Als je draagmoederschap overweegt, realiseer je dan dat je van te voren ontzettend goede afspraken met elkaar moet maken. Informeer je ook goed over alle juridische zaken die erbij komen kijken. Maar ook over alle mogelijke spanningen die kunnen ontstaan en hoe je die kunt oplossen.
Gevoelskwestie
Het verschil tussen bedenken dat je een kind gaat krijgen en daadwerkelijk een kind in je armen houden is heel groot. Er kunnen gevoelens bijkomen die je niet had verwacht. Dit geldt ook voor draagmoeders. Er kan bijvoorbeeld een band ontstaan tussen de draagmoeder en het kind, ook al is het aan jou gegeven. Maar het kan ook zijn dat de draagmoeder vindt dat jij de opvoeding beter zou moeten doen of dat je niet zo ver weg moet gaan wonen. Dat geeft natuurlijk wrijvingen. Toch zijn er veel gevallen bekend waarin het draagmoederschap een succes is. Dus als de mogelijkheid zich aandient, is het daarom zeker de moeite waard om er samen eens over te praten.
Pleegzorg
Natuurlijk is het prachtig als je wat ruimte in je hart en je huis hebt om een kind op te vangen.
Als je ongewenst kinderloos bent is het over het algemeen aan te raden om eerst het rouwproces daarover af te sluiten, voordat je begint aan pleegkinderen. Anders leg je misschien te veel verwachtingen op het pleegkind en krijg je het zelf zwaar, zo blijkt in de praktijk.
Er zijn verschillende vormen van pleegzorg
Er is tijdelijke pleegzorg, regelmatige pleegzorg en langdurige pleegzorg. Bij deze mogelijkheden zijn er verschillende varianten mogelijk. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je een kind voor een korte periode bij je hebt, omdat de problemen thuis snel opgelost kunnen worden. Maar het kan ook zijn dat een kind regelmatig bij je komt of zelfs voor lange tijd bij je komt wonen.
Het wordt nooit je eigen kind
Een pleegkind wordt nooit je eigen kind. Zolang de biologische ouders leven, is er een kans dat het kind op een gegeven moment weer teruggaat naar de ouders. Bijvoorbeeld omdat hun situatie verbeterd is en ze weer in staat zijn voor hun kind te zorgen. Soms kan dit voor pleegouders erg pijnlijk zijn, omdat de rechten van pleegouders veel minder sterk zijn dan die van biologische ouders.
Nooit helemaal zonder problemen
Pleegkinderen hebben natuurlijk een geschiedenis die ze meedragen. De meeste kinderen zijn ook in zekere mate beschadigd, doordat ze bij hun ouders zijn weggehaald. Je merkt dat aan hun gedrag. Vooral rust en aandacht helpt vaak enorm. Als het beter gaat en je ziet het kind opbloeien, dan maakt dat het pleegouderschap ook vervullend. Jonge baby's kunnen zich nog wel hechten aan hun pleegmoeder.
Voorbereidingstijd
Via de stichting Pleegzorg Nederland kun je veel te weten komen over het pleegouderschap en de zorg voor pleegkinderen. Elke regio heeft zijn eigen pleegzorginstelling die regelt dat pleegkinderen geplaatst worden bij pleegouders.
Als je je verder wilt oriënteren op pleegzorg kun je contact zoeken met de pleegzorgafdeling van Jeugdzorg bij jou in de buurt. Je krijgt dan bezoek thuis van een intakemedewerker en je zult een cursus gaan volgen om te bepalen of het pleegouderschap voor jou een goede keuze is
Kun je kiezen?
Je kunt niet zelf een pleegkind kiezen. Wat wel kan, is je voorkeur aangeven voor de leeftijd van het kind. Dit gaat in overleg met de intakemedewerker.
Ongewenste kinderloosheid
Er kan een punt komen waarop je beseft dat het ouderschap niet voor jou is weggelegd. Misschien heb je bijna alles geprobeerd en zijn er alleen nog enkele (medische of alternatieve) opties over die je niet meer wilt of kunt proberen.
Rouwproces
Als je eenmaal beseft en accepteert dat je kinderloos blijft, kom je op een gegeven moment in een rouwproces. Dat proces kan bij mannen en vrouwen verschillend verlopen. Bij vrouwen is het vaak een fysieker gevoel. Het enige wat je kunt doen, is je eigen gevoelens en die van je partner serieus nemen.
Ongrijpbaar verdriet
Eén van de kenmerken van verdriet over ongewenste kinderloosheid is dat je eigenlijk rouwt om iets dat er nooit is geweest. Dat gevoel kan ook vaker in je leven terugkomen, bijvoorbeeld bij het ouder worden en het zien van de kinderen van vrienden en familie bij wie het wel gelukt is. Een ander kenmerk is dat je vaak vragen uit je omgeving krijgt, zoals: "Heb je ook kinderen?" Of: "Wilde jij geen kinderen?"
Wapen je tegen vragen
Om het rouwproces goed in te gaan, is het belangrijk dat je het verdriet erkent en dat je naaste omgeving dit ook doet. Op (soms domme) vragen uit je omgeving kun je bedacht zijn en je voorbereiden. Bijvoorbeeld door een goed standaardantwoord te verzinnen waarmee je ook meteen duidelijk maakt dat je er liever niet over wilt praten.
Acceptatie
Het kan moeilijk zijn om kinderloosheid te accepteren, zeker als je lange tijd heel intensief met kinderen krijgen bezig bent geweest. Als je je aandacht weer verlegt naar andere dingen zal het beter gaan. Het rouwproces is iets waar je zelf door moet. Informatie, ondersteuning of gesprekken kunnen helpen. Uiteindelijk is het zeker mogelijk om ermee in het reine te komen. Het feit dat je zo graag zoveel van een kind zou willen houden, blijft iets moois.
Zwanger!
Misschien had je al een vermoeden dat je wel eens zwanger kon zijn. Als dan de zwangerschapstest positief is, kunnen er ineens een heleboel verschillende gevoelens bij je loskomen: blijdschap, geluk, verwarring, verbazing, onzekerheid, ongerustheid, maar ook een gevoel van "Help! Kan of wil ik dit wel?"
Emoties
Het is allemaal normaal. Een zwangerschap heeft een enorme invloed op je leven, dus het is logisch dat je zoveel verschillende emoties hebt. Er kunnen ineens ook veel vragen bij je opkomen. Hiermee kun je terecht bij een verloskundige bij jou in de buurt, of bij je huisarts.
Ben ik zwanger?
Misschien probeer je al een tijdje zwanger te worden, of misschien is het (nog) niet de bedoeling. Als je weet wat de symptomen zijn van een zwangerschap, kun je misschien eerder ontdekken dat je zwanger bent.
Symptomen zwangerschap
-
Allereerst stopt natuurlijk de menstruatie, of deze wordt veel minder hevig dan normaal.
-
Je borsten kunnen gevoelig zijn en opzwellen en je tepels worden groter en donkerder van kleur.
-
Je moet waarschijnlijk vaker plassen dan normaal.
-
Je kunt last krijgen van je maag (brandend maagzuur) en van verstopping.
-
Je kunt je behoorlijk misselijk (vooral als je opstaat) en rusteloos voelen.
-
Je kunt vaak hoofdpijn krijgen en je kunt je erg moe voelen.
-
Je krijgt misschien last van stemmingswisselingen (snel huilen of snel boos zijn).
-
Je hebt geen zin in ander eten en drinken dan je gewend bent.
-
Of je hebt geen zin in eten en drinken, dat je normaal heel lekker vindt (zoals koffie).
Zwangerschapstest
Als je een aantal van deze symptomen herkent en vermoedt dat je zwanger bent, is het natuurlijk verstandig om zo snel mogelijk een zwangerschapstest te doen. Een zwangerschapstest biedt voldoende zekerheid. Je kunt een zwangerschapstest kopen om het zeker te weten. Deze test is niet goedkoop. De test meet of je het zwangerschapshormoon hCG in je lichaam hebt. Dat hormoon maakt je lichaam aan als de eicel en zaadcel samen in jouw baarmoeder een plek vinden.
Beste moment zwangerschapstest
Je kunt al een test doen als je 1 of 2 dagen over tijd bent. Maar als je zeker wilt zijn, kun je beter wachten tot je 10 dagen over tijd bent. Het kan zijn dat het vruchtje in het begin van de zwangerschap wordt afgebroken. Soms laat de test ook zien dat je niet zwanger bent terwijl je dat al wel bent. Dat kan komen omdat er nog niet genoeg hormonen in je urine zit. Denk je toch dat je zwanger bent? Doe de test na een week nog een keer.
Natuurlijk kun je ook even langs de huisarts gaan.
Zwangerschapstest
Om te testen of je zwanger bent kun je naar je huisarts en verloskundige gaan, maar je kunt ook zelf een zwangerschapstest doen.
Een test kopen
Je kunt een test kopen bij de drogist. Er zijn veel verschillende soorten testen te krijgen. Veel drogisten verkopen 'eigen merk' testen. Deze testen zijn erg betrouwbaar. Je kunt er ook direct 2 kopen, zodat je de test voor de zekerheid nog een keer kunt herhalen. Het testen kost maar enkele minuten en de test is, als je het zorgvuldig doet, behoorlijk betrouwbaar.
Wanneer kun je de test doen?
Als je zwanger bent dan maakt je lichaam het zwangerschapshormoon hCG aan. Dat hormoon komt in je urine terecht. Eerst weinig, dan steeds meer. Normaal gesproken kun je de test uitvoeren op de dag dat je eigenlijk ongesteld had moeten worden (ongeveer rond de 2 weken na de bevruchting dus).
Soms geeft een test de uitslag 'niet zwanger', maar als je je wél zwanger voelt, kan dit komen doordat er nog net niet genoeg hormoon in je urine zit voor een positieve uitkomst van de test. Als je het niet vertrouwt, kun je na ongeveer 7 à 10 dagen de test nog eens herhalen.
Aan de pil, met de pil gestopt of net zwanger geweest?
Als je net met de pil bent gestopt dan is het normaal dat je menstruatie wat langer uitblijft. Als je net bent bevallen, is je hormoonhuishouding ook anders dan anders. In die beide gevallen kun je het best wachten met de test tot de datum dat je al wel 3 weken zwanger zou kunnen zijn. Dit geldt ook als je aan de pil bent en je vermoedt dat je misschien toch zwanger bent. Dit komt zelden voor, maar is wel mogelijk.
Het uitvoeren van de test
Bij het uitvoeren van de test is het belangrijk dat je bij voorkeur de eerste ochtendurine gebruikt. De ochtendurine is vers en niet te veel verdund. Je kunt daarom ook beter niet te veel water drinken de avond ervoor. Het potje waarin je de urine opvangt moet goed schoon en droog zijn en mag geen restjes schoonmaakmiddel bevatten. Volg verder de gebruiksaanwijzing bij de test. En raadpleeg bij twijfel je huisarts.
Gewenst zwanger of niet?
Voor de één is zwanger worden een vurige wens, voor een ander komt de zwangerschap misschien als een schok. Voor hulp bij een onbedoelde zwangerschap of als zwanger raken niet lukt, kun je terecht bij diverse hulpinstanties.
Emoties
Als de zwangerschapstest positief is, kunnen er ineens een heleboel verschillende gevoelens bij je loskomen: blijdschap, geluk, verwarring, verbazing, onzekerheid, ongerustheid, maar ook een gevoel van "Help! Kan of wil ik dit wel?" Het is allemaal normaal.
Vragen
Een zwangerschap heeft een enorme invloed op je leven, dus het is logisch dat je zoveel verschillende emoties hebt. Er kunnen ineens ook veel vragen bij je opkomen. Hiermee kun je terecht bij de verloskundige. Ben je op zoek naar een verloskundige? Kijk dan op de website van het KNOV.
Naar de verloskundige
De verloskundige begeleidt je tijdens je zwangerschap, bevalling en de kraamtijd. Zij controleert of de zwangerschap goed verloopt en stuurt je door naar de gynaecoloog als er complicaties optreden. Zij geeft zoveel mogelijk antwoord op al je vragen.
Informatie
Je krijgt van haar bovendien informatie over gezonde leefgewoonten en over onderzoeken tijdens de zwangerschap. Jouw eventuele medewerking aan Moeders voor Moeders komt ook ter sprake. Sommige informatie is al vroeg in de zwangerschap belangrijk, daarom is het goed zo snel mogelijk een afspraak te maken met de verloskundige.
De eerste afspraak in de zwangerschap is meestal als je tussen 8 en 10 weken in verwachting bent. De huisarts kent alle verloskundigen in de buurt. Ook kun je kijken op de website van de KNOV.
Miskraam
De eerste weken van een zwangerschap zijn spannend. Er gebeurt van alles in je lichaam en je hebt er geen controle over. Veel mensen zouden het liefst elke dag controleren of het nog wel goed gaat daarbinnen.
Gezond leven
De kans op een miskraam is in de eerste 12 weken het grootst. Veel drank- en drugsgebruik of veel roken verhogen de kans op een miskraam. Je kunt dus het best zo gezond mogelijk leven als je zwanger wilt worden. Toch kun je niets anders doen dan afwachten. Pas bij 7 tot 8 weken zwangerschap is op de echo een kloppend hartje te zien. Maar dan weet je nog steeds niet zeker of de zwangerschap goed blijft gaan.
Bloedverlies
Het kan gebeuren dat je in het begin wat bloedverlies hebt. Dit komt vaak voor en er zit niets anders op dan even afwachten.
-
Verlies je maar weinig bloed, stopt het vanzelf, en heb je geen krampen, dan is er meestal niets aan de hand.
-
Verlies je veel, helderrood bloed en heb je krampen, dan kan het betekenen dat je een miskraam krijgt. Bel dan met de verloskundige, zij zal met je doornemen wat er kan gebeuren, je informatie geven en begeleiden waar nodig en mogelijk.
Curettage
Soms komt het voor dat pas bij de eerste echo blijkt dat het vruchtje al eerder is gestopt met leven. Dat is een enorm verdriet, zeker als je dit niet had verwacht. Veel vrouwen willen dan het liefst zo snel mogelijk van deze zwangerschap af. Toch is het gezonder om eerst even af te wachten wat er gebeurt en je lichaam de kans te geven om het vruchtje zelf af te stoten. Als dit niet gebeurt of je wilt zelf niet langer wachten, dan kun je naar de gynaecoloog voor een curettage. Bij een curettage wordt het vruchtje in jouw baarmoeder weggezogen. Dit gebeurt onder algehele narcose of een ruggenprik.
Chromosomenonderzoek
Heb je 2 of meer miskramen gehad dan kun je een chromosomenonderzoek laten doen. Dit is een onderzoek waarbij je kijkt of je een bepaalde afwijking hebt in jouw DNA waardoor je vaker een miskraam krijgt. De reden van 1 of meerdere miskramen is vaak, helaas, niet duidelijk. Wil je een chromosoomonderzoek dan kun je dat regelen via de huisarts.
Verdriet
Een miskraam kan je erg verdrietig maken, ongeacht hoe lang je zwanger was. Je kunt een tijdlang rouwen om de baby die je niet kreeg. Dit is normaal, je moet afscheid nemen van dit kindje en van het idee van een zwangerschap. Je kunt je ook schuldig voelen. Het is goed om te weten dat uit onderzoek is gebleken dat de meeste miskramen ontstaan omdat er iets niet in orde was met het vruchtje. Neem de tijd om een miskraam zowel lichamelijk als geestelijk te verwerken.
Meer informatie over een miskraam kun je vinden op de website van de NVOG, maar je kunt ook altijd je verloskundige om advies en medische begeleiding vragen.
Nadenken over borstvoeding
Borstvoeding geven is meer dan alleen je baby voeden. Het is intiem, gezellig en een goede manier om een sterke band te krijgen met je kind. De hechting tussen jou en je kind zal daardoor bevorderd worden. Daarom is het goed om nu alvast samen met je partner na te denken over borstvoeding.
Borstvoeding is teamwerk
Je partner kan ook een belangrijke rol spelen. Hij kan de baby aangeven, helpen bij het zoeken naar een juiste voedingshouding en je steunen als je het even niet meer ziet zitten. Borstvoeden wordt zo echt teamwerk. Samen zorgen jullie ervoor dat de borstvoeding een succes kan worden.
Moedermelk
Moedermelk is ook de beste voeding voor je kind. Het bevat alle noodzakelijke voedingsstoffen en is precies afgestemd op de behoeften van je baby. Bovendien bevat moedermelk afweerstoffen die je baby beschermen tegen ziekten en infecties. Moedermelk is ook altijd op de juiste temperatuur, heel handig! Het geven van borstvoeding laat daarnaast de baarmoeder weer goed samentrekken.
Borstoperatie
Heb je een borstoperatie gehad en maak je je zorgen of je je kind straks borstvoeding kan gaan geven? Met goede informatie en steun is het vaak mogelijk om de melkproductie volledig of gedeeltelijk op gang te brengen.
Lactatiekundige
Een lactatiekundige (in samenwerking met de kraamverzorgende) kan je goed helpen. Zelfs als je melkproductie beperkt is zijn er mogelijke oplossingen te bedenken, zodat jij en je kind toch van de borstvoeding kunnen genieten.
Gezond leven
Als je zwanger wilt worden, kun je je voorbereiden. Door gezond te gaan leven, en te stoppen met alcohol, roken en drugs. Maar ook door gezond te eten en foliumzuur te slikken.
Levensstijl
Slaap je goed, beweeg je voldoende, levert de situatie thuis of op je werk extra risico's op, of heb je last van stress? Op het kinderwensspreekuur en op deze website krijgen jij en je partner antwoord op al jullie vragen. Bedenk voordat je gaat, welke vragen je hebt. Weet je welke gezonde levensstijl hoort bij een kinderwens? Lees de informatie en adviezen op deze website of maak een afspraak bij de verloskundige. En kijk ook eens op de website Zwangerwijzer.nl.
Beweging
Voldoende beweging is goed voor je gezondheid en vermindert stress. Door minstens een half uur per dag intensief te bewegen, zorg je er niet alleen voor dat je een gezond gewicht houdt, maar ook dat je lichaam in conditie blijft.
Kinderwens
Als je een kinderwens hebt, is het belangrijk dat je lichaam in goede conditie is. Misschien vind je een vol of een slank lichaam mooi. Maar om gezonde kinderen te krijgen moet je niet te vol (overgewicht) of te slank (ondergewicht) zijn. Dit kan complicaties veroorzaken tijdens je zwangerschap. Daarom zijn beweging en gezond voedsel belangrijk.
Bewegen
Mensen hebben per dag minimaal een half uur beweging nodig om gezond te blijven. Je kunt bijvoorbeeld een sport doen die je leuk vindt, of wandelen, fietsen, stofzuigen en vaak de trap nemen.
Fanatiek sporten
Bewegen is goed, maar heel fanatiek sporten niet. Vrouwen die topsport bedrijven of marathons lopen, hebben meer kans op een ontregelde menstruatie en onvruchtbaarheid. Vrouwen hebben een minimaal vetlaagje nodig om hun cyclus op gang te houden. Maar als je niet over je eigen grenzen heen gaat als je in verwachting wilt raken, dan kun je gewoon lekker blijven sporten.
Stress
Iedereen heeft wel eens stress. Dat hoort bij het leven. Teveel stress kan invloed hebben op je lichaam. Het kan zijn dat je menstruatiecyclus erdoor wordt beïnvloed en dat er geen eisprong komt. Dan raak je dus moeilijker zwanger.
Zorg voor ontspanning
Lukt het niet om snel zwanger te worden, dan kan dat ook stress geven. Maak je niet meteen zorgen. Vrijen moet fijn blijven, maak er geen verplichting van. Plan een paar rustige dagen samen met je partner. Ga bijvoorbeeld eens een weekendje samen weg en wandel regelmatig buiten. Dat kan allemaal voor ontspanning zorgen. En houd in gedachten dat ongeveer 80 procent van de vrouwen met een kinderwens binnen een jaar zwanger is!
Zoek hulp
Als je teveel zorgen hebt, probeer daar dan iets aan te doen. Dat is goed voor jou, voor je vruchtbaarheid maar ook voor je aanstaande baby. Kom je er alleen niet uit, praat dan met iemand die vertrouwd voor je is, bijvoorbeeld een vriendin. Of neem contact op met je huisarts of verloskundige. Als het nodig is, kan je huisarts je ook verwijzen naar een maatschappelijk werker of psycholoog.
Nachtrust
Slapen is goed voor je gezondheid. Als je zwanger wilt worden, is goed slapen belangrijk. Op z'n minst enkele uren achter elkaar. Hoeveel slaap iemand nodig heeft, verschilt. De meeste mensen slapen tussen de 6 en 8 uur. Veel meer slapen is niet nodig. Je kunt er zelfs suf of somber van worden.
Slaaptekort
Bij te weinig slaap ontstaan problemen. Tijdens je slaap komt je lichaam tot rust. Dingen die overdag zijn gebeurd krijgen 's nachts een plaats in je hoofd. Na een slechte nachtrust kun je je heel slecht voelen. Niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk.
Tips voor beter slapen
-
Wil je beter slapen, drink dan 's avonds geen koffie, cola of energiedrankjes. Die drankjes houden je wakker.
-
Eet niet teveel maar ook niet te weinig voor het slapen.
-
Zorg dat je slaapkamer en je bed niet te warm zijn en dat er frisse lucht is.
-
Overdag genoeg bewegen helpt ook. Ga bijvoorbeeld een stukje lopen 's avonds.
-
Voer geen moeilijke of zware gesprekken voor het slapen gaan.
-
Vaste gewoontes zoals even douchen of lezen voor het slapen, helpen ook.
Alcohol
Alcohol maakt minder vruchtbaar. Dat geldt voor vrouwen en voor mannen. Een vrouw heeft zelfs al met een glas per dag veel minder kans om zwanger te worden. Ook vergroot het de kans op een miskraam. Het is dus het best om geen alcohol te drinken als je zwanger wilt worden.
Mannen en alcohol
Mannen die alcohol drinken hebben minder zaadcellen. Bovendien hebben de zaadcellen vaker afwijkingen. Ook is niet uit te sluiten dat het alcoholgebruik van de man voor de bevruchting een hoger risico geeft op een miskraam.
Stoppen met drinken
Het advies is om allebei te stoppen met drinken als jullie proberen zwanger te worden. Voor nu maar ook voor straks als je zwanger bent. Een klein beetje alcohol is al schadelijk voor de ongeboren baby. Voor sommige mensen is het moeilijk om te stoppen met alcohol. Misschien kun je hulp gebruiken. De verloskundige of huisarts kan je verwijzen naar andere hulpverleners die je kunnen begeleiden.
Roken
Roken vermindert de vruchtbaarheid en is slecht voor de ontwikkeling van het ongeboren kind. Als je zwanger wilt worden, is het belangrijk om te stoppen. Het is ook niet goed als anderen om je heen roken, en jij dus meerookt.
Mannen en roken
Als je probeert zwanger te worden, dan is het belangrijk dat ook de man stopt met roken. Rokende mannen maken minder zaadcellen aan. Bovendien hebben zij meer afwijkende zaadcellen. Hierdoor wordt de kans op een zwangerschap kleiner. Als je stopt, duurt het ongeveer 3 maanden voordat de kwaliteit van het zaad verbeterd is. Die 3 maanden is de periode tussen de aanleg van een zaadcel en een zaadlozing.
Stoppen met roken
Het is belangrijk dat je stopt met roken als je zwanger wilt worden. Voor nu en voor straks. Als je zwanger raakt, is roken heel slecht voor je baby.
-
Als je partner ook rookt, is het handig om samen te stoppen. Je kunt elkaar steunen.
-
En anders misschien met een vriend(in).
-
Ook de steun van familie, vrienden of collega's maakt het makkelijker om door te zetten. Vraag hen bijvoorbeeld om niet bij jou in de buurt te roken.
Hulp nodig?
Voor de één is het veel makkelijker om te stoppen dan voor de ander. Valt het je zwaar, praat er dan over met je huisarts of de verloskundige. Hij of zij weet het best wat je nodig kunt hebben om van roken af te komen en hoe je de verslavende werking van nicotine kunt aanpakken.
Of kijk ook eens op de website van Stivoro. Je vindt daar informatie over roken en meeroken, testjes, adviezen en tips om met succes te stoppen met roken. Ook is er een gratis Online StopAdvies beschikbaar voor zwangere vrouwen.
Drugs
Drugsgebruik is slecht voor de vruchtbaarheid. Sommige drugs vergroten voor de bevruchting al de kans op een miskraam of afwijking bij het kind. Dat geldt voor vrouwen, maar ook voor mannen. Cannabis (wiet, hasj) beïnvloedt bijvoorbeeld de bewegelijkheid van de zaadcellen.
Stoppen
Als je gewend bent om te blowen, af en toe XTC te nemen of andere drugs als cocaïne of speed, is het belangrijk om te stoppen. Nu je zwanger wilt worden, maar ook voor straks. Als je eenmaal zwanger bent, kunnen drugs ernstige afwijkingen veroorzaken bij het kindje.
Hulp zoeken
Als jij of je partner drugs gebruikt, kan het moeilijk zijn om te stoppen. Soms word je er onrustig van, angstig of somber. Je kunt zelf stoppen of hier hulp bij zoeken. Zeker bij het stoppen met alcohol, GHB of heroïne is het aan te raden om dit onder toezicht van een arts te doen. Zelfstandig stoppen kan namelijk gevaarlijk zijn. Adressen van instellingen voor verslavingszorg kun je vinden op de website van Drugsinfo.nl. Maar je kunt ook altijd terecht bij je huisarts of verloskundige.
Medicijnen
Met medicijnen moet je voorzichtig zijn als je zwanger wilt worden. Neem alleen medicijnen die door de dokter zijn voorgeschreven. En laat je huisarts en je apotheek weten dat je zwanger wilt worden! Dan kunnen zij er rekening mee houden.
Schadelijke medicijnen
Als je zwanger probeert te worden, kun je zonder dat je het weet al zwanger zijn. En sommige medicijnen en behandelingen kunnen het ongeboren kind schaden.
-
Als je niet zonder bepaalde medicijnen kunt, zal de dokter de voor geschreven medicatie waarschijnlijk verminderen of veranderen.
-
Heb je een chronische aandoening, dan kun je beter voor je zwanger probeert te worden je kinderwens met de huisarts bespreken.
-
Ook als je medicijnen gebruikt die je niet van je eigen dokter kreeg, maar bijvoorbeeld via een familielid, bespreek dat dan met de verloskundige of de huisarts. Zij weten of dat goede of schadelijke medicijnen zijn.
Lees altijd de bijsluiter!
Ook medicijnen die bij de drogist zonder recept verkrijgbaar zijn, zijn niet altijd onschuldig. Bijvoorbeeld ibuprofen. Dat geldt ook voor sommige alternatieve medicijnen. Gebruik ze zo weinig mogelijk en controleer in de bijsluiter of ze veilig zijn als je zwanger raakt. Overleg eventueel met je huisarts.
Vaccinaties
Jij en je partner hebben besloten dat jullie een kind willen. Je weet natuurlijk nooit wanneer je zwanger raakt. Maar het is wel belangrijk om van tevoren na te gaan of je een vaccinatie tegen rodehond hebt gehad.
Rodehond
Rodehond is een relatief onschuldige infectieziekte die in Nederland nog maar zelden voorkomt. Maar riskant is als je zwanger bent. Het virus kan namelijk aangeboren afwijkingen bij je ongeboren kind veroorzaken.
-
Het is dus goed om na te gaan of je gevaccineerd bent of dat je de ziekte ooit hebt gehad. In beide gevallen ben je beschermd en hoef je je geen zorgen te maken.
-
Het is ook altijd mogelijk je bloed bij de huisarts of de GGD te laten onderzoeken op antistoffen.
-
Als blijkt dat je de ziekte nog niet hebt gehad en er ook niet tegen gevaccineerd bent, is het verstandig je alsnog te laten inenten.
Vaccinatie tegen rodehond
De vaccinatie bestaat uit een injectie met een levend vaccin, een verzwakt virus. Omdat dit gevaarlijk kan zijn voor een ongeboren kind, kun je het best de eerste 3 maanden na de vaccinatie nog niet zwanger raken.
Gezond gewicht
Als je graag zwanger wilt worden, is een gezond gewicht belangrijk. Als je te zwaar of te licht bent, kan dat je menstruatiecyclus ontregelen. Maar ook als dat niet gebeurt, kun je door ondergewicht of overgewicht minder vruchtbaar zijn.
Is mijn gewicht goed?
Met de zogenaamde Body Mass Index (BMI) kun je uitrekenen of je een gezond gewicht hebt. Je hebt een gezond BMI als de verhouding tussen je lengte en gewicht klopt. Je kunt je BMI berekenen op de website van het Voedingscentrum.
-
Met een BMI tussen 20 en 25 zit je goed.
-
Mensen met een BMI tussen 25 en 30 zonder extra gezondheidsrisico's moeten voorkomen dat ze dikker worden. Als er wel gezondheidsrisico's zijn, zoals een hoog cholesterolgehalte en hart- en vaatziekten in de familie, dan is afvallen verstandig bij een BMI tussen 25 en 30.
-
Medisch gezien is het noodzakelijk af te vallen bij een BMI boven de 30.
Overgewicht
Als je veel overgewicht hebt, is het verstandig af te vallen, voordat je zwanger raakt. Als je te zwaar bent heb je namelijk meer kans op complicaties, zoals een verhoogde bloeddruk. Zorg ook dat je voldoende beweging krijgt.
Goed gewicht
Als je geen overgewicht hebt en zwanger wilt worden (of al zwanger bent), dan is het niet verstandig om te lijnen. Schommelingen in je gewicht zijn niet bevorderlijk voor het zwanger worden. Je kunt beter gewoon gezond eten. Het is niet nodig om te eten voor 2. De zwangerschap vraagt wel extra energie. Maar omdat je wat minder beweegt, verbruik je ook minder.
Ondergewicht
Als je te weinig weegt en graag zwanger wilt worden, probeer dan om eerst aan te komen. Extreem ondergewicht vermindert je vruchtbaarheid.
Afvallen
Hoe doe je dat: gezond afvallen? Begin in ieder geval met afvallen vóór je zwanger wordt. Voor een goed gewicht is voldoende lichaamsbeweging en gezonde voeding het belangrijkst.
Wil je advies of begeleiding, dan kan de verloskundige of huisarts je verwijzen naar een diëtiste.
Minder calorieën, meer beweging
Om af te vallen, moet je minder calorieën binnenkrijgen dan je lichaam verbruikt. Dan gaat het lichaam de vetreserves opmaken.
-
Gezonde voeding is heel belangrijk.
-
Zorg daarnaast voor voldoende lichaamsbeweging.
-
Geleidelijk afvallen vereist wel doorzettingsvermogen.
-
Een gemiddeld gewichtsverlies van een halve kilo tot één kilo per week is een goede richtlijn.
-
Veel meer dan één kilo per week afvallen is niet goed, omdat je dan mogelijk onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.
Aankomen
Ondergewicht (BMI beneden 18,5) is niet goed als je zwanger wilt worden. Maar het is niet eenvoudig voor magere mensen om een paar kilo aan te komen. Het is zelfs moeilijker dan een paar kilo afvallen voor te dikke mensen.
Het kost tijd
Op gewicht komen kost tijd. Eén kilo erbij in 3 tot 4 weken is een goed resultaat. Je kunt daarbij ook advies en begeleiding krijgen van een diëtist. Je verloskundige of de huisarts kan je verwijzen.
Juiste voeding is belangrijk
Voeding met veel vet is ongezond, bijvoorbeeld de zogenaamde 'slagroomkuur'. Je komt het makkelijkst aan als je regelmatig eet: 3 hoofdmaaltijden, een paar tussendoortjes en bijvoorbeeld nog een extraatje voor het slapen gaan. Kies voor tussendoortjes die niet alleen calorieën, maar ook vitamines en mineralen leveren. Goede ideeën kun je vinden op de website van het Voedingscentrum.
Eetproblemen
Wil je zwanger worden en heb je een eetstoornis (gehad)? Dan is het goed om daarover op tijd met je verloskundige of huisarts te praten.
Je lichaam verandert
Tijdens de zwangerschap zal je lichaam zeker veranderen. Je buik wordt dikker en je hele lichaam wordt wat ronder. Dat hoort er nu eenmaal bij. Als je last hebt gehad van anorexia of boulimia kan het voor jou moeilijk te accepteren zijn dat je lichaam verandert. Bij het Kenniscentrum Eetstoornissen Nederland vind je meer informatie over eetstoornissen.
Relaties
De meeste kinderen groeien op in een gezin. Vroeger bestond het gezin meestal uit een vader en moeder met broertjes en/of zusjes. Maar tegenwoordig kennen we ook gezinnen met bijvoorbeeld gescheiden ouders, alleenstaande ouders, pleegouders en homoseksuele ouders.
Waardevolle basis
Hoe je gezin ook is samengesteld: het blijft een belangrijke thuishaven voor een kind. Dé plek waar hij moet kunnen rekenen op veiligheid, liefdevolle aandacht, zorg en respect. Wanneer je een kinderwens hebt, is een stabiele basis belangrijk.
Hier vind je informatie over gezinssamenstelling, gezinsuitbreiding, en samenlevingsvormen.
Gezinsuitbreiding
Misschien weet je al precies hoeveel kinderen je zou willen. Of misschien twijfel je nog. Als je een partner hebt, zul je er waarschijnlijk samen over beslissen. Jouw of jullie beslissing is afhankelijk van veel factoren, zoals jullie gevoel, visie over de samenleving en meer praktische zaken als inkomen, huisvesting en levensstijl.
Eerste kind
Als je een partner hebt, ben je met z'n tweetjes. Als je een kinderwens hebt, zal hier verandering in komen. Dit heeft veel gevolgen voor jezelf, je eventuele partner en misschien nog andere mensen in je omgeving.
Nog een kind
Als je al een kind hebt, is het misschien makkelijker om voor nog een kind te kiezen. Maar ook in dit geval zul je waarschijnlijk opnieuw goed nadenken over deze keuze en je situatie. Maar het kan natuurlijk ook dat het zwanger worden je overkomt.
Wel of geen kinderen?
Wil je graag een kind? Misschien zie je jezelf al als ouder. Of weet je het niet zeker? En wat wil je eventuele partner? Is je relatie sterk genoeg? Kun je wel blijven werken?
Misschien weet je het heel zeker, of misschien twijfel je nog. Maar het kan ook zijn dat je gewoon liever het juiste moment afwacht.
Het moedergevoel
Bij sommige vrouwen komt de kinderwens voort uit een sterk, onverklaarbaar moedergevoel. Je verlangt naar een baby. Je ziet jezelf al als moeder. Kinderen zijn leuk en lief. Een kind herinnert je aan je eigen kindertijd. Misschien wil je een baby als teken van de liefde tussen jou en je partner. Een baby kan voor een sterke band tussen de ouders zorgen.
Andere vrouwen hebben (nog) niet zo'n sterk moedergevoel. Hun kinderwens is meer afhankelijk van hun situatie. Het is hoe dan ook verstandig om goed naar je gevoel en situatie te kijken om af te wegen of je er klaar voor bent om kinderen te krijgen.
Vader of duo-moeder worden
Misschien heb je een sterke wens om ouder te worden? Je ziet jezelf al met je kind fietsen, voetballen of knuffelen. Maar je kunt ook twijfelen. Bijvoorbeeld vanwege de grote gevolgen die het krijgen van een kind heeft voor je leven. Je kunt daar met je partner en vrienden over praten.
De afweging
Kinderen krijgen brengt grote aanpassingen met zich mee van je huidige leven. Natuurlijk zijn kinderen een verrijking van je leven. Maar kinderen vergen ook veel van je, omdat ze veel zorg en aandacht nodig hebben. Je moet in staat zijn om ze onderdak te bieden en om ze financieel te ondersteunen.
Aspecten waar je keuze van af kan hangen, zijn:
-
inkomen
-
huisvesting
-
stabiele relatie
-
samenlevingsvorm
-
gezonde levensstijl
Leefsituatie
Een goed inkomen, een ruim huis, een stabiele relatie en een gezonde levensstijl zijn waarschijnlijk belangrijk voor je. Er zijn verschillende samenlevingsvormen zoals samenleven, trouwen of een geregistreerd partnerschap. Als je niet zit te wachten op allerlei wettelijke regelgeving, is het handig dat je getrouwd bent of je partnerschap registreert voordat je kinderen krijgt. Als man en vrouw ben je dan allebei automatisch de wettelijke ouder van je kind. Als jullie een homo-relatie hebben, is dat anders. De wetgeving voor homo-relaties is ingewikkeld, je kunt het beste advies vragen.
Wat er verandert
Je kind is er altijd: 24 uur per dag, 7 dagen per week. Je moet bij alles wat je doet aan je kind denken. Je wordt gevoeliger als je een kind krijgt. Dat helpt je om beter te weten wat je kind nodig heeft.
-
Je moet kinderopvang hebben als je werkt.
-
Je moet soms verhuizen naar een groter huis. Of naar een buurt die beter is voor je kind.
-
Als je een relatie hebt, verandert jullie relatie. Je kind vraag altijd aandacht!
-
Je kunt niet zomaar weg. Uit of op reis. Je hebt kinderopvang of oppas nodig. En niet elke reis is leuk voor een kind.
Kinderen kosten geld
Houd ook rekening met je financiële situatie. Kinderen kosten geld. Denk aan zwangerschapskleren, kinderkleren, meubels voor de kinderkamer en eten voor je kind. Het Nibud heeft de kosten voor je op een rijtje gezet. Zij hebben een geldwijzer voor kinderen gemaakt.
Voorbereiden op een kind
Het kind dat je zo graag en bewust geboren wilt laten worden, heeft recht op een goede start in het leven. Tijdens de zwangerschap leg je de basis voor een gezond leven voor je kind.
Je ongeboren kind is geheel afhankelijk van wat jouw lichaam hem aanbiedt: voedingsstoffen, zuurstof, maar ook schadelijke stoffen of straling. Daarom is het goed dat je let op wat je eet en drinkt en in welke omgeving je verblijft.
Alcohol, roken en chemische dampen
Alcohol, roken en chemische dampen zijn slecht voor de ontwikkeling van je kind. Daarom is het verstandig om te stoppen met alcohol en roken al voor je stopt met anticonceptie.
Medicijnen
Bepaalde medicijnen kunnen ook een risico zijn. Gebruik je medicijnen en wil je zwanger worden? Overleg dit met je arts en vertel het aan de apotheek. De apotheek legt het vast in de computer en zal je waarschuwen als medicijnen niet gebruikt mogen worden in de zwangerschap. De apotheker kan altijd overleggen met de arts om samen te bepalen wat het beste voor je is en eventueel een ander medicijn te gebruiken. Ook middelen die je bij de drogist, of elders, zonder recept kunt kopen kunnen niet veilig zijn. Overleg met je apotheker of een middel veilig is.
Een broertje of zusje
Misschien had je ooit al eens bedacht hoeveel kinderen je zou willen. Alleen ben je nu een ervaring rijker en weet je wat het is om ouder te worden. Deze ervaring zul je waarschijnlijk meenemen in de keuze om nog een kind te krijgen. Samen met andere belangrijke aspecten, zoals je inkomen, je relatie en je huisvesting. Dat geldt natuurlijk ook voor je eventuele partner.
Een broertje of zusje
Misschien wil je niet dat je kind het enigst kind blijft. Je vraagt je misschien af wat dit voor je kind betekent. Elk kind reageert anders op de komst van een broertje of zusje. Hoe jonger je kind, hoe minder hij zich daarvan bewust is.
Kinderen
Oudere kinderen hebben meestal goed in de gaten wat er aan de hand is. Sommige kinderen vinden het leuk om een broertje of zusje te krijgen. Andere kinderen snappen niet goed wat er gebeurt of worden jaloers als het kindje er is. Ze hebben er moeite mee dat de aandacht van hun ouders wordt verdeeld. Hoe je kind reageert hangt natuurlijk ook met de leeftijd van je kind samen. Peuters reageren anders dan basisschoolkinderen. Het is belangrijk om je kind zo goed mogelijk te betrekken bij wat er gebeurt en gaat gebeuren.
Gezinssituatie
Volgens de overheid is een gezin een leefverband van 1 of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en de opvoeding van 1 of meer kinderen.
Volgens deze definitie zijn er veel verschillende gezinssamenstellingen mogelijk. Bijvoorbeeld gezinnen met een vader en een moeder, maar ook gezinnen met 2 vaders, of 2 moeders. Daarnaast zijn er ook nog adoptieouders, pleegouders, stiefouders, jonge ouders, co-ouders en alleenstaande ouders.
Bijzondere gezinssituatie
Behalve gezinssamenstellingen zijn er ook situaties die maken dat je een bijzondere gezinssituatie hebt als je kinderen krijgt. Bijvoorbeeld een groot gezin, een samengesteld gezin, of een multicultureel gezin.
Wat de gezinssamenstelling of de gezinssituatie ook is, het belangrijkste is dat je samen gelukkig bent en goed voor elkaar zorgt.
Alleenstaande ouders
Als je er als ouder alleen voor staat, is het misschien niet makkelijk om voor je kind(eren) te zorgen. Zeker als je een scheiding hebt doorgemaakt, of als je je partner bent verloren. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat je alleenstaand ouderschap een bewuste keuze is.
Bewuste keuze
Ook als alleenstaande kan je kinderwens hebben. Al heb je geen partner, zwanger raken kan natuurlijk ook op andere manieren. Een vrouw kan een kind krijgen met behulp van een spermadonor. Je kunt ook kiezen voor een pleegkind, of voor adoptie. Je kunt je kinderwens bespreken met een verloskundige of met je huisarts.
Werk en inkomen
Alleen je kind opvoeden kan lastig zijn als je de zorg voor je kind moet combineren met je werk of je studie. Als je geen werk hebt, kom je misschien eerst in de bijstand terecht. Je moet dan leven van een bestaansminimum, en daarom is het bijna altijd beter om een goede opleiding te volgen en een leuke baan te zoeken.
Ontheffing arbeidsplicht
Je kunt ontheffing van de arbeidsplicht krijgen om voor je kind te zorgen. Maar als je kind jonger is dan 5, heb je wel scholingsplicht. Je kunt maar één keer voor maximaal 6 jaar ontheffing van arbeidsverplichting aanvragen. Ook al krijg je er meer kinderen bij in de tijd voordat je kind 5 wordt.
Alleenstaande ouderkorting
Als alleenstaande ouder heb je recht op alleenstaande ouderkorting. Deze korting kun je krijgen als je je kind zelf onderhoudt en als je de kosten van het onderhoud kunt aantonen.
Co-ouders
Co-ouderschap is een manier waarop je samen de zorg voor je kind draagt, bijvoorbeeld na een scheiding.
Scheiding
Als je zwanger bent en je gaat van elkaar scheiden voordat jullie kind geboren wordt, dan moet de vader zijn kind erkennen bij de gemeente om de wettelijke vader te worden van het kind. Als hij de wettelijke vader is, heeft hij een erfelijke band met het kind en ook onderhoudsplicht.
Onderhoudsplicht
Als je kiest voor het co-ouderschap, dan zegt dat veel over de manier waarop je de onderhoudsplicht invult. Dus de manier waarop je kind wilt opvoeden en hoe je voor hem gaat zorgen. In een co-ouderschap deel je zo veel mogelijk de zorg en opvoeding van je kind, ook al ben je vanaf het moment van de scheiding feitelijk een alleenstaande ouder.
Afspraken maken
Bij scheidingen die niet goed verlopen en waarbij de partners veel ruzie hebben, is het meestal onmogelijk om een goede relatie te behouden en samen zorg te dragen voor de kinderen. Het co-ouderschap vereist een stabiele basis. Het is belangrijk dat je met elkaar kunt praten, dat je dicht bij elkaar woont, dat je goede afspraken maakt en dat je het belang van je kind voorop stelt.
Meerouderschap
Meerouderschap houdt in dat je een kind krijgt samen met een ander paar of met een andere persoon met wie je geen liefdesrelatie mee hebt. Je deelt als het ware een kind en je zorgt als co-ouders dus ook samen voor het kind. Dit is bijvoorbeeld mogelijk voor homoseksuele stellen met een kinderwens. Het is raadzaam om van te voren goede afspraken te maken over het co-ouderschap en eventueel deze afspraken op papier vast te leggen bij de notaris.
Homoseksuele ouders
Wanneer je als homoseksueel of lesbisch paar een kinderwens hebt, zijn er verschillende manieren om je kinderwens te vervullen.
Een vrouw kan een kind krijgen met behulp van een spermadonor. Homomannen kunnen kiezen voor een pleegkind, meerouderschap of voor adoptie. Als een vrouw geen partner heeft, maar wel erg verlangt naar een kind, kan zij die wens met een verloskundige of huisarts bespreken.
Adoptie
Als homoseksueel of lesbisch paar kun je kiezen voor adoptie. Vanaf 1 januari 2009 is het voor Nederlandse homoseksuele of lesbische paren mogelijk om onder voorwaarden samen een buitenlands kind te adopteren.
Draagmoeder of eigen zwangerschap
Als homoseksueel kun je ook kiezen voor een draagmoeder. Of als lesbisch stel voor een eigen zwangerschap met een zaaddonor. Wanneer de draagmoeder of de zaaddonor niet anoniem is, dan moet de niet-biologische vader of moeder het kind adopteren. Dit heet stiefouderadoptie. Alleen voor homostellen is het ook mogelijk dat de niet-biologische vader het kind erkent en vervolgens gezamenlijk gezag aanvraagt.
Stiefouderadoptie
Bij stiefouderadoptie worden de banden verbroken met de draagmoeder of met de zaaddonor. Hier moet uiteraard iedereen mee instemmen. Na de stiefouderadoptie zijn beide homoseksuele of lesbische partners de wettelijke ouders van het kind. Om stiefouderadoptie toe te passen moet je kunnen aantonen dat je minstens 3 jaar hebt samengeleefd. Je hoeft dus niet getrouwd te zijn. Daarnaast moet je het kind minstens één jaar samen hebben verzorgd en opgevoed.
Pleegzorg en meerouderschap
Tot alle andere mogelijkheden behoren ten slotte nog pleegzorg en meerouderschap. Pleegkinderen kun je tijdelijk of voor langere tijd verzorgen. Meerouderschap houdt in dat je samen met andere ouders (bijvoorbeeld met een andere homoseksueel of lesbisch stel) een kind krijgt.
Stiefouders
Als je een relatie aangaat met iemand die kinderen meeneemt uit een vorige relatie, dan& krijg je in de praktijk meestal de rol van stiefouder als jullie relatie steeds meer een serieuze vorm krijgt. Je zult dan ook meer betrokken raken bij de kinderen van je partner.
Acceptatie
Misschien vinden de kinderen het moeilijk om jou te accepteren als stiefouder. Het is niet zo dat je de plaats in neemt van hun vader of moeder. Je hebt in feite ook weinig zeggenschap over de kinderen van je partner. Natuurlijk kun je wel je best doen om je partner te helpen bij de zorg en opvoeding van zijn kinderen. Het is belangrijk dat je dit soort kwesties met elkaar bespreekt. Ook wanneer je merkt dat de kinderen moeite hebben om jou als stiefouder te accepteren. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de kinderen zich tegen je keren.
Familie
In je relatie heb je meestal ook te maken met de ex van je partner. De kinderen hebben het volste recht om hun ouders te zien en ook met hun familie om te gaan. Het kan soms lastig zijn om een goede band te onderhouden met de ex-partner en de familie. Toch is het in veel situaties belangrijk voor de kinderen.
Als er geen contact meer is met de ex van je partner, of als deze is overleden, dan kun je overwegen om je stiefkinderen te adopteren.
Stiefouderadoptie
In principe zijn je stiefkinderen niet je echte kinderen. Je hebt niet het ouderlijk gezag over hen, ook niet als je met je partner trouwt. Als je wel het ouderlijk gezag over je stiefkinderen wilt krijgen, dan is er de mogelijkheid tot adoptie van je stiefkind. Dit heet stiefouderadoptie. De rechter zal daarbij altijd rekening houden met de mening van het kind. Vanaf 12 jaar is de instemming van het kind nodig voor de stiefouderadoptie. Ook de ex van je partner moet met de stiefouderadoptie willen instemmen.
Pleegouders
Pleegouders zijn mensen die voor korte of langere tijd een kind in huis opnemen dat niet thuis kan wonen.
Bureau Jeugdzorg
Voordat een kind bij pleegouders wordt geplaatst, moet de kinderrechter een uithuisplaatsing uitspreken, meestal op verzoek van Bureau Jeugdzorg. Op basis van gesprekken en onderzoek wordt bepaald of het kind in een pleeggezin komt en voor hoe lang. Daarna wordt er een geschikt gezin uitgezocht en zal de kennismaking plaatsvinden.
Pleegzorg in Nederland
Via de stichting Pleegzorg Nederland kun je veel te weten komen over het pleegouderschap en de zorg voor pleegkinderen. Elke regio heeft zijn eigen pleegzorginstelling die regelt dat pleegkinderen geplaatst worden bij pleegouders. Je kunt je bij hen opgeven als je pleegouder zou willen worden.
Introductieprogramma
Bij de pleegzorginstelling volg je eerst een introductieprogramma. Aan de hand daarvan weet je of je inderdaad pleegouder wilt worden en kan de instelling voor pleegzorg inschatten of je daarvoor geschikt bent. Wil je pleegouder worden en zijn er geen bezwaren, dan kom je in het bestand van beschikbare pleegouders. Je kunt dan kiezen voor bepaalde vormen van pleegzorg, namelijk kortdurende, deeltijd- en langdurige pleegzorg.
Kortdurende pleegzorg
Soms gaat het maar om een korte periode waarin pleegzorg nodig is. Die periode is genoeg om ervoor te zorgen dat de problemen thuis worden opgelost. Het doel van deze vorm is dat het kind weer terug naar huis gaat. Deze vormen van pleegzorg heten crisispleegzorg, pleegzorg ter overbrugging of pleegzorg ter observatie.
Deeltijdpleegzorg
Sommige kinderen wonen thuis, maar gaan ook regelmatig naar hun pleegouders. Bijvoorbeeld in de weekenden en in de vakanties. Dit heet vakantiepleegzorg, weekendpleegzorg en ondersteunende pleegzorg.
Langdurige pleegzorg
Wanneer het kind niet zo makkelijk naar huis kan, vanwege grote problemen thuis, dan kan het zijn dat het kind voor langere tijd bij zijn pleegouders verblijft. Dit kan in principe duren totdat het kind 18 is geworden. Maar het kan ook nog langer duren dan dat.
Adoptieouders
Als je zelf geen kinderen kunt krijgen en je wilt toch graag je kinderwens in vervulling laten gaan, is adoptie een mogelijkheid om dat te doen. Op die manier kun je een kind, dat waarschijnlijk uit een kansarme situatie komt, een beter leven geven.
Adoptie
Veel kinderen worden geadopteerd als ze baby zijn. Baby's hebben natuurlijk niet veel meegemaakt en passen zich daardoor makkelijk aan hun nieuwe situatie aan. Buitenlandse adoptiekinderen die iets ouder zijn moeten vaak erg wennen aan hun nieuwe situatie. Vooral als ze in hun nog korte verleden al aardig wat hebben meegemaakt, zoals verwaarlozing en verzwakking door honger en armoede. Na de adoptie kan een kind daardoor problemen vertonen.
Probleemgedrag
De problemen uiten zich meestal in het gedrag van je kind. Je kind wil bijvoorbeeld niet aangeraakt worden, of is juist heel erg aanhalig. Het kan ook zijn dat je kind niet goed leert, niet goed overweg kan met klasgenootjes en misschien zelfs agressie toont. Als je kind ouder wordt, kunnen deze problemen groter worden.
Samenlevingsvormen
Wanneer je in een relatie echt voor elkaar kiest kun je trouwen, een samenlevingscontract of een geregistreerd partnerschap met elkaar aangaan. Tussen deze vormen van verbintenissen zijn een aantal duidelijke verschillen aanwezig met betrekking tot de rechten en plichten die je naar elkaar hebt en bij het krijgen van kinderen.
Rechten en plichten
Een samenlevingscontract kent minder rechten en plichten dan een huwelijk en een geregistreerd partnerschap. Daarom moeten er goede afspraken gemaakt worden over het samenleven. Een huwelijk kent natuurlijk de meeste rechten en plichten. Er is bijvoorbeeld een onderhoudsplicht en vaak ook gemeenschap van goederen.
Kinderen
Bij kinderen is altijd van belang dat er 'familierechtelijke betrekkingen' bestaan. Als er tussen ouders en kind familierechtelijke betrekkingen bestaan, dan heeft dat gevolgen voor onder andere de achternaam van het kind, het gezag, het omgangsrecht, de nationaliteit en het erfrecht.
Zijn een man en een vrouw gehuwd en wordt er in dit huwelijk een kind geboren? Dan zijn zij automatisch de ouders van dit kind. Dit is niet automatisch zo bij ouders die een geregistreerd partnerschap hebben of van gelijk geslacht zijn. En dat is ook niet automatisch zo bij een samenlevingscontract.
Samenlevingscontract
Door te gaan samenwonen regel je nog niet meteen de bekostiging van je gezamenlijke huishouden. In een samenlevingscontract kan dit, en nog veel meer, officieel vastgelegd worden.
Andere manieren om je gezamenlijke huishouden officieel vast te leggen zijn door te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan.
Wonen
Over het samenwonen kun je in een samenlevingscontract duidelijke afspraken maken. Bijvoorbeeld over het samen huren van een woning. Wanneer je samen een woning koopt, maak dan goede afspraken over de financiering van het huis en wat er gebeurt bij een eventuele scheiding.
Geldzaken
Het voeren van een gezamenlijke huishouding brengt veel kosten met zich mee. In een samenlevingscontract wordt beschreven waaruit deze kosten precies bestaan en hoeveel kosten ieder voor zijn eigen rekening neemt. Hierbij wordt er rekening gehouden met het netto-inkomen van jezelf en het netto-inkomen van je partner.
Kinderen
Wanneer jullie een kind krijgen, dan heeft de moeder automatisch een familierechtelijke betrekking tot haar kind. In een relatie tussen een vrouw en een man moet de vader zijn kind erkennen bij de notaris of bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Daarna moet hij officieel nog het ouderlijk gezag aanvragen bij de rechter. Voor beide procedures heeft hij altijd de toestemming nodig van de moeder van het kind.
2 vaders of 2 moeders?
Als een lesbisch stel een kind krijgt en de partner van de moeder wil het kind adopteren, kan zij een adoptieverzoek indienen bij de rechtbank. Als een homopaar een kind uit het buitenland heeft geadopteerd, kan de partner van de adoptieouder het kind na een jaar ook adopteren als zij het kind in dat jaar samen hebben verzorgd en opgevoed.
Scheiding en overlijden
Het samenlevingscontract eindigt als de relatie wordt beëindigd of als één van jullie overlijdt. Het is verstandig om van te voren een testament te maken, zodat je van elkaar erft. Ook is verstandig in het samenlevingscontract afspraken te maken over hoe de relatie beëindigd wordt. En wat vervolgens beide partners toekomt. Ook al hoop je natuurlijk dat dit niet zal gebeuren.
Trouwen
Voor veel mensen is hun trouwdag de mooiste dag van hun leven. Want als je gaat trouwen met de persoon van wie je houdt, is dat natuurlijk een feestje waard!
Andere manieren om je gezamenlijke huishouden officieel vast te leggen zijn een samenlevingscontract of een geregistreerd partnerschap aangaan.
Formaliteiten
Nadat jullie samen hebben besloten om te gaan trouwen, doe je hiervan aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Als jullie willen trouwen op huwelijkse voorwaarden, is het van belang om van te voren contact op te nemen met de notaris. Als je dit niet doet, trouwen jullie in gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alle schulden of eigendommen gedeeld worden.
Na het huwelijk zijn jullie officieel voor de wet: man en vrouw, man en man, of vrouw en vrouw. Dit betekent dat je naar elkaar een aantal rechten en plichten hebt. Hieronder vallen bijvoorbeeld het erfrecht, het successierecht en de onderhoudsplicht.
Kinderen
Als jullie als man en vrouw getrouwd zijn en een kind krijgen, dan ben je allebei automatisch de wettelijke ouders van het kind. Bij alle andere vormen van samenleven, ben je dat niet en moet de vader officieel het kind erkennen. Vervolgens moet hij het ouderlijk gezag aanvragen bij de rechter.
2 vaders of 2 moeders?
Als een lesbisch stel een kind krijgt en de partner van de moeder wil het kind adopteren, dan kan zij een adoptieverzoek indienen bij de rechtbank. Als een homopaar een kind uit het buitenland heeft geadopteerd, kan de partner van de adoptieouder het kind ook adopteren als zij het kind in dat jaar samen hebben verzorgd en opgevoed.
De familierechtelijke band met je kind
Als je als man en vrouw getrouwd bent en kinderen krijgt, zijn jullie de wettelijke ouders van het kind. Je hebt het ouderlijk gezag. Dat betekent dat je onder andere onderhoudsplicht hebt naar jullie kind, en dat er een erfrechtelijke band is.
Geregistreerd partnerschap
Het geregistreerd partnerschap lijkt in veel opzichten op het huwelijk. De voorwaarden voor het aangaan van een huwelijk en een geregistreerd partnerschap zijn gelijk aan elkaar. Net als de rechten en plichten van beide partners. Er zijn wel verschillen in de manier waarop de verbintenis tot stand komt of eventueel wordt beëindigd. En er zijn ook grote verschillen in de familierechtelijke relatie tot de kinderen.
Een andere manier dan om je gezamenlijke huishouden officieel vast te leggen is door een samenlevingscontract aan te gaan met elkaar.
Formaliteiten
Het geregistreerd partnerschap komt niet tot stand met het jawoord, maar met een verklaring. Hier moeten 2 tot 4 meerderjarige getuigen bij aanwezig zijn. Mochten jullie ooit in de toekomst nog overwegen te gaan trouwen, dan kan dit alleen door 'omzetting'. Dit betekent dat jullie in de woongemeente moeten trouwen. Er zijn ook geen getuigen bij het huwelijk aanwezig en je geeft dan ook niet formeel het jawoord.
Beëindiging van het partnerschap
Wanneer het geregistreerd partnerschap wordt beëindigd, kan dit alleen buiten de rechter om gaan als jullie het eens zijn over de beëindiging ervan en geen minderjarige kinderen hebben. In alle overige gevallen moet het geregistreerd partnerschap beëindigd worden door de rechter.
Kinderen
Wanneer jullie een kind krijgen, dan heeft de biologische moeder automatisch een familierechtelijke betrekking tot het kind. In een relatie tussen een man een een vrouw kan de vader alleen een familierechtelijke betrekking krijgen als hij het kind officieel erkent.
2 vaders of 2 moeders?
Ook bij geregistreerde partnerschappen en huwelijken tussen 2 partners van hetzelfde geslacht geldt dat alleen de biologische ouder automatisch een familierechtelijke betrekking heeft tot het kind.
Als een lesbisch stel een kind krijgt en de partner van de moeder wil het kind adopteren, kan zij een adoptieverzoek indienen bij de rechtbank. Als een homopaar een kind uit het buitenland heeft geadopteerd, kan de partner van de adoptieouder het kind ook adopteren als zij het kind in dat jaar samen hebben verzorgd en opgevoed.
Wonen en werken
Als je een kinderwens hebt, zal er veel veranderen op het gebied van wonen en werken.
Misschien wil je stoppen met werken of ga je liever parttime werken. Maar voordat het zover is, zijn er ook andere onderwerpen van belang zoals je werkomstandigheden. Veiligheid staat voorop wanneer je probeert zwanger te raken. Als je bijvoorbeeld werkt met schadelijke stoffen, kan dat van invloed zijn op je vruchtbaarheid. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.
Werkomstandigheden
Als je een kinderwens hebt of zwanger bent, is het verstandig dat je de werkomstandigheden goed bekijkt. De werkomstandigheden kunnen van invloed zijn op je eigen gezondheid of op de gezondheid van je ongeboren kind.
Bedrijfsarts
Als er risico's zijn, dan kun je het best contact opnemen met je bedrijfsarts. Het liefst voordat je zwanger wordt. Je kunt dan bespreken of er op je werk extra maatregelen nodig zijn. Met de adviezen van de bedrijfsarts kun je naar je werkgever gaan. Heb je geen bedrijfsarts, dan kun je dit overleggen met je huisarts, verloskundige of gynaecoloog.
Stress
Als je ongezonde stress hebt, is er te veel spanning. Bij ongezonde werkstress heb je teveel stress en spanningen op je werk. De oorzaak is meestal een (te) hoge werkdruk, terwijl er geen mogelijkheden zijn om dit anders (beter) te regelen. Minder ongezonde stress kan een positieve invloed hebben op je gezondheid en vruchtbaarheid.
Veiligheid
Elke werkgever moet zorgen dat je veilig en gezond kunt werken. Als je werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor je kind, dan moet je werkgever daar iets aan doen. Je werkgever kan informatie geven over eventuele risico's. En hoe je zo veilig mogelijk je werk kunt blijven doen. Blijven de risico's te groot? Of is dat onduidelijk? Dan is het nodig dat je werk wordt aangepast. Als het echt niet anders kan, kun je een tijd ander werk krijgen. Of je hoeft een tijd geen werkzaamheden te doen.
Schadelijke stoffen en chemicaliën
Als je werkt met bepaalde schadelijke stoffen kan dat de vruchtbaarheid van zowel mannen als vrouwen verminderen. Sommige stoffen kunnen ook gevolgen hebben voor de zwangerschap en de gezondheid van je ongeboren kind. Van enkele stoffen is bekend dat ze schadelijk kunnen zijn voor een kind als je borstvoeding geeft. Ook als je werk doet waarbij je bepaalde infecties kunt oplopen, kan dat gevolgen hebben voor je vruchtbaarheid en ongeboren kind.
Lichamelijk zwaar werk
Lichamelijk zwaar werk is werk waarbij je veel kracht nodig hebt. Dit kan van invloed zijn op de zwangerschap.
Andere risico's
Er zijn nog andere werkomstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor een zwangerschap, zoals onregelmatige werktijden; werken in een omgeving met lawaai, overdruk, lichaamstrillingen, extreme hitte of kou, werken met radioactieve straling. Hierover kun je meer lezen op de website van het RIVM.
Veiligheid op het werk
Als je bijvoorbeeld in de fabriek of in de bouw werkt, dan kan het zijn dat je relatief grote veiligheidsrisico's loopt op je werk. Maar ook als je in een ziekenhuis werkt, is arbeidsveiligheid belangrijk. Een ongeluk zit soms in een klein hoekje!
Je werkgever
Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van al hun werknemers op de werkvloer. Ze zijn verplicht om een inventarisatie te maken van alle risico's op het gebied van veiligheid. Aan de hand van deze inventarisatie stelt je werkgever regels op voor de veiligheid.
Je eigen veiligheid
Het is natuurlijk verstandig om je te houden aan de veiligheidsegels van je werkgever. Het gaat uiteindelijk om je eigen veiligheid. Behalve deze regels kun je ook zelf bedenken wat onveilig is, welke risico's je loopt en hoe je de werkplek veiliger kunt maken. Daarnaast kun je ook met je collega's bespreken hoe zij met hun veiligheid omgaan. Ten slotte is het verstandig om onveilige situaties altijd te melden bij de leidinggevende.
De Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie ziet er op toe dat werkgevers en werknemers de Arbowet naleven. In deze wet staan de verplichtingen betreffende de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers. Als je vindt dat je leidinggevende of je werkgever niet goed omgaat met de veiligheid van jou en van je collega's, dan kun je dit (anoniem) melden bij de Arbeidsinspectie.
Schadelijke stoffen
Sommige schadelijke stoffen, die je bijvoorbeeld op je werk tegenkomt, kunnen een slechte invloed hebben op je vruchtbaarheid, de gezondheid van je ongeboren kind, of je borstvoeding. Zowel de vruchtbaarheid van mannen als van vrouwen kan hierdoor verstoord worden.
Effecten van schadelijke stoffen
Schadelijke stoffen die een negatieve invloed kunnen hebben op de voortplanting, zijn bijvoorbeeld kankerverwekkende stoffen. Effecten van deze schadelijke stoffen kunnen zijn dat je hormoonbalans verstoord wordt, dat je ongeboren kind te langzaam ontwikkelt en dat je kind daardoor ook een te laag geboortegewicht heeft.
De effecten van schadelijke stoffen kunnen per persoon verschillen. Ook zijn er factoren van belang zoals hoe lang en hoe vaak je met de schadelijke stoffen in aanraking komt. En het kan ook zijn dat een effect veroorzaakt is door een ander (onopgemerkt) effect.
Hoe herken je schadelijke stoffen?
Op de etiketten van de verpakkingen van schadelijke stoffen, moet vermeld worden wat voor stof het is en of deze stof schade kan veroorzaken. Op een etiket moet dan bijvoorbeeld staan: "Kan de vruchtbaarheid schaden."
Bescherming
De ondernemingsraad, de bedrijfsarts en andere deskundigen van de arbodienst van je bedrijf moeten weten of er schadelijke stoffen aanwezig zijn die een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid. Je werkgever heeft een registratieplicht van alle gevaarlijke stoffen in het bedrijf. Je werkgever is ook verplicht om je altijd tegen deze stoffen te beschermen. Dat kan bijvoorbeeld door goede ventilatie, betere verpakkingen, of beschermende middelen zoals beschermende kleding, brillen en handschoenen.
Wanneer je zwanger bent, is je werkgever zelfs verplicht om eventueel tijdelijk ander werk te bieden, als hij niet genoeg bescherming kan bieden voor het werken met schadelijke stoffen.
Adoptieverlof
Adoptieverlof, of pleegzorgverlof, kun je opnemen als je een kind adopteert of als je een pleegkind in het gezin opneemt. Je krijgt dit verlof zodat iedereen in het gezin kan wennen aan de nieuwe situatie.
Aanvraag adoptieverlof
Beide partners mogen 4 weken adoptieverlof opnemen. Je vraagt het adoptieverlof minimaal 3 weken voordat je het in wilt laten gaan aan bij je werkgever. Je werkgever mag dit niet weigeren. Om je aanvraag goed te keuren, heeft je werkgever de officiële documenten nodig van de adoptie of van de pleegzorg, zoals een uittreksel van het bevolkingsregister of een pleegcontract.
Word je doorbetaald?
Via je werkgever ontvang je een uitkering van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Deze uitkering is in de meeste gevallen even hoog als je salaris, maar nooit meer dan het maximumdagloon: €191,82 bruto per dag. Tijdens je verlof bouw je gewoon vakantiedagen op. Je werkgever mag je adoptieverlof niet compenseren met je vakantiedagen.
Voorwaarden
-
Je kunt alleen adoptieverlof aanvragen als het kind nog geen 16 weken in je gezin verblijft. Als het kind langer dan 16 weken bij je is, dan vervalt het recht op adoptieverlof.
-
Het is ook niet mogelijk om het adoptieverlof te onderbreken en op een later moment weer op te nemen (ook niet als je ziek wordt tijdens het verlof).
-
Als je toch meer tijd nodig hebt voor de zorg van je kind, dan kun je ouderschapsverlof opnemen zolang het kind nog geen acht jaar is geworden.
-
Als je meerdere kinderen tegelijk adopteert, kun je toch maar 1 keer adoptieverlof opnemen.
Meer informatie over adoptieverlof en de voorwaarden kun je vinden op de website van de Rijksoverheid, daar vind je ook een handige rekentool.
Geldzaken
Als je een kinderwens hebt, denk je waarschijnlijk goed na over je financiële situatie. Zekerheid is belangrijk.
Wat kost een kind?
Wat kost een kind eigenlijk en wat heb je allemaal nodig voor de bevalling en daarna? Het is slim om van te voren een aantal belangrijke kostenposten op een rijtje te zetten.
-
Denk je erover om na de bevalling minder te gaan werken? Dan heb je ook een lager inkomen. Ouderschapsverlof kan uitkomst bieden.
-
Hogere dagelijkse uitgaven (extra eten en drinken, luiers, verzorgingsproducten, enzovoort)
-
Een hoger water- en energieverbruik.
-
De kosten van kinderopvang.
-
Eénmalige kosten zoals de uitgaven voor de babyuitzet.
Natuurlijk komt er ook geld binnen, bijvoorbeeld kinderbijslag. En een aantal zaken worden vergoed door je zorgverzekeraar.
Zorgverzekering
Wil je graag zwanger worden? Er kunnen verschillen tussen verzekeringen zijn voor wat betreft de voorwaarden en vergoedingen rond vruchtbaarheidsbehandelingen, bevallen en kraamzorg.
Hoe ben je verzekerd?
Het is dus slim om nu al na te gaan hoe je bent verzekerd en of het zin heeft om een aanvullende verzekering af te sluiten of om over te stappen naar een andere verzekeraar.
Overstappen
In november ontvang je de nieuwe voorwaarden en de premie van je ziektekostenverzekeraar. Als je niets doet, loopt je verzekering gewoon door. Wil je overstappen? Zeg je oude verzekering dan op vóór 1 januari. Je nieuwe zorgverzekering moet je vóór 1 februari afsluiten.
Vergoeding van onderzoeken
Een onderzoek wordt in principe alleen vergoed door je zorgverzekering:
-
als er een medische indicatie is (als er aangeboren of erfelijke aandoeningen voorkomen binnen je naaste familie of in de familie van je partner);
-
als je 36 jaar of ouder bent;
-
als jij of je partner zelf een bepaalde aandoening hebben, zullen onderzoeken bij bepaalde afwijkingen worden vergoed;
-
als je medicijnen (heeft) gebruikt die misschien schadelijk zijn voor de baby.
De verloskundige kan je precies vertellen voor welke onderzoeken je in aanmerking komt. Verder kun je in de verzekeringspolis zien wat financieel mogelijk is. Je kunt natuurlijk ook altijd zelf contact opnemen met je verzekeraar.
Voeding
Als je zwanger wilt worden, is het belangrijk dat je goede en volwaardige voeding binnenkrijgt.
Gevarieerd en gezond
Je kunt het beste gevarieerd eten, volgens de Schijf van Vijf. Dan krijg je van de meeste vitaminen en mineralen genoeg binnen. Dat betekent bijvoorbeeld dat je bij brood kiest voor volkorenbrood, dat je zorgt voor voldoende fruit en groente en dat je genoeg vocht drinkt. Ook foliumzuur slikken is erg belangrijk.
Vitamines
Je hoeft niet 'voor 2' te eten tijdens je zwangerschap. Als je gevarieerd eet, hoef je geen extra vitamines te slikken, behalve extra foliumzuur en vitamine D. Teveel vitamine A moet je voorkomen. Wil je toch je voeding aanvullen, gebruik dan een vitamine-preparaat speciaal voor zwangeren. Daar zit al voldoende vitamine D en foliumzuur in.
Vitamine D
Vitamine D zorgt ervoor dat calcium goed uit de voeding wordt opgenomen. Calcium zorgt voor de opbouw en het in stand houden van je botten. Vitamine D zit vooral in vette vis. Vitamine D wordt ook toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braadproducten.
Als je zwanger bent
Zwangeren krijgen tegenwoordig het advies om 10 microgram extra vitamine D te slikken. De verloskundige kan je soms een aangepast advies geven over nog extra vitamine D. Vitamine D is zonder recept verkrijgbaar bij drogist of apotheek.
Foliumzuur
Foliumzuur is een vitamine en zit in verse groenten, vers fruit en volkoren producten. Als je zwanger wilt worden is het aan te raden om alvast extra foliumzuur te gaan slikken.
Waarom is foliumzuur nodig?
Extra foliumzuur verkleint de kans op het krijgen van een kind met een ernstige aandoening zoals een open ruggetje of een open schedel. Mogelijk ook op een open gehemelte (schisis), maar daar wordt nog onderzoek naar gedaan.
Wanneer starten?
Begin met het slikken van extra foliumzuur 4 weken voordat je stopt met voorbehoedmiddelen. Het duurt ongeveer 4 weken tot je lichaam een voldoende voorraad foliumzuur heeft opgebouwd. Je kunt gewoon foliumzuur blijven slikken als je nog niet meteen zwanger raakt. Het is niet schadelijk voor je gezondheid.
Welke dosering?
Je kunt foliumzuurtabletten gewoon zonder recept bij de drogist of de apotheek kopen. Je hebt per dag 1 tablet nodig van 0,4 of 0,5 milligram (0,4 of 0,5 mg). Die hoeveelheid zit ook in het speciale vitaminepreparaat voor zwangeren. Vraag ernaar bij de drogist of apotheek.
Al zwanger?
Als je zwanger raakt, heb je extra foliumzuur nodig tot de 10e week van je zwangerschap. Daarna kun je ermee stoppen. Ben je al zwanger en nog niet gestart met foliumzuur? Je kunt alsnog beginnen!
Meer informatie over foliumzuur vind je op de website Slikeerstfoliumzuur.nl.
Gezonde voeding
Als je zwanger wilt worden, is het belangrijk om gezond te eten. Ook is het verstandig alvast bepaalde soorten eten te laten staan, die schadelijk kunnen zijn voor de ongeboren baby. Je weet immers niet precies vanaf wanneer je zwanger bent.
Wat is gezonde voeding?
Gezonde voeding bestaat uit brood, aardappelen, rijst, pasta, peulvruchten, groente en fruit en 2 keer per week vis, waarvan 1 keer vette vis. Daarbij horen ook nog zuivel en vlees(-vervangers), eieren en margarine en bak- en braadproducten. Natuurlijk is het ook belangrijk dat je voldoende vocht binnenkrijgt. Dit is volgens de regels van de Schijf van Vijf.
Hoeveel heb je nodig?
In deze periode heb je volgens het Voedingscentrum dagelijks nodig:
-
450 ml zuivel en 1,5 plak kaas (30 gram)
-
1,5 - 2 liter vocht (inclusief zuivel)
-
6 sneetjes brood
-
4 opscheplepels rijst, peulvruchten, pasta of aardappelen
-
4 opscheplepels groente
-
2 stuks fruit
-
100-125 gram vlees(waren), vette vis, ei en vleesvervanger (gaar gewicht)
-
30 gram halvarine (dat is 5 gram per sneetje brood)
-
15 gram bak- en braadproducten, olie
-
extra vitamines, zoals vitamine D en foliumzuur
Voorkom besmettingen
Besmettingen met het listeria-bacterie of toxoplasmose-parasiet kunnen een miskraam of afwijkingen aan de ongeboren vrucht veroorzaken.
-
Dit voorkom je door geen rauwe vis, schaaldieren en vlees te eten.
-
Eet ook geen zachte kazen van rauwe melk ('au lait cru').
-
Was groente en fruit goed en bewaar rauwe producten goed afgedekt in de koelkast.
Schijf van Vijf
Om gezond te eten, is de Schijf van Vijf een handig hulpmiddel. Dit is een combinatie van 5 uitgangspunten en 5 vakken.
De vakken uit de Schijf van Vijf
Elk vak uit de Schijf van Vijf bevat vergelijkbare producten. Kies liefst elke dag producten uit alle vakken en varieer zo veel mogelijk.
-
Groente en fruit.
-
Brood, granen, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten.
-
Zuivel, vlees(waren), vis, ei en vleesvervangers.
-
Vetten en olie.
-
Dranken.
Eet zoveel mogelijk groenten en fruit, voldoende brood, zo weinig mogelijk verzadigd vet en niet teveel zout. Het Voedingscentrum raadt ook aan om 2 keer per week vis te eten, waarvan 1 keer per week vette vis.
Uitgangspunten
Wil je gezond eten, let dan op de volgende uitgangspunten.
-
Eet gevarieerd.
-
Niet te veel en beweeg.
-
Eet minder verzadigd vet.
-
Eet veel groente, fruit en brood.
-
Eet veilig.
Hoe kies je?
Binnen de groepen vergelijkbare producten kun je kiezen uit 3 categorieën. Het Voedingscentrum heeft hiervoor een keuzetabel. Sommige keuzes zijn minder gezond dan andere. Door vaak uit de categorie 'bij voorkeur' te kiezen, heb je een andere keer de ruimte om iets uit de categorie 'bij uitzondering' te kiezen.
Hoeveel kies je?
Het Voedingscentrum heeft voor verschillende leeftijdscategorieën tabellen gemaakt met de hoeveelheden die worden aanbevolen om per dag te eten.
Vegetarisch of veganistisch
Als je vegetarisch of veganistisch eet en je wilt zwanger worden, dan is het belangrijk dat je toch genoeg ijzer, eiwitten en vitamine B12 binnenkrijgt. Ook bij een tekort aan vitamine B12 is er meer risico op een kindje met een open ruggetje en andere aangeboren afwijkingen. En vitamine B12 zit alleen in dierlijke producten.
Noodzakelijke voedingsstoffen
Het is verstandig om regelmatig ook vleesvervangers, ei, melk, kaas en andere zuivelproducten te eten.
-
Peulvruchten, sojaproducten, erwten, bonen, brood, rijst en pasta bevatten de eiwitten die je nodig hebt.
-
IJzer zit in: sommige vleesvervangers, volkorenbrood, ontbijtgranen, aardappelen, groente en noten. Eet wat fruit of drink een glas vruchtensap bij je brood en warme maaltijd.
-
Vitamine C in fruit zorgt ervoor dat ijzer beter door je lichaam wordt opgenomen.
Veganistisch
Als je veganistisch eet en dus helemaal geen dierlijke producten neemt, bespreek dit dan bijtijds met je verloskundige of huisarts of vraag een verwijzing naar de diëtiste. Het is echt heel belangrijk om te weten of je voldoende van alle noodzakelijke voedingsstoffen binnenkrijgt.
Erfelijkheid
Kinderen krijgen hun erfelijke eigenschappen van hun ouders: de helft van de vader en de helft van de moeder. Maar niemand weet tevoren wát een kind van de vader meekrijgt en wát van de moeder.
Mogelijke aandoeningen
Je kunt leuke eigenschappen, zoals bijvoorbeeld je blonde haar of je blauwe ogen doorgeven aan je kinderen. Maar er zijn soms ook minder leuke erfelijke eigenschappen die je kinderen kunnen krijgen. Met de minder leuke erfelijke eigenschappen bedoelen we aandoeningen.
Praat erover
Als er in je familie een erfelijke of aangeboren aandoening voorkomt is het verstandig om dit al vóór de zwangerschap met de verloskundige of de huisarts te bespreken. Aanvullend onderzoek is dan mogelijk voordat je zwanger wordt. Je kunt hiervoor ook bij een kinderwensspreekuur terecht.
Checklist erfelijkheid
Wil je weten of je kans hebt op een kind met een aandoening? Beantwoord dan hieronder alle vragen.
Vragenlijst
Alle vragen gelden ook voor je partner. Geef dus allebei antwoord op deze vragen!
-
Komt er in je familie een erfelijke of aangeboren ziekte voor?
-
Heb je al eens een zwangerschap afgebroken omdat het kindje een aangeboren afwijking had?
-
Heb je een afwijking of ziekte, waarmee je geboren bent?
-
Heb je een erfelijke ziekte?
-
Zijn jij en je partner familie van elkaar, bijvoorbeeld nicht en neef?
-
Heb je een kind met een afwijking?
-
Heb je een kind met een vertraagde ontwikkeling?
-
Heb je 2 of meer miskramen gehad?
-
Zijn er in jouw familie kinderen dood geboren of jong dood gegaan?
-
Zijn er kinderen in jouw familie met een ziekte of afwijking?
Familieleden?
Ook is het belangrijk om te kijken naar aandoeningen en ziektes binnen de familie. Hebben jullie familieleden met:
-
taaislijmziekte;
-
een stofwisselingsziekte;
-
een spierziekte;
-
een open ruggetje;
-
en aangeboren hartafwijking;
-
een psychiatrische aandoening;
-
de ziekte van Huntington;
-
het Downsyndroom
-
of een andere erfelijke of aangeboren aandoening?
Herkomst?
Ben je geboren in een gebied waar erfelijke bloedarmoede vaker voorkomt? Dat zijn Afrika, landen rond de Middellandse Zee (zoals Marokko, Turkije), het Midden Oosten, het Verre Oosten (Azië), Suriname, de Antillen en het Caribische gebied? Of is er familie van jou geboren? Jouw ouders, grootouders, overgrootouders of nog verdere familie?
De uitslag van de checklist
Is je antwoord 'ja' op één of meer vragen? Ga dan naar je huisarts als je zwanger wilt worden. De huisarts kan eventueel een afspraak voor je maken bij een arts. Je krijgt dan een gesprek of een erfelijkheidsonderzoek.
Je kunt ook online op ZwangerWijzer.nl een vragenlijst invullen om te kijken of er risico's zijn voor jou, je partner of je kind.
Meer informatie
Ben je op zoek naar meer informatie? Ga dan naar de website Erfelijkheid.nl van het Erfocentrum.
Chromosomen
De erfelijke eigenschappen liggen opgeslagen in de lichaamscellen. Bij de mens liggen ze op 23 verschillende paren chromosomen. Ieder chromosoom bevat enorme hoeveelheden genen, die allemaal zorgen voor iets dat het lichaam moet kunnen.
46 Chromosomen
Een mens heeft alle soorten chromosomen dubbel, 23 van de vader, 23 van de moeder. Dat is prettig! Want als er in één chromosoom een foutje geslopen is, kan het andere chromosoom het probleem vaak opvangen. En kan je lichaam nog steeds alles doen wat het moet kunnen.
Foutjes
Foutjes in het erfelijke materiaal komen vaak voor. We zijn dus bijna allemaal drager van een aantal van zulke foutjes. Maar meestal merk je daar dus niets van.
Erfelijke afwijkingen
Er zijn ook foutjes die kunnen leiden tot erfelijke afwijkingen. Die foutjes kun je doorgeven aan je kinderen. Soms kan je kind dan een erfelijke of aangeboren aandoening hebben. Wil je meer weten over de kans op erfelijke afwijkingen ga dan naar je huisarts of naar het Erfocentrum.
Recessieve ziekten
Bij sommige erfelijke ziekten is het niet erg dat je foutjes in je genen hebt. Heb je een foutje op het chromosoom van je moeder meegekregen, dan vangt die van je vader dat wel op. En andersom ook.
Je noemt die ziektes recessieve erfelijke afwijkingen: het gezonde gen is de baas. Daarom komt de ziekte niet tot uiting.
Ziekte in de familie
Meestal merk je dus generaties lang niets van die 'ziekte in de familie' en weet je helemaal niet dat je dat foutje bij je draagt. Het gaat mis als beide ouders toevallig hetzelfde foutje hebben. Als je allebei dat foutje aan je kind doorgeeft, wordt het kind geboren met een aandoening. Op sommige van deze aandoeningen worden baby's kort na de geboorte getest.
Kans voor volgende kinderen
Als je als ouders al een kind hebt met een aandoening, heb je een kans van 1 op 4 dat een volgend kind dezelfde aandoening heeft. De kans dat het kind van één of beide ouders een gezond chromosoom krijgt, is wel groter.
Cystic fibrosis
De recessieve aandoening die het meest voorkomt in Nederland is cystic fibrosis (taaislijmziekte). Door de verbeterde behandeling is de kwaliteit van leven voor mensen met cystic fibrosis verbeterd. Iemand met cystic fibrosis kan een kind krijgen zonder de ziekte, als hun partner niet ook drager is. Dat kind is dan wel drager.
Omdat vrij veel mensen drager zijn van cystic fibrosis, is het verstandig erfelijkheidsadvies te vragen als deze ziekte in de familie van één van beide partners voorkomt.
Familie van elkaar
Als jij en je partner familie van elkaar zijn, kunnen jullie meer dezelfde erfelijke eigenschappen hebben dan andere paren. Het is niet erg dat sommige eigenschappen dan misschien wat meer benadrukt worden. Misschien zijn die familietrekjes zelfs wel leuk.
Erfelijke aandoening
We zijn allemaal (zonder het zelf te weten) drager van enkele erfelijke aandoeningen. Je merkt daar meestal niets van. Maar je kunt ze wel doorgeven aan je kinderen. Ongeveer 3 tot 5 procent van de kinderen wordt geboren met een erfelijke en/of aangeboren aandoening.
Neef en nicht
Als je partner je neef of nicht is, dan geldt het volgende:
-
je hebt 5 tot 8 procent kans op een kind met een aandoening;
-
ook als er verder geen aandoeningen in de familie voorkomen.
Ook als je partner je achterneef of achternicht is, heb je een iets verhoogde kans op een kind met een aandoening. Als bekend is dat in je familie erfelijke aandoeningen voorkomen, dan kan de kans op een kind met een aandoening groter zijn.
Praat erover
Het wordt aangeraden om dit onderwerp al vóór de zwangerschap met de verloskundige, huisarts of klinisch geneticus (specialist op het gebied van erfelijkheid) te bespreken. Als er in jullie familie erfelijke aandoeningen voorkomen, dan kan soms met onderzoek bepaald worden of jullie drager zijn van deze aandoening.
Meer informatie over erfelijkheid kun je vinden op de website Erfelijkheid.nl van het Erfocentrum.
Downsyndroom
Tijdens je zwangerschap kan ook iets misgaan bij het 'sorteren' van het erfelijk materiaal in de geslachtscellen van jou of je partner. Dus in de eicel of de zaadcel.
Bij de aanmaak van eicellen en zaadcellen kan het wel eens zijn dat deze cellen niet 23 chromosomen, maar bijvoorbeeld 22 of 24 chromosomen krijgen. Als deze cellen dan samensmelten met een andere geslachtscel ontstaat er een vruchtje met meer of minder chromosomen.
3 keer chromosoom 21
Een voorbeeld van een vermeerdering van deze chromosomen is het Downsyndroom. Bij het Downsyndroom is er sprake van trisomie 21, dit houdt in dat er 3 (tri) chromosomen 21 aanwezig zijn. Deze kinderen worden ook wel 'mongooltjes' genoemd. Zij hebben 3 chromosomen nummer 21 in plaats van 2.
Beperkingen
Mensen met Downsyndroom hebben een lichte tot ernstige verstandelijke handicap. Ook hebben mensen met Downsyndroom vaak een aantal herkenbare uiterlijke kenmerken. Daarnaast ontwikkelen zij zich lichamelijk trager.
Zwanger op latere leeftijd
Bij oudere moeders is de kans groter dat het sorteren van het erfelijk materiaal misgaat. Zij hebben dan ook meer kans op een baby met zo'n chromosomale afwijking en kunnen zich daarop vroeg in de zwangerschap laten onderzoeken.
Geslachtgebonden
Als het X-chromosoom van een jongen een foutje heeft, kan dat een probleem zijn. Omdat een jongen maar 1 X-chromosoom heeft, kan het foutje niet door het andere X-chromosoom opgevangen worden. Soms ontstaat een ziekte. Dat zijn de geslachtsgebonden aandoeningen.
Voornamelijk bij jongens
Geslachtsgebonden aandoeningen komen bijna alleen bij jongens voor. Het kan gaan om bepaalde spierziekten, ziekten die om behandeling vragen, zoals bloederziekte (hemofilie). Het kan ook om iets onschuldigs gaan, zoals verminderd kleuren zien.
Erfelijkheidsonderzoek
Erfelijkheidsonderzoek kan worden gedaan als er misschien een kans is op een kind met een erfelijke of aangeboren aandoening.
Klinisch genetische centra doen erfelijkheidsonderzoek. Als iemand in aanmerking komt voor erfelijkheidsonderzoek dan is er meestal een buisje bloed nodig van beide partners. De genen worden onderzocht op afwijkingen.
Wat kan er ontdekt worden?
Wat gevonden kan worden is, dat jij en/of je partner een bepaald gemuteerd gen hebben. Dat is eigenlijk een verandering in je erfelijke materiaal. Deze verandering kan bij een kind soms leiden tot een aandoening.
Wat de gevolgen voor een kind kunnen zijn, is afhankelijk van de uitslag van het erfelijkheidsonderzoek. Soms kan na erfelijkheidsonderzoek (nog) niets gezegd worden over de kans dat een kind een bepaalde aandoening krijgt.
Wil je het wel of niet weten?
Er zijn ook mensen die ervoor kiezen om niets te willen weten over erfelijkheid, ook niet als ze een ziekte dragen. Of je wel of geen erfelijkheidsonderzoek laat doen, als je hiervoor in aanmerking komt, is een persoonlijke keuze. Wat voor jezelf belangrijk is, is dat je van te voren kunt bedenken wat je gaat doen met de kennis die je eventueel zult krijgen.
-
Niet zwanger worden?
-
Wel zwanger worden en hoe dan ook het kind laten komen en de beperkingen accepteren?
-
Of gewoon maar beginnen, jezelf tijdens de zwangerschap laten onderzoeken en bij slecht nieuws de zwangerschap afbreken?
Mensen kiezen heel verschillende wegen hierin. Geen enkele keuze is gemakkelijk.
Laat je voorlichten
De medewerkers van een klinisch genetisch centrum kunnen je voorlichten over jouw specifieke situatie. Erfelijkheid en genenonderzoek zijn ingewikkelde onderwerpen. Hierbij kun je zelf het volgende doen:
-
check of je de informatie echt goed hebt begrepen;
-
schrijf je vragen op;
-
en vraag of ze de informatie op schrift hebben, zodat je het nog eens kunt lezen.
Adressen
De adressen van de klinisch genetische centra kun je vinden op de website Erfelijkheid.nl.
Zwanger
En dan ben je zwanger! Een blije periode, waarin tegelijkertijd veel op je afkomt. Dat geldt zeker ook voor je partner. Na het goede nieuws borrelen vast ook allerlei vragen op.
Ouderschap
Zowel voor jou als je partner als toekomstige ouders is het wennen en aanpassen. Je zult in deze periode van alles moeten regelen en klaarmaken voordat je baby komt. Bijvoorbeeld de voorbereiding op de bevalling en het kopen van allerlei spullen voor de baby.
Vragen
Je kunt je misschien ook onzeker voelen, zeker als je voor de eerste keer zwanger bent. Hoe weet je of het goed gaat met de baby in je buik? En wat komt er eigenlijk allemaal kijken bij zwanger zijn en bevallen? Wat mag je nu wel eten en wat niet? Wat vindt je partner ervan? Hoe moet het met je werk? En heb je straks geld genoeg?
Gelukkig sta je er niet alleen voor en kun je altijd terecht bij je verloskundige of gynaecoloog.
Maar wat als je het niet wilt?
Als je zwanger bent zonder dat je het wilde, vind je op deze website informatie die je nodig hebt om de juiste beslissing te nemen. Blijf je vragen houden? Neem dan contact op met het CJG bij jou in de buurt.
Groei en ontwikkeling
Dit gedeelte van de site geeft een overzicht van de diverse stadia in de groei en ontwikkeling van je ongeboren kind.
Je kunt hier ook uitrekenen hoe lang je al zwanger bent. Je leest wat je kunt betekenen voor andere vrouwen met een kinderwens. En je vindt informatie over de verloskundige en over zwangerschapsonderzoeken.
Ben ik zwanger?
Misschien probeer je al een tijdje zwanger te worden, of misschien is het (nog) niet de bedoeling. Als je weet wat de symptomen zijn van een zwangerschap, kun je misschien eerder ontdekken dat je zwanger bent.
Symptomen zwangerschap
Je kunt een zwangerschap herkennen aan één of meerdere van de volgende symptomen.
-
Allereerst stopt natuurlijk de menstruatie, of deze wordt veel minder hevig dan normaal.
-
Je borsten kunnen gevoelig zijn en opzwellen en je tepels worden groter en donkerder van kleur.
-
Je moet waarschijnlijk vaker plassen dan normaal.
-
Je kunt last krijgen van je maag (brandend maagzuur) en van verstopping.
-
Je kunt je behoorlijk misselijk (vooral als je opstaat) en rusteloos voelen.
-
Je kunt vaak hoofdpijn krijgen en je kunt je erg moe voelen.
-
Je krijgt misschien last van stemmingswisselingen (snel huilen of snel boos zijn).
-
Je hebt geen zin in ander eten en drinken dan je gewend bent.
-
Of je hebt geen zin in eten en drinken, dat je normaal heel lekker vindt (zoals koffie).
Zwangerschapstest
Als je een aantal van deze symptomen herkent en vermoedt dat je zwanger bent, is het natuurlijk verstandig om zo snel mogelijk een zwangerschapstest te doen. Een zwangerschapstest biedt voldoende zekerheid. Je kunt een zwangerschapstest kopen om het zeker te weten. Deze test is niet goedkoop. De test meet of je het zwangerschapshormoon hCG in je lichaam hebt. Dat hormoon maakt je lichaam aan als de eicel en zaadcel samen in jouw baarmoeder een plek vinden.
Beste moment zwangerschapstest
Je kunt al een test doen als je 1 of 2 dagen over tijd bent. Maar als je zeker wilt zijn, kun je beter wachten tot je 10 dagen over tijd bent. Het kan zijn dat het vruchtje in het begin van de zwangerschap wordt afgebroken. Soms laat de test ook zien dat je niet zwanger bent terwijl je dat al wel bent. Dat kan komen omdat er nog niet genoeg hormonen in je urine zit. Denk je toch dat je zwanger bent? Doe de test na een week nog een keer.
Natuurlijk kun je ook even langs de huisarts gaan.
Zwangerschapstest
Om te testen of je zwanger bent kun je naar je huisarts en verloskundige gaan, maar je kunt ook zelf een zwangerschapstest doen.
Een test kopen
Je kunt een test kopen bij de drogist. Er zijn veel verschillende soorten testen te krijgen. Veel drogisten verkopen 'eigen merk' testen. Deze testen zijn erg betrouwbaar. Je kunt er ook direct 2 kopen, zodat je de test voor de zekerheid nog een keer kunt herhalen. Het testen kost maar enkele minuten en de test is, als je het zorgvuldig doet, behoorlijk betrouwbaar.
Wanneer kun je de test doen?
Als je zwanger bent dan maakt je lichaam het zwangerschapshormoon hCG aan. Dat hormoon komt in je urine terecht. Eerst weinig, dan steeds meer. Normaal gesproken kun je de test uitvoeren op de dag dat je eigenlijk ongesteld had moeten worden (ongeveer rond de 2 weken na de bevruchting dus).
Soms geeft een test de uitslag 'niet zwanger', maar als je je wél zwanger voelt, kan dit komen doordat er nog net niet genoeg hormoon in je urine zit voor een positieve uitkomst van de test. Als je het niet vertrouwt, kun je na ongeveer 7 à 10 dagen de test nog eens herhalen.
Aan de pil, met de pil gestopt of net zwanger geweest?
Als je net met de pil bent gestopt dan is het normaal dat je menstruatie wat langer uitblijft. Als je net bent bevallen, is je hormoonhuishouding ook anders dan anders. In die beide gevallen kun je het best wachten met de test tot de datum dat je al wel 3 weken zwanger zou kunnen zijn. Dit geldt ook als je aan de pil bent en je vermoedt dat je misschien toch zwanger bent. Dit komt zelden voor, maar is wel mogelijk.
Het uitvoeren van de test
Bij het uitvoeren van de test is het belangrijk dat je bij voorkeur de eerste ochtendurine gebruikt. De ochtendurine is vers en niet te veel verdund. Je kunt daarom ook beter niet te veel water drinken de avond ervoor. Het potje waarin je de urine opvangt moet goed schoon en droog zijn en mag geen restjes schoonmaakmiddel bevatten. Volg verder de gebruiksaanwijzing bij de test. En raadpleeg bij twijfel je huisarts.
Gewenst zwanger of niet?
Voor de één is zwanger worden een vurige wens, voor een ander komt de zwangerschap misschien als een schok. Voor hulp bij een onbedoelde zwangerschap of als zwanger raken niet lukt, kun je terecht bij diverse hulpinstanties.
Andere vrouwen helpen
Wil je andere vrouwen helpen om zwanger te worden? Dat kan door je urine te bewaren. In urine van zwangere vrouwen zit een hormoon. Dat heet het hCG-hormoon.
hCG-hormoon
Het hCG-hormoon is een hormoon dat alle vrouwen in de eerste 4 maanden van hun zwangerschap in ruime mate aanmaken. Via een ingewikkelde en kostbare procedure kan uit de urine uiteindelijk een klein beetje hCG-hormoon worden gehaald. Daarom is het belangrijk dat zo veel mogelijk zwangere vrouwen hun urine willen afstaan. Uiteindelijk wordt het hCG-hormoon verwerkt in medicijnen die vrouwen gebruiken zodra zwanger worden niet lukt.
Moeders voor Moeders
Als je mee wilt helpen, kun je je aanmelden bij de organisatie Moeders voor Moeders. Dat kun je doen zodra je weet dat je zwanger bent. Iemand van Moeders voor Moeders komt dan bij je thuis. Zij legt uit wat je moet doen. Van Moeders voor Moeders krijg je bussen waarin je de urine bewaart. Zij halen de bussen bij jou thuis op. Je kunt dit doen tot en met week 16 van je zwangerschap.
Goed om te weten
-
Wil je helpen? Of wil je meer weten? Kijk op website van Moeders voor Moeders of bel naar 0800 022 80 70. Dit telefoonnummer is gratis.
-
Ben je langer dan 11 weken zwanger? Dan kun je je niet meer aanmelden.
De verloskundige
Het is belangrijk om op tijd naar de verloskundige te gaan. Dat is als je ongeveer 8 weken zwanger bent. Of zodra je weet dat je zwanger bent.
Je kunt zonder verwijzing terecht bij een verloskundige, daarvoor hoef je dus niet eerst langs de huisarts. Die verloskundige kies je zelf. Op de website van de KNOV kun je een verloskundige vinden bij jou in de buurt.
Meerdere controles
In het begin van je zwangerschap ga je elke 4 weken naar de verloskundige voor controle. Tijdens je zwangerschap ga je steeds vaker. Het aantal controles hangt ook af van hoe je zwangerschap verloopt.
Huisarts
Naast de verloskundigen, is er ook nog een kleine groep verloskundig actieve huisartsen. Deze huisartsen begeleiden vanuit hun visie als gezinsarts ook zwangerschappen en bevallingen.
Gynaecoloog
En het kan ook zijn dat je onder controle van de gynaecoloog komt.
Wat doet de verloskundige?
Je verloskundige begeleidt jou tijdens je zwangerschap, bij de bevalling en tijdens het kraambed. Ze kijkt of het goed gaat met jou en je kind. Stel haar alle vragen die je hebt, want zij heeft alle kennis en ervaring om je te adviseren en te coachen.
De verloskundige:
-
vraagt tijdens het eerste bezoek naar je gezondheid;
-
vraagt aan jou en je partner of er ziektes in jullie familie zijn, zoals erfelijke aandoeningen;
-
begeleidt de medische kant van je zwangerschap;
-
controleert of de baby goed groeit;
-
geeft je adviezen en tips over een gezonde zwangerschap;
-
verwijst je door naar een gynaecoloog of andere specialist, als dat nodig is;
-
informeert je over Moeders voor Moeders;
-
bespreekt met je hoe je je voelt en beantwoordt al je vragen.
Meer informatie over de taken van de verloskundige en wat je van haar kunt verwachten kun je vinden op de website van het KNOV.
Eerste afspraak
Sommige informatie is al vroeg in de zwangerschap belangrijk, daarom is het goed zo snel mogelijk een afspraak te maken met de verloskundige.
Eerste afspraak verloskundige
Wanneer weet dat je zwanger bent, is het verstandig om snel een verloskundige te kiezen en te bellen voor een eerste afspraak. Verloskundigen willen graag dat je zo snel mogelijk langskomt, zodat ze je zo goed mogelijk kunnen informeren en begeleiden.
De eerste afspraak in de zwangerschap is meestal als je tussen 8 en 10 weken in verwachting bent. De huisarts kent alle verloskundigen bij jou in de buurt. Je kunt zelf ook een verloskundige zoeken. Op de website van KNOV vind je een overzicht.
Eerder contact?
Misschien wil je niet wachten tot je 8 weken zwanger bent. Je kunt eerder contact opnemen met je verloskundige. Bijvoorbeeld als je niet precies weet hoe lang je zwanger bent of als er een erfelijke ziekte voorkomt in de familie. Ook als je medicijnen slikt waarvan je niet zeker weet of die veilig zijn, kun je je verloskundige bellen.
Wat neem je mee naar je eerste afspraak?
Schrijf alles op en neem dat mee naar de eerste afspraak. Bijvoorbeeld:
-
de eerste dag van je laatste ongesteldheid;
-
hoe vaak je ongesteld werd voordat je zwanger werd (hoe regelmatig was dat?);
-
wanneer je gestopt bent met de pil;
-
wanneer uit de zwangerschapstest bleek dat je zwanger was;
-
of er afwijkingen of ziekten in de familie zijn.
Neem ook mee:
-
je verzekeringspasje;
-
je legitimatiebewijs (paspoort of rijbewijs);
-
gegevens over je vorige bevalling.
De eerste afspraak
Tijdens de eerste afspraak zal de verloskundige jou veel vragen stellen. Ze heeft informatie nodig over je algemene gezondheid en je eventuele medische geschiedenis.
De verloskundige geeft daarnaast ook een heleboel informatie, bijvoorbeeld over voeding, kraamzorg, prenatale onderzoeken, zwangerschapscursussen en de kans op een verhoogde bloeddruk. Natuurlijk kun je de verloskundige ook alles vragen over je zwangerschap en over de bevalling.
Lichamelijk onderzoek
Tijdens de eerste afspraak zal de verloskundige meestal nog geen uitwendig onderzoek doen. Je bent dan waarschijnlijk nog maar in de 9e week van je zwangerschap. Je kunt dan nog niets voelen en ook nog niet het hartje van je baby horen. Het enige wat je verloskundige waarschijnlijk zal doen, is het opmeten van je bloeddruk.
Bloedonderzoek
De verloskundige zal bij je eerste bezoek bloed laten afnemen. Het laboratorium onderzoekt je bloed op:
-
bloedgroepen ABO, Rhesus D en Rhesus c;
-
antistoffen tegen bloedgroepen;
-
de infectieziekten hepatitis B, syfilis en hiv;
-
of je bloedarmoede hebt;
-
en je bloedsuiker.
Soms wijst het onderzoek uit dat de baby kans heeft om ziek te worden. Vaak is behandeling mogelijk. Voor meer informatie over de bloedonderzoeken, kun je terecht op de website van het RIVM.
Vervolgafspraken
Tijdens je zwangerschap zul je regelmatig naar het spreekuur gaan, zodat de verloskundige de ontwikkeling van je baby kan controleren en eventuele complicaties snel kan ontdekken. In het begin kom je maandelijks op afspraak. Wanneer je zwangerschap vordert, zul je vaker op afspraak komen.
Vervolgafspraken verloskundige
In het begin van de zwangerschap ga je ongeveer om de 4 weken naar de verloskundige voor controle. De verloskundige kan de ontwikkeling van je baby controleren en eventueel complicaties snel ontdekken.
Hoe vaak op controle?
Tijdens de zwangerschap worden de periodes tussen de controles korter. Het aantal controles hangt af van het verloop van je zwangerschap. De verloskundige bespreekt elke keer hoe het met jou en de baby is en ze voert controles uit.
Baarmoeder
Bij iedere controle kijkt de verloskundige naar de grootte van je baarmoeder. De verloskundige voelt met haar handen aan je buik hoe je baarmoeder groeit.
Bloeddruk
De verloskundige controleert ook je bloeddruk. Bij een hoge bloeddruk let de verloskundige extra goed op je gezondheid en die van je baby. Een lage bloeddruk is niet erg, maar soms lastig. Je kunt er duizelig door worden.
Hartslag en ligging baby
De verloskundige controleert de hartslag van je baby. Vanaf de 3e maand kun je de hartslag van je baby horen. En ze controleert de ligging van je baby. In de laatste maanden van je zwangerschap controleert de verloskundige hoe je baby in de baarmoeder ligt.
-
Ligt je baby met zijn hoofd naar beneden? Zo liggen de meeste kindjes.
-
Ligt je baby met zijn billetjes naar beneden? Dat heet een stuitligging.
Hoe groter je baby wordt, hoe moeilijker het voor je baby is om zelf te draaien. Soms probeert de verloskundige je baby te draaien in je buik. Of ze stuurt je hiervoor naar een gynaecoloog of een echopraktijk.
Gewicht bijhouden
Bij de meeste verloskundigen hoef je niet op de weegschaal te staan. Je let zelf op je gewicht. Heb je een normale zwangerschap? Dan is je gewicht niet belangrijk.
Gemiddeld word je 10 tot 15 kilo zwaarder als je zwanger bent. Maak je geen zorgen als dat meer of minder is.
Verloskundige of gynaecoloog
In Nederland wordt een onderscheid gemaakt tussen zwangerschappen met en zonder medische indicatie. Als je zwangerschap normaal verloopt en je hebt geen medische indicatie, dan begeleidt de verloskundige jouw zwangerschap en bevalling.
Complicaties
Indien er complicaties zijn of dreigen te ontstaan, zul je over het algemeen in een ziekenhuis gaan bevallen en door een gynaecoloog of een klinisch verloskundige worden begeleid.
Verloskundige
Wanneer je zwangerschap normaal verloopt, dan begeleid de verloskundige je. Ze is makkelijk bereikbaar en controleert regelmatig de ontwikkeling van je ongeboren kind. Daarnaast informeert ze je over alle bijkomstige zaken, zoals zwangerschapscursussen , borstvoeding en prenataal onderzoek.
Doorverwijzen
Wanneer de verloskundige bepaalde complicaties of een verhoogd risico signaleert, dan zal ze je doorsturen naar het ziekenhuis waar de gynaecoloog je verder zal begeleiden. Er hoeft dan niet meteen iets ernstigs aan de hand te zijn, de verloskundige doet dit meestal uit voorzorg. Zolang je zwangerschap normaal verloopt, kan zij je begeleiden en is het ook mogelijk om thuis te bevallen.
Gynaecoloog
Een gynaecoloog is een arts die gespecialiseerd is in bepaalde aandoeningen bij vrouwen. Je kunt hierbij denken aan aandoeningen aan de vrouwelijke geslachtsorganen, maar ook aan vruchtbaarheidsbehandelingen.
Zwangerschappen en bevallingen waarbij bepaalde complicaties zijn opgetreden worden meestal door de gynaecoloog behandeld. Ook wanneer je zwanger bent van een meerling, kom je bij de gynaecoloog terecht.
Bevallen
Wanneer je in behandeling bent bij de gynaecoloog beval je vrijwel altijd in het ziekenhuis, omdat je een medische indicatie hebt. Als er geen complicaties of andere verhoogde risico's zijn, dan kun je in principe gewoon begeleid worden door de verloskundige en thuis bevallen.
Zwangerschapsduur
Op het moment dat je merkt dat je zwanger bent, breekt een bijzondere periode aan. Je kunt uitrekenen wanneer je ongeveer zult bevallen.
Uitgerekende datum
Een zwangerschap duurt gemiddeld 38 weken vanaf de bevruchting. Maar voor de berekening van het aantal weken dat je zwanger bent, wordt uitgegaan van de eerste dag van je laatste menstruatie. Vanaf die dag duurt een zwangerschap ongeveer 40 weken.
Termijnecho
Tegenwoordig wordt de zwangerschapsduur echografisch berekend. Dit heet ook wel een 'termijnecho'.
Wanneer vertellen?
Op welk moment je aan je familie en vrienden vertelt dat je zwanger bent, is heel persoonlijk. Sommige mensen vertellen het pas na de eerste 3 maanden van de zwangerschap, omdat de kans op een spontane miskraam in de eerste 3 maanden het grootst is. Misschien vind je het fijn om het direct aan iedereen te vertellen.
De bevalling nadert
Maar weinig baby's worden precies op de uitgerekende datum.geboren. Je bevalling kan ook al eerder of later beginnen. De meeste vrouwen bevallen tussen de 37 en 42 weken. Dit is normaal.
Na 42 weken
Als de bevalling 2 weken na de uitgerekende datum (42 weken) niet op gang is gekomen, heet dat overdragenheid (serotiniteit). Dan wordt meestal besloten om de bevalling in te leiden. Dit gebeurt altijd in het ziekenhuis. 5 tot 10 procent van alle zwangerschappen duurt langer dan 42 weken. De placenta gaat dan wel eens minder goed werken. De baby kan zo geleidelijk minder voeding krijgen en de hoeveelheid vruchtwater vermindert. Het is een goed teken als je de baby voelt bewegen.
Zwangerschap onderzoeken
Je kunt verschillende prenatale onderzoeken laten uitvoeren. Bijvoorbeeld om erachter te komen hoe je kind zich ontwikkelt, welk geslacht het heeft en of er misschien sprake is van een afwijking.
Echo
Een echo in het begin van de zwangerschap is er om te kijken hoe lang je zwanger bent en hoe je kind zich ontwikkelt. Een pretecho is meer 'voor de lol', omdat je het leuk vindt om je kind te zien of om te weten welk geslacht je kind heeft. Om erachter te komen of je kind een afwijking heeft, kun je (als je dat wilt) kiezen voor een 20 wekenecho.
Bloedonderzoek en lichamelijk onderzoek
De verloskundige houdt de gezondheid van jou en je kind goed in de gaten door onder andere bloedonderzoek en lichamelijk onderzoek uit te voeren. Bij het bloedonderzoek kijken ze welke bloedgroep je hebt en of er bijvoorbeeld bepaalde schadelijke antistoffen, bacteriën of virussen in je bloed zitten. Bij een lichamelijk onderzoek worden bijvoorbeeld de ligging en de hartslag van je baby gecontroleerd.
Screening op Downsyndroom
Je kunt (als je dat wilt), prenatale screening op Downsyndroom laten uitvoeren om de kans te laten bepalen of je kind het Downsyndroom heeft. Je weet dan hoe groot de kans is dat je kind Downsyndroom heeft. Maar met een goede uitslag weet je niet helemaal zeker of je baby gezond is.
Vervolgonderzoek
Vervolgonderzoek kan duidelijkheid geven over de afwijking die je kind misschien heeft. Hierbij kun je denken aan een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Het is belangrijk dat je goed nadenkt of je inderdaad een vervolgonderzoek wilt laten uitvoeren. Je beslist dat zelf. Want wat doe je als je een slechte uitslag krijgt?
Zorgverzekering
Je zorgverzekering betaalt de arts of de verloskundige. Dit zit in het basispakket. Sommige onderzoeken moet je zelf betalen. Dat ligt aan je verzekering. Misschien heb je een aanvullend pakket. Vraag dus altijd zelf na bij je verzekeringsmaatschappij welke onderzoeken worden vergoed en welke niet.
Meer informatie
Wil je meer informatie over onderzoeken tijdens je zwangerschap? Kijk dan eens op de website van RIVM. Wil je meer weten over erfelijke afwijkingen, dan kun je terecht op de website van het Erfocentrum.
Echo
Als je 8 tot 12 weken zwanger bent, krijg je een echo om te zien hoe lang je precies zwanger bent en om te kijken of je kind zich goed ontwikkelt. Ook kan de arts zien of de foetus zich in de baarmoeder bevindt en of er genoeg vruchtwater in de baarmoeder zit.
Een jongetje of een meisje?
Op de echo is het meestal moeilijk te zien welk geslacht je kind heeft, omdat de foetus nog zo klein is. Maar daar is de eerste echo eigenlijk ook niet voor bedoeld. Als je het erg graag wilt weten, kun je een pretecho laten maken.
Afwijkingen
Het kan zijn dat de arts bepaalde afwijkingen kan zien op de eerste echo. Maar de foetus is eigenlijk nog te klein is om het goed te kunnen zien. Als je wilt weten of je kind een afwijking heeft, kun je een 20 wekenecho laten maken of de screening op Downsyndroom laten doen.
Medische indicatie
Ook bij een medische indicatie kun je een echo krijgen. Een medische indicatie is bijvoorbeeld wanneer je bloedverlies hebt, wanneer er afwijkingen worden gevoeld tijdens een vaginaal toucher of wanneer de verloskundige denkt dat je in verwachting bent van een meerling.
Meer informatie
Wil je meer informatie over onderzoeken tijdens je zwangerschap? Kijk dan eens op de website van het RIVM. Wil je meer weten over erfelijke afwijkingen, kijk dan op de website van het Erfocentrum.
Pretecho
Je kunt ook een echo laten maken zonder dat er een medische indicatie is. Dit heet ook wel de 'pretecho'.
Het is niet noodzakelijk, maar wel leuk om je kind te kunnen zien via de echo. En meestal kun je dan ook al zien of het een jongetje of een meisje wordt.
Professionele bureaus
Je kunt een pretecho laten maken bij een commercieel echobureau. Een bureau dat pretecho's maakt, heeft niets te maken met je verloskundige of het ziekenhuis.
Als je hiervoor kiest kun je het best van te voren vragen of de echo wordt uitgevoerd door een gediplomeerd echografist en of hij werkt met de nieuwste technieken. Er zijn namelijk geen wettelijke regels voor om een echobureau te beginnen. Iedereen kan dus een echobureau beginnen.
2D-echo
Als je kiest voor een 2D-echo dan kun je die het best laten maken in de 19e tot en met de 26e week van je zwangerschap. Een echo in 2D is min of meer een 'plat plaatje'. Het voordeel van 2D is dat je de baby kunt zien bewegen.
3D-echo
Als je kiest voor een 3D-echo dan kun je die het beste laten maken in de 26e tot en met de 34e week van je zwangerschap. Hoe later in de zwangerschap je een echo laat maken, hoe reëler het beeld is. Bij 3D kun je de baby helemaal rondom bekijken, maar je kunt de baby niet zien bewegen. Bij 3D krijg je een goed beeld van het uiterlijk van je baby. Bespreek dit wel ruim van te voren met het echobureau, soms zijn er lange wachttijden.
Afwijking baby
Het medische doel van een echo is dat een arts afwijkingen kan opsporen en constateren. Daar is de pretecho echter niet voor bedoeld. Meestal vraagt een echobureau ook of je van te voren een verklaring wilt ondertekenen waarbij het bedrijf niet verantwoordelijk gesteld kan worden wanneer ze afwijkingen niet hebben gezien. Een ervaren en gediplomeerd echografist zal misschien wel afwijkingen kunnen zien en ook stappen ondernemen.
De kosten
Een pretecho betaal je zelf. Het is niet goedkoop. De prijs ligt tussen de € 100,- voor een 2D-echo en € 200,- voor een 3D-echo.
20 Wekenecho
Veel aanstaande ouders vragen zich af of hun kind wel gezond zal zijn. Gelukkig worden de meeste kinderen gezond geboren. Met de 20 wekenecho kun je tijdens de zwangerschap laten onderzoeken of je kind ernstige lichamelijke afwijkingen heeft.
Eerst een uitgebreid gesprek
Overweeg je om de 20 wekenecho te laten doen? Dan heb je eerst een uitgebreid gesprek met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Het is belangrijk dat je goed nadenkt over waarom je een 20 wekenecho wilt laten maken.
Je kunt op elk moment stoppen
De 20 wekenecho kan je geruststellen over de gezondheid van je kind. Maar de uitslag kan je juist ook ongerust maken en voor moeilijke keuzes stellen. Je bepaalt zelf of je een echo wilt en of je bij een ongunstige uitslag een vervolgonderzoek wilt laten doen. Je kunt op elk moment stoppen.
De kosten van de echo
De kosten van het uitgebreide gesprek en de echo worden vergoed uit de basiszorgverzekering.
Meer weten?
Op de website van het RIVM kun je meer lezen over de 20 wekenecho en structureel echoscopisch onderzoek.
Waarom een 20 wekenecho?
De 20 wekenecho wordt ook wel 'structureel echoscopisch onderzoek' genoemd. Deze echo is vooral bedoeld om tijdens de zwangerschap te onderzoeken of je kind een open rug of open schedel heeft.
Ernstige lichamelijke afwijkingen
Naast een open rug of open schedel kunnen tijdens de 20 wekenecho ook andere ernstige lichamelijke afwijkingen worden gezien. Bijvoorbeeld een waterhoofd, hartafwijkingen, een breuk of gat in het middenrif, een breuk of gat in de buikwand, afwezigheid of afwijking van de nieren en botten, afwijkingen van armen of benen. Ook wordt onderzocht of je kind goed groeit en of er voldoende vruchtwater is.
Geen garantie voor een gezond kind
De 20 wekenecho is geen garantie voor een gezond kind. Niet alle afwijkingen worden gezien op de echo.
Geen pretecho
Wordt het een jongen of een meisje? Je bent misschien nieuwsgierig, maar de 20 wekenecho is geen pretecho. Het gaat om een medisch onderzoek, niet om het bepalen van het geslacht van je kind. Als het geslacht te zien is, kun je dat te horen krijgen, maar alleen als je daar om vraagt.
Wel of geen 20 wekenecho?
Heb je behoefte aan ondersteuning bij het maken van de keuze om wel of geen 20 wekenecho te laten uitvoeren? Dan kun je altijd terecht bij de verloskundige, huisarts of gynaecoloog.
Heb je besloten dat je een 20 wekenecho wilt? Na een gesprek met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog maak je zelf een afspraak. Je kunt zelf een zorgverlener of zorginstelling in de buurt uitzoeken die de 20 wekenecho kan uitvoeren.
Hoe verloopt een 20 wekenecho?
Je bepaalt zelf of je de 20 wekenecho wilt laten uitvoeren. Als er tijdens de echo een ernstige lichamelijke afwijking wordt gevonden, bepaal je ook zelf of je vervolgonderzoek wilt.
Het gesprek vooraf
Voor de 20 wekenecho heb je eerst een gesprek met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Tijdens dit gesprek kun je al je vragen stellen. Ook krijg je uitleg en informatie over:
-
het onderzoek;
-
de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd;
-
de betekenis van de uitslag;
-
lichamelijke afwijkingen die met de echo ontdekt kunnen worden, zoals een open rug of open schedel.
Tijdens de echo
Tijdens de echo lig je op je rug. Degene die de echo uitvoert, zal vragen om je buik te ontbloten. Daarna krijg je wat gel op je buik en wordt er een echoapparaat over je buik bewogen. Vanaf dat moment verschijnen de echobeelden op een monitor. De echo werkt met onhoorbare geluidsgolven en brengt geen risico's met zich mee voor moeder en kind.
De 20 wekenecho bij tweelingen
Ben je in verwachting van een tweeling? Dan wordt elk kind apart onderzocht
De uitslag
De uitslag van de 20 wekenecho krijg je meestal direct na afloop. Als bij de 20 wekenecho een lichamelijke afwijking wordt gezien, zijn de gevolgen voor je kind niet altijd duidelijk. Meestal wordt een vervolgonderzoek aangeboden. Tijdens een gesprek met de echoscopist, verloskundige, huisarts of gynaecoloog word je uitgebreid voorgelicht over dit vervolgonderzoek.
Bloedonderzoek
Aan het begin van de zwangerschap wordt bloed bij je afgenomen voor nader bloedonderzoek. Dat gebeurt alleen met jouw toestemming. Als blijkt dat er bacteriën, virussen of schadelijke stoffen in je bloed zitten, kan door behandeling worden voorkomen dat baby daar schade van ondervindt.
Bloedarmoede (Hb-gehalte)
Dit onderzoek kan diverse keren tijdens je zwangerschap plaatsvinden. Het Hb-gehalte van de rode bloedcellen wijst uit of je bloedarmoede hebt. Meestal is bloedarmoede goed te behandelen en niet schadelijk voor de baby.
Glucose
Soms wordt bloed onderzocht op een te hoog suikergehalte. Dat is meestal goed te behandelen.
Bloedgroep
Voor het geval je een bloedtransfusie nodig hebt is het goed om te weten welke bloedgroep je hebt. Het laboratorium stelt vast of je bloedgroep A, B, AB, of O hebt. Ook bepaalt het laboratorium 2 verschillende Rhesusbloedgroepen: Rhesus D en Rhesus c.
Antistoffen tegen bloedgroepen
Heel soms zijn er tijdens een eerdere zwangerschap of na een bloedtransfusie antistoffen gemaakt tegen bloedgroepen. Als deze antistoffen in jouw bloed zijn gevonden, onderzoekt het laboratorium om welke antistoffen het precies gaat en of deze schadelijk kunnen zijn voor je kind. De verloskundige zal je hier meer over vertellen. Het RIVM heeft meer informatie over bloedgroepantistoffen.
Rhesus
Het laboratorium onderzoekt je bloed op 2 Rhesus bloedgroepen: Rhesus D en Rhesus c.
-
De uitslag kan 'positief' zijn: je bent dan bijvoorbeeld Rhesus D-positief.
-
De uitslag kan ook 'negatief' zijn: je bent dan Rhesus D-negatief.
-
Hetzelfde geldt voor de Rhesus c-bloedgroep: je bent Rhesus c-positief of Rhesus c-negatief.
-
Of je positief of negatief bent, is een kwestie van erfelijkheid, net als de kleur van je haar of ogen.
Negatief
Zwangere vrouwen die 'negatief' zijn voor één van deze 2 bloedgroepen krijgen tijdens de zwangerschap wat extra aandacht. Zij lopen namelijk de kans om antistoffen te maken tegen het bloed van hun kind. Het kind kan dan bloedarmoede krijgen.
Je hebt bloedgroep Rhesus-D-negatief
De verloskundige neemt in week 27 van de zwangerschap nog een keer bloed bij je af om vast te stellen of je antistoffen maakt tegen het bloed van je kind. In hetzelfde bloed bepaalt het laboratorium ook de Rhesus D-bloedgroep van je kind.
-
Als je kind bloedgroep Rhesus D-positief heeft, krijg je een injectie. Deze injectie verkleint de kans dat je antistoffen gaat maken tegen het bloed van je kind. Je krijgt deze injectie 2 keer: in week 30 van de zwangerschap en direct na de bevalling. De baby merkt niets van de injectie en loopt geen enkel risico.
-
Als uit het bloedonderzoek blijkt dat je kind net als jijzelf ook bloedgroep Rhesus D-negatief heeft, krijg je geen injecties.
Na een miskraam, abortus of vruchtwaterpunctie
De injectie heb je ook nodig na een miskraam, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een vruchtwaterpunctie, een abortus of een ongeluk. Dus in alle situaties waarin bloed van de vrucht in jouw bloed terecht heeft kunnen komen. Het is belangrijk dat je de injectie binnen 48 uur toegediend krijgt. Hiermee voorkom je problemen als je later nog een keer zwanger bent.
Je hebt bloedgroep Rhesus c-negatief
De verloskundige neemt in week 27 van de zwangerschap nog een keer bloed bij je af. Het laboratorium onderzoekt dit bloed op antistoffen tegen het bloed van je kind. Als het laboratorium antistoffen vindt, krijg je verder onderzoek. De verloskundige geeft je hier meer informatie over.
Meer informatie over Rhesus kun je ook vinden in de folder 'Zwanger' die je krijgt van de verloskundige of op de website van het RIVM.
Soatest
Aan het begin van de zwangerschap wordt je bloed onderzocht op 3 infectieziekten, namelijk hepatitis B, syfilis en hiv.
Soms hebben vrouwen één van deze ziekten zonder dat zelf te weten. Als je aan één van deze infectieziekten leidt, kun je je kind besmetten. Door vroeg in de zwangerschap te beginnen met een behandeling kan besmetting van je kind meestal worden voorkomen.
Syfilis
Syfilis is een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die je onopgemerkt kunt oplopen. Het moet zo vroeg mogelijk in de zwangerschap behandeld worden om te voorkomen dat een kind geïnfecteerd wordt. Als een moeder met syfilis is besmet, krijgt zij antibiotica.
Hepatitis B
Hepatitis B kan een infectie van de lever veroorzaken, die soms onopgemerkt verloopt. Bij bijna alle mensen wordt dit virus door het eigen lichaam opgeruimd. Tijdens de infectie, of als na de infectie blijkt dat iemand drager is van het hepatitis B virus, kan deze persoon andere mensen besmetten.
Als een moeder het virus bij zich draagt, heeft de baby daarvan geen schade tijdens de zwangerschap. Maar bij de bevalling kan de baby met het virus in aanraking komen en geïnfecteerd raken.
Als je drager bent van het hepatitis B-virus kan de verloskundige je vertellen hoe je zo goed mogelijk kunt voorkomen dat je je omgeving besmet. Je baby wordt in dat geval onmiddellijk na de geboorte door de verloskundige en later door de GGD ingeënt.
Hiv
Hiv is een virus en kan de ziekte aids veroorzaken. Iemand die zwanger is kan het virus overdragen op de baby. Daarom is een hiv-test aan het begin van de zwangerschap belangrijk. Door een snel begin van de behandeling kan de overdracht van hiv op de baby worden voorkomen. Een bevalling kan dan volgens de natuurlijke weg plaatsvinden. Als een aanstaande moeder drager van het hiv-virus is, wordt zij doorverwezen naar een gespecialiseerd hiv-centrum.
Andere soa's
Je wordt tijdens de zwangerschap alleen getest op syfilis, hepatitis B en hiv. Ben je bang dat je een andere seksueel overdraagbare aandoening (soa) hebt? Vertel dit dan aan de verloskundige of gynaecoloog. Chlamydia of gonorroe bijvoorbeeld geven niet altijd klachten, maar ze kunnen onvruchtbaarheid veroorzaken en een baby kan er na de geboorte oogontsteking of longontsteking van krijgen. Een uitstrijkje geeft duidelijkheid. De behandeling bestaat uit een kuur met antibiotica die onschadelijk is voor de baby.
Screening op Downsyndroom
Veel aanstaande ouders vragen zich af of hun kind wel gezond zal zijn. Gelukkig worden de meeste kinderen gezond geboren.
Met de screening op Downsyndroom kun je laten onderzoeken hoe groot de kans is dat je kind Downsyndroom heeft. Hoe ouder de moeder, hoe groter de kans op een kind met Downsyndroom.
Eerst een uitgebreid gesprek
Overweeg je om de screening op Downsyndroom te laten doen? Dan heb je eerst een uitgebreid gesprek met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Je bespreekt alle keuzes waar je tijdens de screening mee te maken kunt krijgen. Ook kun je al je vragen stellen en krijg je uitleg en informatie over:
-
de aandoeningen die gevonden kunnen worden;
-
het onderzoek;
-
de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd;
-
en de betekenis van de uitslag.
De combinatietest
Voor de screening op Downsyndroom wordt gebruik gemaakt van de combinatietest. Deze test bestaat uit 2 onderdelen.
-
Een bloedonderzoek bij de moeder in de periode van 9 tot 14 weken van de zwangerschap. Bij dit onderzoek wordt wat bloed afgenomen en onderzocht in een laboratorium.
-
Een echo in de periode van 11 tot 14 weken van de zwangerschap. Bij dit onderzoek wordt de dikte van de nekplooi van je kind gemeten. De nekplooi is een dun vochtlaagje onder de huid in de nek. Dit laagje vocht is altijd aanwezig, ook bij gezonde kinderen. Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans is dat het kind Downsyndroom heeft.
Je kunt op elk moment stoppen
De screening kan je misschien geruststellen over de gezondheid van je kind. Maar de uitslag kan je ook ongerust maken en je voor moeilijke keuzes stellen. Je bepaalt zelf of je de screening wilt en of je bij een ongunstige uitslag een vervolgonderzoek wilt laten doen. Je kunt op elk moment stoppen.
De kosten van de screening
De kosten van het uitgebreide gesprek worden vergoed uit de basiszorgverzekering. De kosten van de combinatietest worden alleen vergoed uit de basiszorgverzekering als je 36 jaar of ouder bent of als je een andere indicatie hebt.
Wat is Downsyndroom?
Downsyndroom is een aangeboren aandoening. Kinderen met Downsyndroom hebben een verstandelijke beperking. Daarnaast hebben zij vaak lichamelijke afwijkingen en gezondheidsproblemen.
De oorzaak van Downsyndroom
Downsyndroom wordt veroorzaakt door een extra chromosoom. Chromosomen zitten in al onze lichaamscellen en bevatten onze erfelijke eigenschappen. Normaal gesproken hebben we in elke cel 2 exemplaren van elk chromosoom. Iemand met Downsyndroom heeft van één bepaald chromosoom (chromosoom 21) geen 2, maar 3 exemplaren in elke cel.
Verstandelijke beperking en gezondheidsproblemen
Alle kinderen met Downsyndroom hebben een verstandelijke beperking. Dit kan een milde tot matige, en soms een ernstig verstandelijke beperking zijn. Een kind met Downsyndroom ontwikkelt zich langzamer dan leeftijdgenootjes, zowel lichamelijk als verstandelijk. Ook hebben zij vaker lichamelijke afwijkingen en gezondheidsproblemen. Hoe zij zich ontwikkelen en hoe ernstig de gezondheidsproblemen zijn, verschilt van persoon tot persoon.
Zorg, begeleiding en gezondheid
Mensen met Downsyndroom hebben hun hele leven begeleiding en ondersteuning nodig. De afgelopen jaren is de zorg voor mensen met Downsyndroom sterk verbeterd. Jonge kinderen met Downsyndroom en hun ouders kunnen terecht bij Downsyndroomteams. Deze teams zijn samengesteld uit onder andere een kinderarts, logopedist, fysiotherapeut en een maatschappelijk werker.
Ook hebben mensen met Downsyndroom een grotere kans op een goede gezondheid dan vroeger. Tegenwoordig bereikt de helft van de mensen met Downsyndroom de leeftijd van 60 jaar.
Kiezen voor een screening
Hoe ouder de moeder, hoe groter de kans op een kind met Downsyndroom. De screening op Downsyndroom laat zien of je inderdaad een verhoogde kans hebt op een kind met Downsyndroom.
Met die informatie kun je een beslissing nemen over vervolgonderzoek. Dit vervolgonderzoek geeft je meer zekerheid. Je bepaalt zelf of je de screening op Downsyndroom laat afnemen.
Andere afwijkingen
Naast de kans op Downsyndroom geeft de uitslag van test ook informatie over de kans op Patausyndroom en Edwardssyndroom. Je krijgt deze informatie, tenzij je aangeeft dit niet te willen weten.
Wel of geen screening op Downsyndroom?
Heb je behoefte aan ondersteuning bij het maken van de keuze om wel of geen screening op Downsyndroom te laten uitvoeren? Dan kun je altijd terecht bij je eigen verloskundige, huisarts of gynaecoloog.
Een andere mogelijkheid is de digitale keuzehulp, die helpt bij de afweging van de mogelijkheden, keuzes en bezwaren. De keuzehulp zet alle argumenten voor en tegen de screening op Downsyndroom op een rij.
Een zorgverlener in de buurt
Heb je besloten dat je de screening op Downsyndroom wilt laten uitvoeren? Na een gesprek met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog maakt je zelf een afspraak bij een zorgverlener of zorginstelling in de buurt, die de screening kan uitvoeren.
Uitslag screening Downsyndroom
De uitslag van de combinatietest laat zien wat de kans is dat je zwanger bent van een kind met Downsyndroom. Als je een 'verhoogde kans' hebt, krijg je de mogelijkheid van een vervolgonderzoek aangeboden. Pas dan kan met zekerheid worden vastgesteld of je kind Downsyndroom heeft of niet.
Verhoogde kans
Een verhoogde kans betekent dat er een kans is van 1 op 200 of hoger dat je kind Downsyndroom heeft. Een kans van 1 op 200 betekent dat van elke 200 zwangere vrouwen er één zwanger is van een kind met Downsyndroom. De andere 199 vrouwen zijn in verwachting van een kind dat geen Downsyndroom heeft. Een verhoogde kans is dus niet hetzelfde als een hoge of grote kans.
Geen garantie op een gezond kind
Als je geen verhoogde kans hebt op een kind met Downsyndroom, is dat geen garantie op een gezond kind.
Verdikte nekplooi
Een verdikte nekplooi komt niet alleen voor bij Downsyndroom. Ook bij gezonde kinderen wordt soms een verdikte nekplooi gezien. Een verdikte nekplooi kan ook wijzen op andere chromosoomafwijkingen en lichamelijke aandoeningen bij een kind, zoals hartafwijkingen. Is de nekplooimeting 3,5 millimeter of meer? Dan krijg je altijd een extra echo aangeboden voor nader onderzoek.
Wanneer krijg je de uitslag?
Wanneer je de uitslag te horen krijgt, hangt af van het onderzoek en verschilt per verloskundige, huisarts of ziekenhuis. Je wordt hierover voor het onderzoek geïnformeerd.
Miskraam
Als je zwanger bent van een kind met Downsyndroom, heb je een grotere kans dan gemiddeld op een miskraam tijdens de eerste 16 weken van de zwangerschap. Ook daarna is de kans groter dat het kind voor de geboorte overlijdt.
Lichamelijk onderzoek
Bij iedere controle voelt de verloskundige met haar handen op jouw buik hoe de baarmoeder groeit. Zo krijgt zij een indruk van de groei van de baby.
Inwendig onderzoek
Soms besluit de verloskundige of de gynaecoloog tot een inwendig onderzoek. Als je om één of andere reden moeite hebt met een inwendig onderzoek, bespreek het dan. Je verloskundige en gynaecoloog zullen er zeker rekening mee houden.
Ligging baby
In de laatste maanden wordt gecontroleerd hoe jouw baby in de baarmoeder ligt.
-
Ligt hij met zijn hoofd naar beneden (de normale ligging)?
-
Of ligt je baby met zijn billetjes naar beneden (stuitligging)?
Hoe groter de baby wordt, hoe moeilijker het voor hem is om in de baarmoeder te draaien. Op een gegeven moment is dat bijna niet meer mogelijk en dan is het belangrijk om te weten hoe de baby precies ligt. Dat bepaalt namelijk hoe hij geboren zal worden.
Hartslag
Ongeveer vanaf de 3e maand kan de verloskundige de hartslag van de baby horen. Vanaf dat moment luistert zij iedere keer naar de harttonen van jouw kind. Meestal kun je meeluisteren. Het kan heel emotioneel zijn om het hartje van je nog ongeboren baby zo snel te horen kloppen!
Bloeddruk
Tijdens de controle wordt je bloeddruk gemeten. De bloeddruk wordt weergegeven met een getal voor de bovendruk en een getal voor de onderdruk (bijvoorbeeld 120/80). De verloskundige let vooral op de onderdruk. Die mag niet te hoog worden.
Bij een hoge bloeddruk let de verloskundige extra op de gezondheid van jou en je baby. Tegen het einde van de zwangerschap stijgt je bloeddruk meestal wel iets. Een lage bloeddruk kan geen kwaad, maar is soms lastig omdat het tot duizeligheid kan leiden. Wees dus voorzichtig met uit bed komen en opstaan uit een stoel.
Vervolgonderzoek
Afhankelijk van de afwijking die je kind misschien heeft, kunnen er verschillende vervolgonderzoeken gedaan worden. Bij elk onderzoek bepaal je zelf of je het wilt en wat je doet met de uitslag.
Vervolgonderzoek na de 20 wekenecho
Het vervolgonderzoek na de 20 wekenecho bestaat uit een uitgebreide echo in een ziekenhuis. Soms krijg je ook een vlokkentest, vruchtwaterpunctie of bloedonderzoek aangeboden.
Vervolgonderzoek na een screening op Downsyndroom
Heb je volgens de combinatietest een verhoogde kans dat je kind Downsyndroom heeft? Dan kun je kiezen voor vervolgonderzoek om zekerheid te krijgen. Dit vervolgonderzoek bestaat uit een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Soms wordt een uitgebreide echo gedaan.
Wel of geen vervolgonderzoek?
Je bepaalt zelf of je een vervolgonderzoek laat uitvoeren. Wat zijn je afwegingen? Je kunt daarbij denken aan de volgende vragen.
-
Hoeveel wil je weten over je kind voordat het wordt geboren?
-
Uit het vervolgonderzoek kan blijken dat je kind inderdaad een ernstige lichamelijke afwijking heeft. Hoe bereid je je daarop voor?
-
Hoe kijk je aan tegen het eventueel voortijdig beëindigen van een zwangerschap bij een ernstige lichamelijke afwijking?
Direct kiezen voor vervolgonderzoek
In sommige gevallen kun je ook direct kiezen voor vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld als je 36 jaar of ouder bent of als er een medische reden is.
De uitslag van het vervolgonderzoek
Uit het vervolgonderzoek kan blijken dat er niets aan de hand is met je kind. Uit het vervolgonderzoek kan ook blijken dat je in verwachting bent van een kind met een aandoening. Je krijgt dan altijd een gesprek met één of meerdere medische specialisten. De uitkomsten van de onderzoeken worden uitgebreid met je besproken.
Wat als je kind een afwijking heeft?
Uit het vervolgonderzoek kan blijken dat je in verwachting bent van een kind met een afwijking of aandoening. Dat kan je voor moeilijke keuzes plaatsen
Sommige afwijkingen hebben grote gevolgen voor je kind, voor jezelf en voor je partner. Je staat dan voor de moeilijke keuze om de zwangerschap uit te dragen of te laten beëindigen. Praat hierover met je partner, met je verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Als je besluit dat je de zwangerschap voortijdig wilt beëindigen, dan kan dat tot 24 weken zwangerschap.
Vlokkentest
Als in het begin van de zwangerschap wordt vastgesteld dat er een verhoogd risico is op bepaalde afwijkingen, is het mogelijk om daar onderzoek naar te doen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een vlokkentest en een navelstrengpunctie, maar ook door middel van een vruchtwaterpunctie.
De vlokkentest
Bij de vlokkentest worden er 'vlokken' opgezogen uit de placenta (de moederkoek). Wat ze uit de moederkoek halen, ziet er vlokkig uit. Daarom heet deze test de vlokkentest. In de vlokken is het genetisch materiaal (het DNA) van je kind te vinden. Door dit te onderzoeken, kunnen chromosoomafwijkingen zoals het Downsyndroom opgespoord worden. Ook is het mogelijk om DNA-afwijkingen op te sporen die zich voordoen bij erfelijke ziekten, zoals spierziekten en taaislijmziekte. Het is niet mogelijk om neurale buisdefecten (zoals een open ruggetje) op te sporen.
Methodes
Er zijn 2 methodes om de vlokken uit de placenta op te zuigen.
-
De eerste methode is vaginaal. Hierbij wordt met behulp van een echo en een eendenbek voorzichtig een naald ingebracht tot aan de placenta in de baarmoeder.
-
De andere methode is via de buikwand. Hierbij wordt er (weer met behulp van een echo) een punctie gemaakt om bij de placenta te kunnen komen.
Vlokkentest vroeg in zwangerschap
Een vlokkentest is redelijk vroeg tijdens de zwangerschap mogelijk. Dit heeft als voordeel dat je snel weet of er iets aan de hand is. Bij slecht nieuws heb je genoeg tijd om een beslissing te kunnen nemen. Wanneer je kiest voor een vaginale vlokkentest, dan kan dat vanaf 10 weken zwangerschap. Een vlokkentest via een punctie, kan pas vanaf 12 weken zwangerschap plaatsvinden. De uitslag van de test kan 7 tot 10 dagen duren.
Risico's
De vlokkentest is relatief betrouwbaar, maar niet geheel zonder risico's. Er is ongeveer 1 procent kans op een miskraam na het uitvoeren van de vlokkentest. Wanneer er via de buikwand een punctie plaatsvindt, is de kans op een miskraam iets kleiner dan 1 procent.
Vruchtwaterpunctie
Als in het begin van de zwangerschap vastgesteld wordt dat er een verhoogd risico is op bepaalde afwijkingen, is het mogelijk om daar onderzoek naar te doen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een vlokkentest en een navelstrengpunctie, maar ook door middel van een vruchtwaterpunctie.
Vruchtwater
In het vruchtwater zit het genetisch materiaal van de baby. Door dit te onderzoeken kan met zekerheid vastgesteld worden of je kind een bepaalde aandoening heeft of niet.
Methode
Het vruchtwater wordt opgezogen door met een dunne naald een punctie te maken via de baarmoederwand tot in de vruchtzak. Zo wordt wat vruchtwater opgezogen. Daar zitten lichaamscellen van de baby in. Hiermee kunnen meer afwijkingen worden opgespoord dan met de vlokkentest.
Aandoeningen
Aandoeningen die opgespoord kunnen worden zijn:
-
neurale buisdefecten, zoals een open ruggetje;
-
chromosoomafwijkingen, zoals het Downsyndroom;
-
afwijkingen in het DNA die bijvoorbeeld taaislijmziekte veroorzaken;
-
erfelijke stofwisselingziekten.
Vruchtwaterpunctie laat in de zwangerschap
Het nadeel van de vruchtwaterpunctie is dat het pas laat in de zwangerschap kan plaatsvinden, namelijk vanaf de 16e week. Ook duurt het ongeveer 2 tot 3 weken voor de uitslag bekend is. Wanneer er slecht nieuws is, is de beslissing om de zwangerschap af te breken vaak extra moeilijk. In de meeste gevallen is de zwangerschap al zichtbaar en het kan ook zijn dat je al leven voelt. Het afbreken van de zwangerschap kan meestal alleen plaatsvinden door het inleiden van de bevalling.
Risico's
Het afnemen van een vruchtwaterpunctie is niet geheel zonder risico's. De kans op een miskraam is een half procent. Dit lijkt een hele kleine kans, maar toch is het belangrijk om daar rekening mee te houden.
Slecht nieuws
De vraag wat te doen bij slecht nieuws zal door iedereen verschillend beantwoord worden.
Een keuze maken
Het is duidelijk dat slecht nieuws in dit geval altijd veel impact zal hebben op de rest van je leven. Welke beslissing je ook neemt. Je krijgt een kind met beperkingen dat misschien niet oud kan worden. Daar kun je ongelukkig of toch heel gelukkig mee worden. Of je besluit de zwangerschap af te breken en dan kun je daar misschien vrede mee vinden of misschien ook niet. Het blijft een moeilijke keuze omdat je van te voren nooit weet hoe het zal zijn.
Er zijn ook mensen die hoe dan ook hun kind geboren willen laten worden, omdat ze elk leven welkom willen heten of omdat ze het onethisch vinden om als mens te bepalen welk kind wel of niet recht op leven heeft. Zij laten de tests doen om zichzelf emotioneel en ook in praktische zin voor te kunnen bereiden op de geboorte van een kind met een handicap.
Praten met anderen
Eén van de dingen die je kunt doen is praten met mensen uit je omgeving. Bij heel veel erfelijke en aangeboren aandoeningen heb je ouderverenigingen, waar ze ook vaak telefonische spreekuren houden. Hier zitten veel ouders die besloten hebben hun kind wel geboren te laten worden en weten wat dit inhoudt.
Zwangerschap afbreken
Medisch en juridisch gezin is het in Nederland mogelijk om op basis van zeer ernstige afwijkingen een zwangerschap af te breken. Dat kan tot de 14e week via een zuigcurettage. Dat kan in de 18e of 20e week alleen via het opwekken van de bevalling.
Zwangerschap en bevalling
Als je besluit om de zwangerschap uit te dragen, kun je daarbij begeleid worden door de verloskundig hulpverlener.
Bij bepaalde afwijkingen is het voor het kind beter dat de bevalling plaatsvindt in een gespecialiseerd ziekenhuis. Dan kan je kind meteen na de geboorte de juiste zorg krijgen. Er zijn ook afwijkingen die zo ernstig zijn, dat het kind kan overlijden voor of tijdens de geboorte.
Registratie van gegevens
Voor medisch-wetenschappelijk en statistisch onderzoek is het belangrijk om medische gegevens te verzamelen rond zwangerschap en geboorte. Op die manier kan de medische kennis en de kwaliteit van de zorg verbeterd worden. Artsen en verloskundigen werken daarom hieraan mee.
Ben je akkoord?
De verloskundige zal vragen of je met de registratie van jouw gegevens akkoord gaat. Als je dit niet wilt, heeft dat natuurlijk geen gevolgen voor je behandeling.
Anoniem
Je gegevens worden bewaard op een manier dat je niet te herkennen bent. Je kunt altijd vragen om inzage in je geregistreerde gegevens. Meer informatie hierover vind je op de website van het Ministerie voor Volksgezondheid.
Zwangerschap ontwikkeling moeder
Je lichaam verandert. Je buik wordt dikker. Je borsten worden groter. De zwangerschap is onder te verdelen in 3 fases.
De eerste 3 maanden
Ben je pas zwanger, dan is het normaal dat je erg moe bent. Misschien heb je last van ochtendmisselijkheid of andere zwangerschapskwaaltjes. Tijdens het innestelen van de bevruchte eicel in je baarmoederwand kan er soms een bloedvat geraakt worden. Je kunt dan een klein beetje bloed verliezen, op het moment dat je ongesteld had moeten worden. Heb je een beetje bloedverlies en geen buikpijn, dan is er meestal niets aan de hand.
Middelste 3 maanden
Dit is de periode dat de meeste vrouwen zich waarschijnlijk wat beter voelen. De misselijkheid is vaak voorbij en je bent minder moe. Dit is een tijd waarin je je vaak lichamelijk goed voelt. Zo rond de 20 weken kun je de baby voor het eerst voelen bewegen. Het kan best zijn dat je je pas later realiseert dat je die kriebels in je buik al eerder voelde. En dat je ze toen niet herkende als bewegingen van je baby. Als je voor de 2e keer zwanger bent, herken je de bewegingen meestal eerder.
De laatste 3 maanden
In de laatste 3 maanden is je buik flink aan het groeien. Hij gaat je in de weg zitten bij het lopen, zitten en liggen. Ook je baby wordt groter en je baarmoeder met baby drukt je ingewanden aan de kant. Hierdoor zul je aan het einde van je zwangerschap minder grote porties kunnen eten en vaker moeten plassen. Ook kan je vermoeidheid weer toenemen.
Wisselend humeur
Er gebeurt van alles met je lichaam. Veel dingen kun je ook even niet meer of zijn ongemakkelijk. En je hebt hormonen in je lichaam. Dat zorgt ervoor dat je humeur nogal eens wisselt. Het ene moment voel je je geweldig en het andere moment wil je het liefst huilen. Zonder dat je zelf begrijpt waarom.
Dat is heel normaal als je zwanger bent!
Piekeren
Blijf je piekeren over de gezondheid van de baby? Het kan zijn dat je die zorgen niet goed kunt stoppen. Of je hebt al veelstress of psychische klachten. Dan kan het krijgen van een kind extra spannend zijn. Je vraagt je misschien af of je goed voor je baby kunt zorgen? Of dat dit het goede moment is om een kind te krijgen? Of wat je moet doen met je medicijnen?
Tips
-
Praat over je zorgen! Met je partner, moeder, zus, vriendin, verloskundige, huisarts of een andere hulpverlener.
-
Schrijf je gevoelens op. Doe dat 1 of 2 keer per dag. Dan ben je er misschien niet de hele dag mee bezig.
-
Doe leuke dingen naast je werk. Zorg voor afleiding. Dat geldt ook voor je partner.
Angsten
Niemand kan je vertellen hoe jouw bevalling zal zijn. De geboorte van je kind is altijd een geweldige ervaring. Maar omdat je niet precies weet hoe het gaat, kan het ook best eng zijn. Wat kun je doen als je er tegen op ziet?
-
Praat over je angsten en zorgen met je arts of verloskundige. Misschien heeft zij antwoorden, zodat je je zekerder voelt. Maak een lijstje van jouw angsten en zorgen en neem dat mee naar de verloskundige. Zij vindt het fijn om te weten wat jou verwachtingen over de bevalling zijn.
-
Volg een zwangerschapscursus. Je leert daar bijvoorbeeld hoe je weeën kunt opvangen. Ook je partner kan één of meerdere keren meekomen. Je partner leert dan hoe hij (of zij) jou kan helpen tijdens de bevalling.
-
Ben je bang voor pijn? Praat hierover met je arts of verloskundige. Er zijn mogelijkheden om met je pijn om te gaan. Het is heel gewoon om daar naar te vragen.
-
Bespreek met je verloskundige hoe je wilt bevallen. In bed, op een baarkruk of misschien in het water? Als je dit van tevoren bespreekt, weet je wat de mogelijkheden zijn.
-
Denk erover na of je iemand bij de bevalling wilt hebben of niet. Wil je alleen zijn met je partner? Of vraag je je moeder, schoonmoeder, zus of vriendin om erbij te zijn? Het kan fijn zijn om bepaalde vertrouwde personen er bij te hebben.
Buik
Bij de ene vrouw zie je al snel dat ze zwanger is. Bij de andere vrouw zie je het pas na 7 maanden. Dat heeft met allerlei factoren te maken, bijvoorbeeld met de bouw van je lichaam.
Harde buiken
Na 4 of 5 maanden gaat je lichaam soms oefenen voor de bevalling. De spieren van je baarmoeder trekken dan samen. Zo oefenen ze voor de weeën. Je buik voelt dan strak en hard. Daarom zeggen we dan dat je een 'harde buik' hebt.
Liggen en slapen
Aan het einde van de zwangerschap is het soms moeilijk om lekker te slapen. Je kunt dan moeilijk een goede manier vinden om te liggen. Soms krijg je klachten als je op je rug slaapt. Je baarmoeder drukt dan op je aders. Daar kun je duizelig of benauwd van worden. Dan is het beter op je zij te slapen. Met een kussentje onder je buik, een kussentje tussen je benen en een kussentje in je onderrug.
Tips
-
Smeer je huid vaak in met crème. Je huid blijft dan soepel.
-
Wordt je buik erg zwaar? Dan kun je een steunband dragen. Dat voelt prettiger.
Borsten
Je borsten worden groter en zwaarder en je tepels kunnen groter en gevoeliger worden. Soms worden ze ook donkerder van kleur.
Beschermend vet
Op je tepels komen kleine bobbeltjes. Hier komt vet uit. Dat beschermt de tepels. Ze geven de tepels ook een eigen geur. Hierdoor kan de baby de borst van zijn moeder herkennen.
Na de zwangerschap
Na de zwangerschap worden je borsten misschien kleiner en slapper dan in de zwangerschap. Voor je borsten maakt het niets uit of je borstvoeding geeft of niet. Hierdoor worden ze niet kleiner en slapper.
Tips
-
Gebruik geen zeep of crème op je tepels. De kliertjes van je tepel geven talg af. Dat zorgt ervoor dat je tepels soepel en schoon blijven. Was je tepels daarom niet met zeep en gebruik ook geen crème.
-
Na de 5e maand van je zwangerschap kunnen je borsten gaan lekken. Maar dat hoeft niet. Als je borsten lekken, kun je zoogkompressen in je beha leggen. Deze vangen de melk op. Zoogkompressen koop je bij de drogist.
-
Draag een goede beha die je borsten steun geven. De beha mag niet te strak zitten. Een sportbeha of een 'meegroeibeha' is vaak prettig. Aan het einde van je zwangerschap kun je alvast een voedingsbeha kopen. Daarvan kan de voorkant (de cups) open. Dat is handig als je borstvoeding geeft.
Benen
In je zwangerschap kun je last van je benen krijgen.
Dat komt omdat je steeds zwaarder wordt. Je bent vaak meer dan 12 kilo zwaarder aan het einde van de zwangerschap. Maar je benen houden ook meer vocht vast. En de bloedvaten in je benen worden slapper. Dat komt door het zwangerschapshormoon progesteron. Door dit hormoon heb je meer kans op spataderen.
Tips
-
Leg je benen vaak even omhoog.
-
Sta niet te lang achter elkaar.
-
Blijf niet te lang zitten en beweeg regelmatig.
-
Eet niet te veel zout (zoals chips, soep, koek en pizza).
-
Probeer je kuiten op te rekken.
-
Neem een wisselbad. Dat is een bad waarin je warm en koud water afwisselt.
-
Laat je masseren.
Kriebel in je benen
Je kunt wakker worden van gekriebel in je benen. Je kunt je benen dan bijna niet stilhouden. Dat komt omdat de bloedcirculatie in je benen verstoord is.
De baby voelen
Als je ongeveer 20 weken zwanger bent, voel je meestal je baby voor het eerst bewegen. Ben je al eerder zwanger geweest? Dan voel je het misschien eerder. Want dan herken je het gevoel. De meeste vrouwen zeggen dat het voelt als vlinders of kriebels in hun buik.
De baby beweegt
Vanaf ongeveer 28 weken moet je je baby iedere dag voelen schoppen. De meeste baby's bewegen vooral:
-
's morgens als je opstaat.
-
's avonds voordat je naar bed gaat.
Aan het einde van de zwangerschap
Niet iedere vrouw voelt de bewegingen op dezelfde manier. Aan het einde van de zwangerschap worden de bewegingen meestal anders. Want je baby heeft steeds minder ruimte. Hij kan daarom niet meer alle kanten op schoppen. Als de bewegingen echt anders of minder zijn dan je gewend bent, neem dan contact op met je verloskundige.
Verlies slijmprop
Tijdens de zwangerschap wordt de baarmoedermond afgesloten door een slijmprop. Deze kan tegen het einde van je zwangerschap loslaten en naar buiten komen, samen met wat slijm en bloed. Het ziet eruit als een propje taai en glazig slijm.
Start van de weeën
Dat is een teken dat het lichaam zich klaarmaakt voor de weeën, maar het betekent niet dat je nu snel gaat bevallen. Soms duurt dat nog dagen, maar soms gaat het ook sneller. Daarom is het niet nodig om de verloskundige hierover te bellen. Misschien merk je niet eens dat je de slijmprop verliest, bijvoorbeeld omdat het op de wc gebeurt. Veel vrouwen verliezen de slijmprop ook pas bij de bevalling.
Zwangerschap ontwikkeling moeder
Je lichaam verandert. Je buik wordt dikker. Je borsten worden groter. De zwangerschap is onder te verdelen in 3 fases.
De eerste 3 maanden
Ben je pas zwanger, dan is het normaal dat je erg moe bent. Misschien heb je last van ochtendmisselijkheid of andere zwangerschapskwaaltjes. Tijdens het innestelen van de bevruchte eicel in je baarmoederwand kan er soms een bloedvat geraakt worden. Je kunt dan een klein beetje bloed verliezen, op het moment dat je ongesteld had moeten worden. Heb je een beetje bloedverlies en geen buikpijn, dan is er meestal niets aan de hand.
Middelste 3 maanden
Dit is de periode dat de meeste vrouwen zich waarschijnlijk wat beter voelen. De misselijkheid is vaak voorbij en je bent minder moe. Dit is een tijd waarin je je vaak lichamelijk goed voelt. Zo rond de 20 weken kun je de baby voor het eerst voelen bewegen. Het kan best zijn dat je je pas later realiseert dat je die kriebels in je buik al eerder voelde. En dat je ze toen niet herkende als bewegingen van je baby. Als je voor de 2e keer zwanger bent, herken je de bewegingen meestal eerder.
De laatste 3 maanden
In de laatste 3 maanden is je buik flink aan het groeien. Hij gaat je in de weg zitten bij het lopen, zitten en liggen. Ook je baby wordt groter en je baarmoeder met baby drukt je ingewanden aan de kant. Hierdoor zul je aan het einde van je zwangerschap minder grote porties kunnen eten en vaker moeten plassen. Ook kan je vermoeidheid weer toenemen.
Wisselend humeur
Er gebeurt van alles met je lichaam. Veel dingen kun je ook even niet meer of zijn ongemakkelijk. En je hebt hormonen in je lichaam. Dat zorgt ervoor dat je humeur nogal eens wisselt. Het ene moment voel je je geweldig en het andere moment wil je het liefst huilen. Zonder dat je zelf begrijpt waarom.
Dat is heel normaal als je zwanger bent!
Piekeren
Blijf je piekeren over de gezondheid van de baby? Het kan zijn dat je die zorgen niet goed kunt stoppen. Of je hebt al veelstress of psychische klachten. Dan kan het krijgen van een kind extra spannend zijn. Je vraagt je misschien af of je goed voor je baby kunt zorgen? Of dat dit het goede moment is om een kind te krijgen? Of wat je moet doen met je medicijnen?
Tips
-
Praat over je zorgen! Met je partner, moeder, zus, vriendin, verloskundige, huisarts of een andere hulpverlener.
-
Schrijf je gevoelens op. Doe dat 1 of 2 keer per dag. Dan ben je er misschien niet de hele dag mee bezig.
-
Doe leuke dingen naast je werk. Zorg voor afleiding. Dat geldt ook voor je partner.
Angsten
Niemand kan je vertellen hoe jouw bevalling zal zijn. De geboorte van je kind is altijd een geweldige ervaring. Maar omdat je niet precies weet hoe het gaat, kan het ook best eng zijn. Wat kun je doen als je er tegen op ziet?
-
Praat over je angsten en zorgen met je arts of verloskundige. Misschien heeft zij antwoorden, zodat je je zekerder voelt. Maak een lijstje van jouw angsten en zorgen en neem dat mee naar de verloskundige. Zij vindt het fijn om te weten wat jou verwachtingen over de bevalling zijn.
-
Volg een zwangerschapscursus. Je leert daar bijvoorbeeld hoe je weeën kunt opvangen. Ook je partner kan één of meerdere keren meekomen. Je partner leert dan hoe hij (of zij) jou kan helpen tijdens de bevalling.
-
Ben je bang voor pijn? Praat hierover met je arts of verloskundige. Er zijn mogelijkheden om met je pijn om te gaan. Het is heel gewoon om daar naar te vragen.
-
Bespreek met je verloskundige hoe je wilt bevallen. In bed, op een baarkruk of misschien in het water? Als je dit van tevoren bespreekt, weet je wat de mogelijkheden zijn.
-
Denk erover na of je iemand bij de bevalling wilt hebben of niet. Wil je alleen zijn met je partner? Of vraag je je moeder, schoonmoeder, zus of vriendin om erbij te zijn? Het kan fijn zijn om bepaalde vertrouwde personen er bij te hebben.
Buik
Bij de ene vrouw zie je al snel dat ze zwanger is. Bij de andere vrouw zie je het pas na 7 maanden. Dat heeft met allerlei factoren te maken, bijvoorbeeld met de bouw van je lichaam.
Harde buiken
Na 4 of 5 maanden gaat je lichaam soms oefenen voor de bevalling. De spieren van je baarmoeder trekken dan samen. Zo oefenen ze voor de weeën. Je buik voelt dan strak en hard. Daarom zeggen we dan dat je een 'harde buik' hebt.
Liggen en slapen
Aan het einde van de zwangerschap is het soms moeilijk om lekker te slapen. Je kunt dan moeilijk een goede manier vinden om te liggen. Soms krijg je klachten als je op je rug slaapt. Je baarmoeder drukt dan op je aders. Daar kun je duizelig of benauwd van worden. Dan is het beter op je zij te slapen. Met een kussentje onder je buik, een kussentje tussen je benen en een kussentje in je onderrug.
Tips
-
Smeer je huid vaak in met crème. Je huid blijft dan soepel.
-
Wordt je buik erg zwaar? Dan kun je een steunband dragen. Dat voelt prettiger.
Borsten
Je borsten worden groter en zwaarder en je tepels kunnen groter en gevoeliger worden. Soms worden ze ook donkerder van kleur.
Beschermend vet
Op je tepels komen kleine bobbeltjes. Hier komt vet uit. Dat beschermt de tepels. Ze geven de tepels ook een eigen geur. Hierdoor kan de baby de borst van zijn moeder herkennen.
Na de zwangerschap
Na de zwangerschap worden je borsten misschien kleiner en slapper dan in de zwangerschap. Voor je borsten maakt het niets uit of je borstvoeding geeft of niet. Hierdoor worden ze niet kleiner en slapper.
Tips
-
Gebruik geen zeep of crème op je tepels. De kliertjes van je tepel geven talg af. Dat zorgt ervoor dat je tepels soepel en schoon blijven. Was je tepels daarom niet met zeep en gebruik ook geen crème.
-
Na de 5e maand
| | | | |